Tag archieven: middelbare school

Leraar weet meer dan Cito

Marzano: over de invloed van de school en de leerkracht
Marzano: over de invloed van de school en de leerkracht

“Leraar weet beter wat goed is voor kind dan cito toets”, zo kopte NRC afgelopen weekend. Hoera, hoera! Eindelijk bevestiging van wat basisscholen al jaren weten en roepen.  Na acht jaar zou een school goed in staat moeten zijn een passend advies te geven, zonder daarbij af te worden gerekend op een momentopname zoals de citotoets is.

Voor de duidelijkheid: ook NRC gebruikt het woord citotoets niet correct. Het gaat hier om de Eindtoets van Cito. Elk jaar worden citotoetsen afgenomen bij kinderen en de gegevens hiervan worden gebruikt om de kinderen te volgen. Het zogenaamde leerlingvolgsysteem. In de regio Zuid-Kennemerland worden deze gegevens gekoppeld aan een uitstroomprofiel voor rekenen en begrijpend lezen. Zo heeft de school een beeld van de laatste jaren met het daarbij passende niveau. Wat niet wil zeggen dat het advies daar meteen op aansluit. Want voor een goed advies speelt meer mee. De Eindcito is een toets die dit jaar wordt verplicht en voor het eerst in april wordt afgenomen. Niet meer om kinderen en scholen af te rekenen, maar om scholen inzicht te geven in hun opbrengsten. Dat afrekenen hieruit geen gevolg is moet overigens nog maar blijken, gezien de negatieve tendens van school-ranking-lijstjes zoals in de Trouw en Elsevier.

Het werd tijd dat de landelijke politiek gaat vertrouwen in het basisonderwijs. Een korte rekensom: de Eindcito duurt zo’n drie ochtenden. Dat wil zeggen dat de kinderen daar ongeveer  tien uur mee bezig waren. Tot nu toe dacht men dat dat voldoende was om een gedegen advies te geven. Daar tegenover stond acht jaar basisonderwijs: bijna 8000 uur onderwijstijd. Lesgeven, observaties, toetsen. Als er één instituut is dat een passend advies kan geven op basis van feitelijke en betrouwbare informatie dan is dat wel de basisschool.

“Leerlingen uit groep acht die van hun leraar een hoger advies krijgen dan volgens de toetsresultaten op zijn plaats is, gaan in 73 procent van de gevallen na drie jaar nog steeds op dit hogere niveau naar school.” Zo blijkt uit het onderzoek van de onderwijsinspectie. Je zou kunnen zeggen dat 27 procent er dus naast zit. Zo werkt het niet. Je kunt als basisschool niet in een glazen bol kijken en voorspellen waar een kind op zal uitkomen. Er gebeurt veel met kinderen tussen de 11 en 17 jaar en het is onmogelijk rekening te houden met de omgeving van een kind, zowel thuis als op school. Maar blijkbaar lukt het toch om in driekwart van de gevallen een niveau te adviseren dat na drie jaar nog steeds passend is. Ondanks alles wat in de tussentijd kan gebeuren. Een knappe prestatie.

Fijn dat hoofdinspecteur Arnold Jonk aangeeft dat niet alleen cognitieve vermogens, maar ook doorzettingsvermogen, motivatie en wat mij betreft zelfstandigheid een belangrijke invloed heeft op het wel of niet kunnen halen van een bepaald onderwijsniveau.

In het artikel wordt gewezen op de toenemende druk van ouders, die in veel gevallen een hoger niveau eisen dan in eerste instantie wordt gegeven. Arnold de Jong prijst de betrokkenheid van ouders en hun kritische blik. Dat kan ik beamen, met wel een belangrijke kanttekening voor de ouders. Hoe een kind zich thuis gedraagt en ontwikkelt, is niet per definitie hetzelfde als in een klassensituatie waarbij het zich voor een groot deel zelfstandig of in samenwerking met andere kinderen moet zien te redden. Wanneer er sprake is van individuele aandacht zijn de resultaten vaak beter. In het voortgezet onderwijs wordt tot op heden, gelukkig, geen individuele lessen gegeven en dus zal de zelfstandigheid, concentratie en taakgerichtheid in een klassensituatie een grote rol spelen. Iets dat thuis niet te meten is. Ik heb tenminste in acht jaar tijd nog nooit een kind gehad dat uit een gezin van 29 kinderen kwam.

