Tagarchief: voorpagina

Ranking the schools..

Ranking the schools

Ranking the schools

“Ik vind het een slechte ontwikkeling dat er scholen voor voortgezet onderwijs zijn die zeggen: hier kom je alleen binnen met een Citoscore van zus- en zoveel. Daar moeten we echt vanaf.”

Dat zegt staatssecretaris Sander Dekker in een artikel in Trouw. Eindelijk zijn de staatssecretaris en ik het ergens over eens. Alleen stimuleert zijn beleid van verplichte toetsing, openheid van scores en de ranglijsten die hiermee ontstaan deze ontwikkeling. Althans, door al deze maatregelen lijken de scores van kinderen belangrijker te worden dan de ontwikkeling van  kinderen. Waar gaat het nou om in het onderwijs?

Voor de duidelijkheid: dé Citotoets bestaat niet. Cito is een organisatie die gespecialiseerd is in het ontwikkelen en afnemen van examens en toetsen. De meest bekende toetsen in het onderwijs zijn de toetsen van het leerlingvolgsysteem (LVS) en de Eindcito.

Het LVS is ervoor om van groep 1 t/m 8 de vorderingen van leerlingen te volgen en tijdig te kunnen signaleren. Daarnaast kan het worden gebruikt om de ontwikkelingen in de groepen en op verschillende vakgebieden te analyseren en daaruit verbeterpunten te halen. De Eindtoets basisonderwijs is de toets die in groep 8 kan worden afgenomen en vanaf volgend jaar verplicht wordt voor alle scholen.

Het gaat hier dus niet om een en dezelfde toets, en dat maakt de discussie over wel of niet toetsen in het onderwijs verwarrend. In onze regio wordt steeds minder gebruik gemaakt van de Eindtoets. Wij hebben deze toets niet nodig voor het adviseren van de kinderen in groep 8. Dat doen we namelijk op basis van de kennis die we hebben opgebouwd als professionals die de kinderen al acht jaar begeleid hebben in hun ontwikkeling. Daarnaast wordt dit advies ondersteund door de gegevens van het leerlingvolgsysteem vanaf groep 6. Op deze manier rekenen we kinderen niet af op één toetsmoment, maar kijken we naar de ontwikkeling van de laatste drie jaar. De NIO-toets, een indicatie van de intelligentie, is het tweede instrument dat ter ondersteuning van het advies dient. Persoonlijk vind ik dat deze toets niet nodig is voor goede advisering maar dat is een andere discussie waard.

Wij hebben het geluk dat de scholen voor het voortgezet onderwijs goed luisteren naar onze adviezen en ze vrijwel altijd overnemen, ook al worden ze niet allemaal ondersteund door de minimale toetsscores. Scholen kijken verder dan alleen cijfers. Ze hechten waarde aan het professionele advies van de school op basis van de kennis die zij heeft voor een gedegen advisering. Voorwaarde is wel enige zelfreflectie van de basisschool om te zorgen dat de kwaliteit van de adviezen op orde blijft. Terugkoppeling is daarbij van belang.

Volgend jaar moeten ook wij de Eindtoets doen. Op zichzelf heb ik daar niet veel problemen mee. De gegevens kunnen gebruikt worden als extra reflectiemoment voor de basisschool. Welke ontwikkelingen kun je eruit afleiden? Zijn er nieuwe aandachtspunten? Welke trends zie je? Wat onderneem je als school om ontwikkeling op de getoetste vakgebieden van begin tot eind te waarborgen? Niet dat dat voldoende is. Kinderen ontwikkelen zich niet alleen op het gebied van rekenen, taal en wereldoriëntatie. In mijn ogen is de persoonlijke ontwikkeling minstens net zo belangrijk: waar ben je goed in, wat zijn je talenten en kwaliteiten, wat vind je moeilijk, hoe zorg je zelf voor ontwikkeling, welke manier van leren past bij je, wat vind je belangrijk in het omgaan met anderen, hoe zet je jezelf neer in een groep mensen, wat kun je voor anderen betekenen? Dat zijn de onderwerpen die niet meetbaar, maar wel  van wezenlijk belang zijn voor kwalitatief goed onderwijs op de basisschool.

Met hoge scores alleen ben je er niet. Ik zou in de klas alleen kunnen oefenen op de toetsen, zorgen voor hoge scores en een hoge uitstroom. Maar zijn de kinderen daarmee toegerust om het voortgezet onderwijs goed te doorlopen? Sluit de manier van onderwijs dan aan bij hun leerstijl? Komen ze op de plek die bij ze past? Dat denk ik niet. Net zo min als de vele oefensites en bedrijven hier een bijdrage aan leveren. Ouders worden gek gemaakt met alle mogelijkheden tot  oefenen. In Leiden kun je een oefenpakket voor 119 euro bestellen. Dat doen ze echt niet voor het welzijn van de kinderen, meer voor het welzijn van hun eigen portemonnee.

Toetsgegevens zeggen niet alles over de kwaliteit van het onderwijs. Al helemaal niet als het om slechts één meetmoment gaat, zoals bij de Eindtoets. Even ter vergelijking: je wordt als voetbalclub geen kampioen door het winnen van één wedstrijd.  Als je één wedstrijdweekend gebruikt om de kwaliteit van de clubs te duiden, kun je hele vreemde lijstjes krijgen. Pas na een heel seizoen kun je iets zeggen over de ontwikkeling van een club en of het team de meeste punten heeft behaald. Overigens wil dat ook niet zeggen dat de kampioen het mooiste voetbal heeft gespeeld. Ze hebben de meeste punten behaald, en dat kan op verschillende manieren.

Staatssecretaris Sander Dekker geeft aan dat hij niet wil dat toetsgegevens gebruikt worden om scholen af te rekenen. Dat ze ook geen leidende rol moeten krijgen in de advisering van primair naar voortgezet onderwijs. Mij is niet duidelijk hoe hij dit gaat voorkomen.

Ik kan nu  uitgebreid beschrijven hoe diverse kranten en andere media ranglijsten publiceren waarbij de scores niet op een degelijke wijze worden toegelicht en er zelfs veel fouten worden gemaakt. Zo had RTL bij een school een toetsgegeven van één enkele leerling gebruikt als meetgegeven voor de hele groep acht-lichting van dat jaar. De school deed helemaal geen Eindcito, lieten wegens omstandigheden één kind wel die toets doen  en vervolgens werd de school daarop afgerekend. RTL gaf aan onjuist te hebben gehandeld, kon dit niet meer ongedaan maken, haalde het cijfer wel weg maar in de ranglijst bleef de school op dezelfde plek staan.  En nog steeds geven ze aan dat als er fouten worden gemaakt, er contact met ze kan worden gezocht. Volgens mij moet je pas publiceren als je zeker weet over de juiste gegevens te beschikken. Ze vermelden op de site dat de lijst niet bedoeld is als ranking. Heel apart als je scholen een rapportcijfer geeft, onduidelijk blijft waarop dit cijfer is gebaseerd en dit vervolgens in een lijst van hoog naar laag zet.

Het aantal ranglijsten neemt toe. Dat is direct een gevolg van het beleid van Sander Dekker en zijn wil om zoveel mogelijk gegevens openbaar te maken zonder hierbij na te denken over de manier waarop dit moet worden gecommuniceerd, met een heldere uitleg. Hij wil niet dat er een afrekencultuur ontstaat, maar deze ranglijsten dragen daar wel degelijk aan bij. Vooral de manier waarop ze gepubliceerd worden. Dat scholen worden afgerekend op de uitstroom zorgt ervoor dat ze kieskeuriger en voor veiligheid kiezen bij de instroom. Dat beperkt de kansen voor kinderen om zich te ontwikkelen. Veiligheid loont zou je kunnen zeggen.

Finland wordt gezien als een vooruitstrevend onderwijsland. Daar wordt naar mijn weten helemaal niet getoetst. Nu is dat een ingewikkelde discussie en kun je je afvragen of daarvoor niet eerst het hele onderwijssysteem moet worden aangepast. Maar wat duidelijk is: meten is niet altijd weten. Kinderen observeren, in gesprek gaan en zorgen dat je oog hebt voor hun ontwikkeling draagt meer bij dan alleen het afnemen van toetsen. Dat geldt ook voor de beoordeling van scholen.

Als de staatssecretaris echt wil bijdragen, dan zorgt hij ervoor dat de ranglijsten verdwijnen. Dat een school wordt afgerekend op meer dan alleen de meetbare toetsgegevens. Geef het onderwijs de mogelijkheid hun werk goed te doen, waarbij het kind en zijn ontwikkeling centraal staat. Natuurlijk zal het onderwijs zelf ook mee moeten doen. Te vaak schiet ze in de verdediging zonder een spiegel voor te houden. Er kan nog een grote slag worden geslagen in de professionaliteit als het gaat om zelfreflectie, het stellen van doelen en het toelaten van vernieuwingen die bij kunnen dragen aan een verbeterde onderwijskwaliteit.

Verplicht scholen te kijken naar hun eigen scores, laat ze verantwoording afleggen aan de inspectie, zorg dat ze reflecteren en doelen stellen om de onderwijskwaliteit te verbeteren, maar stop met het geven van cijfers die gebaseerd zijn op momentopnames. Scholen willen hun werk goed doen, geef hen vertrouwen en probeer opbouwend een bijdrage hieraan te leveren. Als Sander Dekker vindt dat er geen afrekencultuur moet ontstaan, is het ook aan hem de voorwaarden te scheppen dat dit kan worden voorkomen. Zoals ik regelmatig aan de kinderen vraag bij kritiek en problemen: ‘Wat doe jij er zelf aan om een bijdrage te leveren?’

 

Tot slot: Buiten de discussie van dit moment, kan het geen kwaad verder in de toekomst te kijken. Willen we wel onderwijs blijven geven in de huidige setting? Moet er niet een flinke verandering plaatsvinden om meer aan te sluiten bij de behoeften en ontwikkeling van kinderen? En welke rol hebben toetsen hierbij? Ik heb te weinig verstand van deze grote onderwerpen om hier een gedegen oordeel over te geven, maar verwijs graag naar mensen als Martijn van Schaik die hiervoor hebben doorgeleerd. De moeite waard om te bekijken.

Lees hier meer over het Finse onderwijs.

Luistermuziek, een persoonlijke top vijf

'Ice cold beer'

‘Ice cold beer’, door Douwe Bob

Luistermuziek. Voor sommigen heeft dit woord een negatieve klank, maar voor mij gaat het hier om een belangrijk deel van mijn tijdsbesteding. Zo word ik nu op de achtergrond vergezeld door Eddie Vedder. En zit ik  op het moment dat ik dit morgenochtend post waarschijnlijk in de trein, van Haarlem naar Rotterdam.  Niet echt een bijzondere reis, maar een stuk aangenamer door bijvoorbeeld mede-Haarlemmer Michael Prins. Zijn cd ‘Rivertown Fairytales’ is een van de cd’s die sinds het verschijnen in oktober 2013 meerdere malen per week  wordt afgespeeld.