Ik wil nog één belangrijk onderdeel uit het artikel naar voren halen. Arnold de Jong pleit voor echte brugklassen, brede brugklassen waarbij kinderen de kans krijgen zich te ontwikkelen. Ik onderschrijf dat volledig. In de regio Zuid-Kennemerland zijn er nog maar twee scholen met gemengde brugklassen, en zelfs bij hen kun je je twijfels hebben over de uitvoering. Kinderen worden steeds vroeger in ‘hokjes’ gestopt. Misschien niet letterlijk, hoewel je daar soms met ruim 30 kinderen in een klaslokaal wel van kan spreken. Maar wel door ze zo vroeg mogelijk op één niveau in te delen. Kinderen zijn in groep acht niet uitontwikkeld. Een zekere indeling kan, maar blijf ze uitdagen en geef ze de kans door te stromen of af te stromen, zonder daar de scholen meteen op af te rekenen. Vooral dat laatste zorgt voor de keuze voor veiligheid op een school voor voortgezet onderwijs. De afrekencultuur vanuit de inspectie is niet altijd gemakkelijk voor het voortgezet onderwijs. Ik ben benieuwd wat Arnold de Jong en zijn collega’s daaraan gaan doen, want scholen kunnen het niet alleen.

Het is belangrijk dat scholen in het basisonderwijs hun advies de komende jaren goed en kundig beargumenteren. Zowel op basis van cognitieve gegevens zoals het leerlingvolgsyteem en toetsen als de gegevens die wij op school het ‘kindbeeld’ noemen: vaardigheden die een kind nodig heeft om een bepaald niveau aan te kunnen. En daarbij is het belangrijk uit te gaan van wat een kind wél kan en misschien nog meer kan ontwikkelen in plaats van de ‘foto van dat moment.’

Laat hieronder een reactie achter!

 

Nieuw lotingsysteem Zuid-Kennemerland

Binnenkort in te vullen..
Binnenkort in te vullen..

Al jaren vindt rond maart dezelfde discussie plaats: waarom moet er nou alweer geloot worden om een plek te krijgen op de middelbare school? En waarom duurt dat proces zo lang? Kan het niet anders, beter, sneller?

Op de eerste vraag is eenvoudig antwoord te geven. Een school kan niet het ene jaar 100 brugklassers aannemen en het jaar erop 300. Dat zou namelijk betekenen dat er lokalen moeten worden bijgebouwd, leerkrachten aangenomen en dat verandert de gehele schoolorganisatie. Als het jaar erop weer minder leerlingen worden aangemeld staan er lokalen leeg en moeten diezelfde leerkrachten ontslagen worden. Er is dus beperkt plek en daar zullen ouders en kinderen altijd mee te maken houden.

Kan het niet anders? Jazeker. Dit jaar is het de schoolbesturen in Zuid-Kennemerland gelukt een nieuwe lotingsprocedure vast te stellen. Kinderen en ouders geven een top vijf op in geval van vmbo-t, havo en vwo. En een top twee bij een praktijkonderwijs- of vmbo-b advies. Vervolgens komen alle scholen bij elkaar om te zorgen dat er zoveel mogelijk kinderen op hun nummer één keuze worden ingedeeld, vervolgens nummer twee etc. Indien er teveel aanmeldingen zijn wordt er geloot, vindt er een tweede ronde plaats en dat gaat net zo lang door tot elk kind een plek heeft.