En zo zijn er meer momenten te noemen waarbij luistermuziek onmisbaar is. Muziek bij het wakker worden. Muziek tijdens het reizen, in de auto, op de fiets. Muziek tijdens het studeren en lezen van boeken en kranten. Muziek tijdens het voorbereiden van lessen en nakijken van groep 8 werk. Muziek tijdens het relaxen op de bank of in bed. Muziek tijdens vakantie. Het bijzondere van dit laatste voorbeeld is dat je dan blijvende herinneringen hebt op het moment dat je later de liedjes terughoort. Iedereen herkent ongetwijfeld dit soort momenten.

Ik heb het dus niet over de afspeellijsten die ik gebruik bij het spinnen of wanneer ik even snel energie nodig heb. Belangrijk bij luistermuziek is dat het rust geeft, dat je erbij kunt nadenken, werken of juist relaxen. Om een inzicht te geven in de cd’s die favoriet voor mij zijn, hierbij een top vijf, in willekeurige volgorde. Ik ben geen muziekkenner, geen specialist of recensent. De beschrijvingen zijn kort, beluister vooral de voorbeelden. Ik vind het vooral gewoon mooie muziek.

Allereerst het album van Eddie Vedder, ‘Music for the Motion Picture Into The Wild’. Niet alleen de film is prachtig. Deze soundtrack laat je kennis maken met Eddie Vedder als troubadour, in plaats van de bekende rockzanger van Pearl Jam. Ok, niet alle nummers zijn door hem geschreven, Society en Hard Sun zijn covers, maar ook die twee liedjes worden op een mooie manier vertolkt.

Een tweede topper is Ray Lamontagne. En dan gaat het om het album ‘Gossip In The Grain, verschenen in 2008. Ray Lamontagne is een Amerikaanse folkzanger met een beetje rauwe stem. Hij begint met een wat up-tempo nummer, en daarna komt de ultieme zondagmiddag-relax-modus tot stand. Heerlijk. Volgens mij is hij op dit moment een nieuw album aan het opnemen, ik ben benieuwd.

Vanuit eigen land zijn er twee namen die wat mij betreft naast elkaar mogen worden genoemd: Michael Prins en Douwe Bob. Samen, omdat ik tot nu toe altijd alleen optredens heb gezien waar ze beide aanwezig waren. Allebei bekend geworden door het programma van Giel Beelen: ‘De beste singer-songwriter van Nederland’. En het levert op die manier weer een extra cd op in de top vijf ;-)

Het debuutalbum van Douwe Bob heet ‘Born In A Storm’, volgens mij verwijzend naar zijn wat roerige jeugd met een kunsternaarsvader en ‘rock ‘n roll dancer’ moeder . De ‘kenners’ zijn verdeeld over de kwaliteit van het album, het zou iets te poppy zijn. Lekker belangrijk. Met name de ballads zijn prachtig, en het mooie van Douwe Bob vind ik dat het een echte muzikant is. De man heeft skills, zo zouden de kinderen uit groep acht zeggen.Hij speelde in het Patronaat een prima show, ondersteund door onder anderen oude bekende Jan Peter Hoekstra. Echt een aanrader. Mooie muziek, zowel op cd als live. Gaat dat horen en zien, want het is zeker niet alleen maar ingetogen. Fijn dat ‘Ice Cold Beer’ ook gespeeld werd, deed me denken aan de docu waar ik eerder over schreef: Big Easy Express. Ik ben benieuwd naar het volgende album.

Michael Prins heeft met zijn ‘Rivertown Fairytales’ voor mij het ideale relaxalbum gemaakt. Niet voor niets wil hij het liefst dat een zaal volkomen stil is als hij optreedt. En dat verdient de muziek ook. Mooi dat er 20 nummers op de cd staan. Sommige recensenten vonden dat hij meer keuzes had moeten maken en de cd na een tijdje erg mistroostig wordt. Wat een onzin. Ruim 82 minuten genieten, zo zou je het beter kunnen omschrijven. Prima voor de zondagochtend, zondagmiddag of zondagavond (ok niet de combinatie, kies je moment). En hoe fijn is het als je alleen met gitaar of piano een publiek muisstil weet te krijgen.

Hopelijk zien we Michael en Douwe Bob nog vaak terug in Haarlem.

Dan komen we bij de eerste vrouw van de top vijf, als onderdeel van  ’Bettens‘. Natuurlijk bekend van K’s Choice.  Maar ‘Waving At The Sun’ is juist gemaakt onder een nieuwe naam, zodat broer (Gert) en zus (Sarah) eens op een nieuwe manier muziek konden maken, zonder standaard in oude patronen te vallen. Ook hier gaat het weer om een soundtrack, in dit geval voor een filmdocumentaire over een Antarctica-expeditie. Een aantal liedjes zijn direct herkenbaar als K’s Choice, maar het leuke van dit album is dat er veel instrumentale nummers op staan. Een prima afwisseling voor heerlijke luistermuziek.

En tenslotte dan Emiliana Torrini. Eigenlijk weet ik niks van haar, ik heb ook maar één album: Tookah. Deze zet ik meestal op als ik op school lessen aan het voorbereiden ben, met name wanneer er enige concentratie vereist is. Ik was overtuigd dat ze een Italiaanse was, maar het blijkt hier te gaan om een IJslandse zangeres. En dan weet je bijna zeker dat het goed is, want er komen meer goede bands van dat ‘eiland’. Ze heeft volgens iTunes negen albums op haar naam staan, Tookah komt uit 2013. De laatste aanrader, niet de minste.

Tot zover de willekeurige top vijf. Natuurlijk zijn er meer artiesten en albums die in dit rijtje thuis kunnen horen. En er zullen er ongetwijfeld nog meer volgen. Maar begin eens met het beluisteren en bekijken van onderstaande fragmenten, misschien ontdek je nog iets onverwachts en geniet je volgende week zondag net zoveel als ik met een van deze muzikanten in de auto, iPod of gewoon lekker in de huis- of slaapkamer.

Binnenkort meer over luistermuziek, maar dan gericht op andere muziekstijlen.

Zal je net zien, schrijf je over muziek, vergeet ik mijn koptelefoon deze ochtend. En dan zul je het moeten doen met klaag-gesprekken over vergaderingen  op het werk van medetreinreizigers. Nog een reden om altijd muziek mee te nemen!

Bekijk hieronder de clip van Guaranteed van Eddie Vedder

Bekijk hieronder een live versie van Let It Be Me van Ray Lamontagne

Bekijk hieronder een bijzondere uitvoering tijden SR13 van Stone Into The River van Douwe Bob (volgend jaar tijdens SR14 in Haarlem?)

Bekijk hieronder Michael Prins in de Melkweg, Lover And A Man:

Bekijk hieronder een live versie van Surrender van Bettens:

Beluister hieronder het nummer Autumn Sun van Emiliana Torrini

Van basis- naar voortgezet onderwijs, vroeg kiezen..

Waar kiezen we nu voor?

Kiezen: als peuter, groep achter en ouder..

Een ouder van school zei laatst tegen mij: ‘Sjoerd, wat een gedoe met al die scholen. Wij gingen vroeger gewoon naar dezelfde middelbare school, er viel niets te kiezen’.

Kinderen die in groep acht zitten in Haarlem hebben over het algemeen een ruime keuze aan scholen voor voortgezet onderwijs. Met een vmbo-b advies is deze keuze beperkt, maar vanaf het vmbo-t wordt het aanbod groter. Er zijn dan ook veel open dagen, informatieavonden en meeloopdagen om inzicht te krijgen in de manier van werken op de school, het proeven van de sfeer en het komen tot een beargumenteerde keuze.

Het kiezen wordt moeilijker gemaakt doordat de kwaliteit van de Haarlemse scholen op orde is. Er wordt al jaren in het voortgezet onderwijs hard gewerkt deze kwaliteit te waarborgen en in de rapporten van de onderwijsinspectie valt dit terug te lezen. Zo’n beetje alle scholen vallen onder het basistoezicht, wat wil zeggen dat er het komende jaar geen reden is voor extra toezicht en de onderwijsinspectie geen aanwijzingen ziet voor tekortkomingen. Een stad als Haarlem mag daar trots op zijn.

Er wordt door primair en voortgezet onderwijs nauw samengewerkt om tot een goede toelatingsprocedure te komen. Dat is soms lastig omdat er sprake is van verschillende belangen. Voorop staat het kind maar daarnaast hebben scholen te maken met de wensen van ouders, besturen, onderwijsinspectie en de politiek. Ondanks deze verschillende partijen is er een helder toelatingsbeleid  ontwikkeld waarbij het advies van de basisscholen voorop staat, zij kennen de kinderen het beste na acht jaar. De adviezen worden niet meer gebaseerd op momentopnames als een Eindcito, maar op basis van de inzichten van de basisschool, ondersteund door het leerlingvolgsysteem van groep 6 t/m 8 en de NIO-toets. Zo komt er een weloverwogen advies tot stand. En het voortgezet onderwijs neemt deze adviezen grotendeels over.

Daarnaast vindt er jaarlijks terugkoppeling plaats zodat de ontwikkeling van de leerlingen op het voortgezet onderwijs gevolgd kan worden en de basisscholen hun adviezen kunnen toetsen. Deze terugkoppeling gebeurt helaas nog niet door alle scholen op dezelfde wijze, daar valt winst te behalen. Er zou meer structuur in moeten komen. Er wordt hard aan gewerkt dit te verbeteren.

Doordat er een ruime keuze is ontstaat er soms een (luxe)probleem voor kinderen en ouders. Natuurlijk zijn er verschillen tussen de scholen.

  • Verschil in grootte, kies je voor een kleine vmbo-t school of voor een scholengemeenschap?
  • Verschil in specialisaties, ben je op zoek naar een sportklas, tweetalig onderwijs, extra aandacht voor creativiteit, multimedia of muziek?
  • Verschil in zorg en begeleiding, kies je voor een school waar veel van de zelfstandigheid wordt gevraagd,  huiswerkbegeleiding wordt aangeboden of je gebruik kunt maken van de zogenaamde i(ndividuele)-uren?
  • Verschil in profielen bij het vmbo-b, wil je later iets in de zorg, de media, horeca of administratie en handel?

Elke school is uniek in wat er aangeboden wordt, welke specialisaties ze hebben en hoe er met kinderen en leren wordt omgegaan.

Genoeg om te kiezen dus. Maar het is misschien goed om te weten dat uit mijn ervaring is gebleken dat een kind het op elke school naar zijn zin kan hebben en ruimte krijgt voor ontwikkeling. Dat wordt ieder jaar sterker geïllustreerd door de verhalen van de leerlingen die zijn uitgeloot. Tot nu toe is elke uitgelote leerling gebleven op de school waar hij terecht is gekomen en komen ze met positieve en enthousiaste verhalen terug.* Want niet alleen de school is van belang, maar ook de klas, de mentor, de leerkrachten en vooral de mentaliteit van het kind zelf. Je zult je best moeten doen om er iets van te maken op school, waar je ook terechtkomt. Erg jammer overigens dat er nog maar enkele scholen zijn met gemengde brugklassen. Want mogelijkheid tot ontwikkeling is er overal, maar we willen met zijn allen wel kinderen erg vroeg laten kiezen en maken de mogelijkheid om door te groeien ieder jaar minder eenvoudig. Hulde aan de scholen die oog blijven houden voor het kind en het risico aandurven kansen te geven en uitdaging te bieden.