Is dit beter? Sneller? In elk geval krijgen alle kinderen op dezelfde dag te horen op welke school ze zijn aangemeld. Er is dus geen sprake meer van een periode van enkele weken waarin kinderen en ouders opnieuw een keuze  maken en  moeten afwachten of dit gelukt is, om vervolgens in het ergste geval weer uitgeloot te worden. Sneller is het dus zeker.

Of het beter is? Je kunt vaststellen dat het fijn is dat elk kind dezelfde dag te horen krijgt naar welke school hij kan gaan. En dat de periode van onzekerheid voor het grootste deel is weggenomen. Daarnaast is het nu nog belangrijker dat kinderen en ouders zich breed oriënteren. Kijk niet naar één school, maar ga naar zoveel mogelijk scholen zodat je goed kunt vergelijken. Dat geven we in groep acht al jaren aan, maar nu is het noodzakelijk omdat er anders geen top twee of top vijf kan worden gegeven. Geen tunnelvisie maar de horizon verbreden, ook beter dus.

Er blijven nadelen bestaan. Je zou het liefst willen dat elk kind naar de school van eerste keuze kan gaan. Helaas is dit organisatorisch onmogelijk. Natuurlijk, scholen verschillen van elkaar. De ene school profileert zich vooral op creatief gebied, de ander op techniek of sport. Maar er is één ding dat de scholen in onze regio gemeen hebben: de kwaliteit is overal voldoende tot goed. Afgelopen jaar waren er vrijwel geen scholen met een onvoldoende beoordeling. We zouden dus voor een deel kunnen spreken van een luxe-probleem. In grote delen van Nederland gaan alle kinderen naar dezelfde school, omdat dat nu eenmaal de enige school in de buurt is. Wij mogen en kunnen kiezen. Dat heeft blijkbaar voor- en nadelen maar ik denk dat met dit systeem de voordelen het grootst zijn.

Het blijft lastig. Iedereen wil het beste voor zijn kind, en terecht. Ik heb ervaren dat de kinderen die bij ons zijn uitgeloot het prima naar hun zin hebben gehad op de middelbare. Op welke school dan ook. Er zijn veel meer factoren van belang voor het slagen van de schoolperiode, denk maar aan klasgenoten, leerkrachten, mentoren en vooral de eigen wil tot succes.

Kan het beter? Ik denk dat er nog een slag te slaan is op digitaal gebied. Dat versnelt het proces en scheelt een hoop werk. Daarnaast kun je dan de meest gunstige loting berekenen, in plaats van uit te gaan van zoveel mogelijk nummers één. En misschien zou je nog meer rekening moeten houden met de plaats van de school in de buurt. Maar dat is weer een nieuwe discussie: wat moet een grotere rol spelen, de wens van het kind, ouder of de afstand tot de school? Daarnaast is het afwachten wat de nieuwe verplichte centrale Eindtoets betekent voor dit systeem. Iets waar goed over wordt nagedacht. We zullen het vanzelf gaan ervaren binnenkort.

Tenslotte hoop ik dat er in de toekomst op meer scholen gebruik wordt gemaakt van echte brugklassen. Een periode waarbij je niet op je elfde al wordt ingedeeld en vervolgens met moeite kan omschakelen naar een ander niveau. Maar waar je nog de tijd krijgt te laten zien waar je kwaliteiten liggen en hierop wordt ingespeeld door de school.

Desondanks is er een grote stap gemaakt. Naast een goede regio rondom Passend Onderwijs stel ik ook vast dat er hard wordt gewerkt aan een goede overgang van basisschool naar middelbare school, en dat heeft effect.

Ik ben benieuwd naar jullie mening en ervaringen dit jaar!

Voor meer informatie lees ook het artikel in het Haarlems Dagblad

En bekijk de site van Brugweb (nog niet up to date, pas bij het verschijnen van het Brugboek)

Lees meer over Passend Onderwijs in Zuid-Kennemerland