Ik begrijp dat het moeilijk is om te kiezen, zeker wanneer je te maken hebt met kansen op loting. Toch adviseer ik elk jaar de kinderen en ouders vooral veel scholen te bezoeken zodat je de sfeer kunt ervaren en met name op deze ervaringen en het daarbij behorende gevoel een keuze kunt maken. Meestal geeft dat de juiste doorslag. Ook op dit moment zijn de kinderen ouders druk bezig met de scholenbezoeken en het maken van lijstjes met voors en tegens. Ze worden daarbij geholpen door onder anderen het Brugboek en de website van Brugweb. En daarnaast proberen wij als school iedereen zo goed mogelijk te informeren over alle mogelijkheden. Over twee weken heeft ieder kind zijn eindadvies binnen en kan de daadwerkelijke aanmelding beginnen. Een spannende tijd met veel onzekerheden op die leeftijd. Het is nooit te voorspellen of de keuze juist zal blijken te zijn, maar dat je hier zelf aan kunt bijdragen is een feit.

Ik probeer de kinderen voldoende voor te bereiden en bagage mee te geven om deze stap te kunnen maken. En regelmatig komen ze vertellen hoe het met ze gaat. Vandaag stonden er ineens tien meisjes van vorig jaar op de stoep om elkaar weer eens te zien en te vertellen over hun nieuwe ervaringen. Ook mailen we als school met ouders om te vragen hoe het gaat. We blijven graag op de hoogte, niet alleen op basis van de rapportcijfers, want die zeggen niet alles. Soms verloopt de ontwikkeling van een kind niet zoals verwacht, en dan moeten we analyseren waardoor dit komt. Met elkaar proberen we op die manier het onderwijs en de overgang van primair naar voortgezet onderwijs in Haarlem naar een hoger niveau te krijgen.

*Ik maak een uitzondering voor leerlingen die door een tweede loting vorig jaar in een andere regio naar school moeten. Dat wordt met een aangepaste regeling hopelijk dit jaar voorkomen.

 

 

 

 

Over boerenkool, discowortels, een beestjestuin en bananenplanten.

Tijd om te oogsten

Tijd om te oogsten

‘Jullie moeten niet te diep schoffelen onder die boerenkool jongens!’, zo waarschuwde ik acht jaar geleden groep 6 tijdens het werken in de schooltuinen. ‘Waarom niet?’, vroegen de kinderen. ‘Omdat je dan de worst raakt, die groeit eronder!’. En er werd heel voorzichtig verder geschoffeld. Natuurlijk heb ik hierna meteen gezegd dat het een geintje was, maar het zegt wel iets over de kennis van veel stadskinderen van Haarlem als het gaat om de vraag waar ons eten vandaan komt. Net zoals het werkelijke geloof in discowortels in verschillende kleuren.

Vier jaar heb ik met groep zes wekelijks hard gewerkt in de schooltuinen, onder bezielende leiding van vrijwilliger Ingrid ‘t Jong. Niet alleen waren de kinderen verantwoordelijk voor het zaaien, bijhouden en oogsten van zo’n tien vierkante meter tuin per kind. Hen werd elke week uitgelegd op welke manier gewassen groeien, waar je bij het onderhouden op moet letten en in welke tijd van het jaar je welke handelingen moeten verrichten om de groei te bevorderen. Wat het voordeel is van het kweken en eten van eigen groente en fruit. Waarom het belangrijk is gezond te eten, onbespoten en zonder andere toevoegingen. Wekelijks stonden (en staan) er 80 kinderen van de Ark vol enthousiasme samen te werken in de tuin. Niet alleen onder schooltijd wanneer de instructie werd gegeven, ook op woensdagavond met ouders, opa’s en oma’s en andere familieleden en vrienden. Het seizoen werd feestelijk afgesloten met de oogst en het eindfeest waarbij er zelfgemaakte pompoensoep kon worden gegeten.

Omdat de Ark-kinderen drie keer de schooltuinprijs wonnen werden zij uitgekozen om mee te werken aan een bijzonder project. Samen met NME-centrum Ter Kleef hebben ze, toen ze in groep 7 en 8 zaten, een beestjestuin ontworpen en gebouwd. Nog steeds kun je als je door de kweektuinen wandelt deze tuin bezoeken. Ter herinnering staat er een bankje met de naam van de school in een mozaïek verwerkt. Aan alles hebben ze meegeholpen, van het graven van de vijver tot het bouwen van de brug en de insectenwand.

Het zijn bijzondere plekken in Haarlem, de schooltuinen en de stadskweektuin. Vroeg speelden wij er al regelmatig, bij de ruïne en in de kassen. Daar zagen we voor het eerst een bananenboom, en vleesetende planten! En nog steeds kom ik er af en toe. Met de kinderen van groep 8. Met mijn nichtje van vier, die regelmatig met opa en oma enthousiast door de kweektuinen wandelt om te kijken naar de dieren in de boerderij, de schildpadden in de kas en de planten en beestjes buiten in de tuin. En ik ben niet de enige die gebruik maakt van de faciliteiten die worden aangeboden.

Scholen kunnen lessen volgen, op zoek gaan naar vleermuizen in de nacht, tentoonstellingen bezoeken, natuurtochten maken, leskisten in de klas halen en natuurlijk wekelijks in de schooltuinen werken. Een fijne afwisseling voor kinderen die toch al regelmatig binnen zitten. Zeker als ze thuis weinig buitenruimte hebben. Ouders kunnen gemakkelijk de tuinen bereiken om met hun kinderen te kijken bij de dieren, in de kassen en lekker buiten te spelen.

In de kerndoelen van het basisonderwijs staat het volgende vermeld:

  • De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.
  • De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.
  • De leerlingen leren in de eigen omgeving veel voorkomende
  • planten en dieren onderscheiden en benoemen en leren hoe ze functioneren in hun leefomgeving.
  • De leerlingen leren over de bouw van planten, dieren en mensen en over de vorm en functie van hun onderdelen.

Dat het NME-centrum en de schooltuinen hier een belangrijke bijdrage aan leveren lijkt mij duidelijk. Dat de buurtbewoners en andere Haarlemmers veelvuldig op deze plekken te vinden zijn geeft ook het belang van behoud aan. Er zijn ook veel particulieren die een eigen tuin onderhouden op deze locatie.

Tenslotte noem ik ook nog de stichting Doetuinen en EcoSol, twee organisaties die zich inzetten om de tuinen te behouden, veel vrijwillige ondersteuning te bieden en het aanbieden van dagbesteding voor mensen met een psycho-sociale (arbeids)handicap. Het gaat dus om meer dan alleen schoffelen en oogsten!

Binnenkort vindt er in de gemeenteraad een debat plaats over de bezuinigen komende jaren waarbij belangrijke en moeilijke keuzes worden gemaakt. Geen gemakkelijke taak voor politici. Ik pleit ervoor dat het onderwijs en in dit geval specifiek het NME-centrum en de schooltuinen worden ontzien. Laten we in elk geval samen ervoor zorgen dat de Haarlemse kinderen kunnen blijven genieten van deze mooie plekken in het centrum van de stad!

Klik hier om de website van het NME-centrum Ter Kleef te bezoeken.

Klik hier om de site van de doetuinen in Haarlem te bezoeken.

Klik hier om de site van EcoSol ‘De Groene werkplaats’ te bezoeken.

Voorlichting in het onderwijs: het doet ertoe!

Dokter Corrie

Dokter Corrie

Als je in groep acht zit ben je bijna klaar voor een belangrijke nieuwe stap in je leven: een nieuwe start maken op het voortgezet onderwijs. Je komt in contact met nieuwe mensen, nieuwe invloeden en gaat jezelf echt leren kennen in de puberteit. Een behoorlijk ingewikkelde, uitdagende en spannende tijd waarbij je veel keuzes gaat maken die van invloed zijn op de rest van je leven. De mogelijkheid om jezelf te leren kennen, weten hoever je kunt gaan in het ontdekken van alles waarmee je in aanraking komt en als een zelfverzekerde, autonome en sociale leerling de nieuwe school binnenstappen is dan iets waar door de basisschool samen met de ouders hard aan gewerkt wordt. Voorlichting speelt daarin een belangrijke rol. Ik wil graag drie voorbeelden met je delen vandaag.

Sinds een jaar of vijf krijgen we rond deze tijd bezoek van twee politieagenten in de groepen acht. Zij verzorgen een voorlichting over drugs en alcohol. De kinderen wordt verteld welke vormen van alcohol en drugs er zijn, waar ze mee in aanraking kunnen komen, wat de risico’s en gevaren zijn, hoe ze daar mee om kunnen gaan en op welke manier ze deze risico’s zoveel mogelijk kunnen voorkomen. In de tweede les nemen de agenten een ‘ervaringsdeskundige’ mee, sinds vorig jaar Hans, die zijn levensverhaal vertelt en op indrukwekkende wijze duidelijk maakt hoe je verslaafd kunt raken en welk effect dit kan hebben op je leven. Elk jaar kijken de kinderen uit naar deze voorlichting. Ze nemen het serieus, stellen goede vragen en zijn zich na de lessen weer een stuk bewuster van de keuzes die zij zelf gaan maken later. De kans is groot dat in de brugklas of de tweede klas van het voortgezet onderwijs deze voorlichting opnieuw wordt gegeven, de kracht van herhaling. Op de site van L&F-advies kun je meer lezen over de werkwijze van deze organisatie. Want ze doen veel meer dan alleen voorlichting geven over alcohol en drugs. En op de site van Hans van Wendel kun je zien welk verhaal wordt verteld door de ervaringsdeskundige.

De tweede organisatie die jaarlijks in de klas komt vertellen is de NS. Natuurlijk niet om de kinderen wijs te maken in de wereld van het openbaar vervoer en de nadelen die reizen soms kan hebben, als je bijvoorbeeld 4 uur doet over het traject Rotterdam – Haarlem (hier spreekt een ervaringsdeskundige op dit gebied). Het gaat om de organisatie Luisteris, waarbij twee medewerkers vertellen over de ‘onprettige’ en soms zeer aangrijpende situaties die conducteurs en machinisten tegenkomen in de praktijk. Denk hierbij aan vandalisme, agressief gedrag, baldadigheid dat uit kan monden in ongelukken, normen en waarden op en rond het spoor en onbezonnen gedrag. Kinderen moeten weten welke risico’s soms worden genomen door bijvoorbeeld het spoor snel nog over te willen steken omdat ze haast hebben, of om in de zomer lekker zittend op de rand van het perron te wachten op de trein. Er wordt gesproken vanuit ervaring dus het belang hiervan lijkt mij duidelijk. Fijn dat er aandacht is voor deze kinderen die de komende jaren regelmatig gebruik zullen maken van het OV. Bekijk de site voor meer informatie over de voorlichting.

Tenslotte wil ik het hebben over iemand die de laatste tijd veelvuldig in het nieuws is geweest. Dokter Corrie. Elke week kijkt groep acht het SchoolTV Weekjournaal en ineens was daar een wekelijks item waarbij dokter Corrie het heeft over ‘belangrijke, maar soms toch ook moeilijk bespreekbare onderwerpen zoals seksualiteit’. Het was even schrikken voor de leerkrachten omdat zij hier niet op waren voorbereid (zo ook voor mij) maar het bood  een ideale aanleiding om wekelijks uitgebreid aandacht te besteden aan seksualiteit, het leren kennen van jezelf van binnen en buiten en met de kinderen hierover te praten. Je kunt je afvragen of het SchoolTV Weekjournaal hier het ideale platform voor is aangezien er ook op jongere leeftijd naar wordt gekeken en sommige scholen op andere momenten dit in het lesprogramma hebben ingebed, maar voor ons was en is het een prima manier als luchtige, grappige maar ook regelmatig serieuze start voor gesprek. Kinderen zijn nieuwsgierig en willen graag antwoord op hun vragen. Dat lijkt mij vrij normaal. Daarnaast is het prettig om met leeftijdsgenoten hierover te kunnen praten zonder dat het allemaal geforceerd wordt en niemand echt iets durft te zeggen. De klas kijkt wekelijks uit naar dit item, maar blijft ook geïnteresseerd in de rest van het programma. Er wordt door sommige kinderen ook thuis naar gekeken, en er zijn al fans gesignaleerd onder de ouders. Dokter Corrie weet als geen ander het ene moment serieuze onderwerpen aan te snijden (bekijk vooral het fragment hieronder over ‘anders zijn’), als het onderwerp zich ertoe leent grappen te maken en  daarnaast op een heldere manier uitleg te geven. Voor ouders en leerkrachten een plezierige aanleiding voor en aanvulling op seksuele voorlichting.

Kinderen zijn allemaal verschillend, met hun kwaliteiten en onmogelijkheden. Komen uit verschillende gezinssituaties en krijgen verschillende waarden en normen normen mee. Maar de school, zowel in het basis- als voortgezet onderwijs, is de plek waar zij met elkaar in aanraking komen, letterlijk en figuurlijk. En dus is het van belang dat school en ouders gezamenlijk zorgdragen voor de voorlichting die nodig is om de kinderen bewust te maken van de maatschappij waarin zij opgroeien en welke risico’s dit met zich meeneemt. Keuzes maken de kinderen zelf,  de basis waarop zij dit doen kunnen wij aan hen meegeven.

Ik hoop dat de Publieke Omroep oog blijft houden voor de positieve invloed die zij kunnen uitoefenen, en dat gemeenten subsidie blijven verstrekken aan organisaties als L&F. Ze doen ertoe!

Bekijk hieronder enkele fragmenten van dokter Corrie:

 

Tip van Vandaag: Bound for Glory

De finale: Bound for Glory

De finale: Bound for Glory

In de Tip van Vandaag geef ik je regelmatig iets mee om te luisteren, te lezen of te kijken. Muziek, sport, oud of nieuw, als het maar interessant genoeg is om te delen. Vandaag in de categorie oud en muziek, de documentaire Big Easy Express.

In deze film, gemaakt door Emmett Malloy in 2012, worden drie bands op de trein gezet om een traintrip te maken van San Francisco naar New Orleans, waarbij ze vijf keer stoppen om op te treden. Ik zapte vorig jaar toevallig langs, kreeg meteen herinneringen aan mijn eigen traintrip van 23 uur van Alice Springs naar Darwin en aan live optredens op Lowlands. De drie bands die meereizen:

Old Crow Medicine Show
Bluegrass, folk en country door elkaar. Een band die sinds 1998 bestaat en vooral bekend is van het door hen gecompleteerde nummer Wagon Wheel van Bob Dylan.

Edward Sharpe and the Magnetic Zero’s
Een Amerikaanse band, opgericht in 2007 door Alex Ebert en Jade Castrinos in Los Angeles. De muziek volgens hun eigen website:

If you sought comparisons for Edward Sharpe and the Magnetic Zeros forthcoming self-titled album, you would hear the soulfulness of The Supremes’ ‘Where Did Our Love Go’, the raw exuberant pop of The Beatles ‘Yellow Submarine’ and the psychedelic echoes of Jefferson Airplane’s ‘Surrealistic Pillow’. But at its roots, the album shows a band evolved and hopeful for the future.

Bekendste nummer ‘Home’. Je kunt hierbij aan Ikea denken, maar ik denk liever aan het festival waar ik nog nooit geweest ben maar wel op de ooit to do list staat: Burning Man.

Mumford and Sons
Van de drie mijn favoriete band, vaak live gezien en helaas voor langere tijd met sabbatical.  Folkrock zou je kunnen zeggen maar zeker ook met invloeden van country en bluegrass. Begonnen in 2007 in Londen, waarvan iedereen wel nummers als ‘The Cave’ en ‘Little Lion Man’ kent. Prachtig optreden ooit gegeven in het Red Rocks openluchttheater.

De film laat verschillende optredens zien, beelden van de voorbijtrekkende landschappen en mooie jamsessies in de trein zelf. Om naar te kijken en te luisteren dus! Er wordt afgesloten met een gezamenlijke versie van ‘Bound for Glory’:

Als je bovenstaande clips hebt bekeken en je de muziek kunt waarderen, kijk dan zeker via onderstaande link de film. Let op, dit kan tot en met 31 januari 2016 :-) En anders altijd te vinden via de officiële site: bigeasyexpress.com

Klik hier voor de film op uitzending gemist

Loting: niet gewenst, wel noodzakelijk?

Loting, alleen als het noodzakelijk is?

Loting, alleen als het noodzakelijk is?

Ieder jaar keert de discussie terug in de kranten en bij kinderen, ouders en leerkrachten: waarom moet er geloot worden bij de keuze voor een middelbare school? We hebben in Nederland immers vrijheid van onderwijs, en dus het recht om de school te kiezen die past bij de wensen van kind en ouders? We hebben toch het recht een school te kiezen die aansluit bij de religieuze achtergrond van gezinnen? En het is toch logisch dat onze kinderen naar dezelfde school kunnen gaan? Dan maar 32 in plaats van 28 kinderen in een klas, of een extra klas erbij.

Zo eenvoudig is het helaas niet. In Haarlem wordt er sinds een aantal jaren geloot. Niet op alle scholen, en niet op alle niveaus. De reden van deze loting is eigenlijk vrij eenvoudig. Je hebt als school een beperkt aantal lokalen en leerkrachten ter beschikking waarmee je een beperkt aantal kinderen kunt plaatsen. Even een lokaal extra neerzetten en een leerkracht aannemen gaat niet zo gemakkelijk. Want wat als er ieder jaar een lokaal en leerkrachten extra nodig zijn, en na vijf jaar het aantal aanmeldingen flink afneemt? Moet je dan weer gaan slopen? En het personeel ontslaan? Er is teveel sprake van golfbewegingen om hier structureel een oplossing voor te vinden.

De vraag is waarom deze golfbewegingen er zijn. Ligt het aan de kwaliteit van de scholen? Is de ene school beter dan de ander? En zouden de scholen dan niet meer hun best moeten doen om meer aanmeldingen te krijgen? Ook deze vraag is niet simpel te beantwoorden. Vaak wordt er binnen dezelfde school op het ene niveau wel geloot, en op het andere niveau niet. Dat hangt niet af van de schoolkwaliteit, maar van het aantal plaatsen en aanmeldingen. Ik durf wel te stellen dat er in Haarlem geen slechte scholen voor voortgezet onderwijs zijn. Verschillen, die zijn er wel. Er zijn kleine scholen, scholengemeenschappen, scholen die zich specialiseren in muziek, media, techniek, cultuur, talen, wiskunde etc. Maar goed en slecht, dat verschil is er nauwelijks. Wel zijn er scholen met een goede naam en scholen met een slechte naam. En dat is jammer, omdat dit niet altijd op feiten en waarheid gebaseerd is, maar vaak op een gevoel en ‘horen zeggen’. Het is gemakkelijk om een slechte naam op te bouwen, maar moeilijk om er vanaf te komen. Zeker met de toetscultuur  en de onderzoeken gebaseerd op alleen meetbare resultaten. Ontwikkeling van kinderen meten is meer dan alleen de toetsgegevens vergelijken.

Niemand zit te wachten op een loting. Ouders niet, leerkrachten niet, besturen niet maar vooral kinderen niet. Helaas is de praktijk niet zo maakbaar dat er precies evenveel aanmeldingen als plaatsen zijn. En dus zul je met een oplossing moeten komen. Er is vaak gesproken over de invoering van een keuze top 3  in plaats van 1, maar dan zul je zien dat nog steeds dezelfde scholen populair zijn en anderen niet. Geen oplossing voor het probleem. Ieder kind plaatsen op de plek van keuze kan ook niet, want dan zit je met een tekort en overschot aan lokalen en docenten.

En dus is loting een noodzakelijk kwaad. Hoewel, kwaad. Alle kinderen die ik in de klas heb gehad en zijn uitgeloot hebben het prima naar hun zin op de huidige school. Van belang zijn vooral de klas, de mentor, de leerkrachten en wat je er als kind zelf van maakt. Wel zijn er afgelopen jaren missers gemaakt in de communicatie, waardoor er teveel onzekerheid was bij kinderen en ouders. Hier is door de besturen en gemeente over nagedacht en komend jaar zullen de scholen eerst onderling bekijken of er voldoende plek kan worden gemaakt voor alle leerlingen op de juiste niveaus, zonder heel star van tevoren aan te moeten geven hoeveel plekken er zijn en waardoor je niet meer kunt schuiven. Hopelijk is er dan niet meer dan één loting nodig, want dat is er eigenlijk al één teveel.

Deze week stond in het Haarlems Dagblad dat het Eerste Christelijk Lyceum vanaf 2015 stopt met de zogenaamde voorrangsregeling. Hierbij mogen kinderen van leerkrachten voorafgaand aan een eventuele loting aangemeld worden, en dit geldt ook voor broertjes en zusjes. Deze regeling kunnen scholen naar eigen keuze hanteren. Ik ben inmiddels tot de conclusie gekomen dat, als je vooraf  selecteren mogelijk wilt maken, dit vooral moet kunnen omdat je als kind een bepaalde zorgbehoefte hebt, of kwaliteiten en interesses waar de school zich in specialiseert. Niet omdat je vader of moeder toevallig op de school (of zelfs binnen het bestuur) werkt of omdat je broertje of zusje op dezelfde school zit. Elk kind is anders, elk kind heeft behoeften en dat is niet per definitie familiair bepaald. Helaas is deze ruime keuzemogelijkheid niet haalbaar.

Sommige scholen zeggen dat ze de religieuze achtergrond van belang vinden. Ik merk in de dagelijkse praktijk weinig van de invulling van scholen, dat hoor ik ook terug van oud-leerlingen en ouders. Het wordt vooral gebruikt als argument om loting te voorkomen. Maar noodzakelijk is het niet. In het basisonderwijs kan ik een dergelijke voorrangsregeling begrijpen, vanwege praktische argumenten. Maar in het voortgezet onderwijs kan elk kind zelf naar school.

Laten we vooral de kinderen de keuze geven, en met elkaar proberen hier zo goed mogelijk op aan te sluiten, met gelijke kansen en mogelijkheden. En laten we met elkaar zorgen dat de kwaliteit op alle scholen van een dusdanig niveau is, dat elk kind tot zijn recht kan komen. Geef scholen de kans dit voor elkaar te krijgen, schroom niet om feedback te geven en grijp in als er fouten worden gemaakt. Daar wordt het onderwijs in Haarlem alleen maar beter van.

Op www.brugweb.nl is meer te lezen over de toelatingsprocedure in Haarlem.

Hoe denk jij hierover?