Tagarchief: vo

Voetstuk in plaats van flipperkast..

Leerkrachten op de basisschool moeten zich soms net bondscoach van het Nederlands elftal voelen. Ze zijn een bepalende schakel in het succes van een team (lees: klas) en er zijn 16 miljoen anderen die ófwel beter denken te weten hoe ze hun werk moeten uitvoeren, ofwel commentaar hebben op de manier waarop ze dat doen. Of het nou op verjaardagen ter sprake komt, in de krant staat of op televisie onderwerp van gesprek is: iedereen heeft een mening over het onderwijs. En dan heb ik het niet alleen over de kinderen, ouders en collega’s.

Is dit erg? Natuurlijk niet. Discussie voeren over een fantastisch vak is geen straf. Het houdt de leerkracht scherp. Het houdt het onderwijs scherp. Want meegaan in vernieuwingen is noodzakelijk als je met kinderen werkt. Zij groeien immers op in een steeds veranderende omgeving.

Maar laten we in hemelsnaam eens een einde maken aan de ‘flipperkast-politiek’ waarmee het onderwijs steeds te maken krijgt. Een voorbeeld:

Twee jaar geleden moest de eindtoets worden afgeschaft. Want het zou toch absurd zijn dat één toetsmoment de toekomst van een kind bepaalt terwijl de basisschool acht jaar lang ervaring en kennis heeft opgebouwd. Sinds afgelopen jaar is het professionele schooladvies eindelijk doorslaggevend. Nu kan de school eindelijk kiezen uit drie eindtoetsen en heeft deze toets in positieve gevallen een corrigerende werking. En jahoor, u voelt hem aankomen: de minister van onderwijs wil weer terug naar een meer bepalende eindtoets. De staatssecretaris die het basisonderwijs in zijn portefeuille heeft was overigens even niet in beeld.

De minister noemde met name de ‘ongelijkheid in kansen’ als argument om weer terug te gaan naar één eindtoets. Het feit dat in het verleden

  • sommige scholen extra oefenden voor de eindtoets,
  • ouders die wél het geld hadden veel ‘investeerden’ in bijles om de eindtoets goed te maken
  • en middelbare scholen werden afgerekend op de examenresultaten en dus soms bizar hoge eisen stelden bij de aanmelding is de minister blijkbaar ineens weer vergeten.

Het vroege selecteren en vervolgens weinig kansen geven tot op- en afstroom was volgens de minister niet meer aan de orde.

En nu bemoeit het OESO zich weer met het Nederlandse onderwijs. De onderzoekers pleiten voor een centrale eindtoets. Of we dat weer meteen willen veranderen. En waar minister Bussemaker sprak over ongelijkheid in kansen, vindt het OESO dat het Nederlandse onderwijs met kop en schouders boven uitsteekt stelsels in andere landen. ‘De gelijkheid ten opzichte van andere welvarende landen is groot.’ Dat is nog eens een eenduidig beeld..

Het feit dat we binnenkort voor de zesde keer Tweede Kamerverkiezingen in 15 jaar hebben en daarmee regelmatig andere bewindspersonen  maakt het allemaal niet stabieler.

Mijn advies: neem het onderwijs serieus. Bekijk eens na langere tijd het effect van het gevoerde beleid en zorg tussentijds voor evaluatie en analyse zodat problemen op tijd inzichtelijk zijn en aangepakt kunnen worden! ZONDER meteen het hele beleid op zijn kop te zetten! We hebben al genoeg aan ons hoofd! Zorg voor rust, uitdaging, professionalisering en beloon goed werk! Kom in contact met de uitvoerende krachten, en niet alleen met de schoolbesturen! Weet waar je het over hebt in de media, en gebruik dus niet de term ‘cito-toets’ als deze niet meer bestaat! Toon interesse! Zeker als je ook zo nodig een mening wilt geven!
Zet het onderwijs eens op een voetstuk in plaats van in een flipperkast.

Over adviezen, eindtoetsen en kansen in het onderwijs

De krantenkoppen liegen er niet om: ‘Geen gelijke kansen in het onderwijs’, ‘Cito-toets’ moet terug’. Nu het advies van de  basisschool de doorslag geeft zouden de kansen in het onderwijs niet gelijk zijn voor elk kind en klinkt de roep om de cito-toets terug te halen. Waarom is dit een slecht idee?

Laten we eerst kijken waarom we de verplichte ‘cito-toets’ hebben afgeschaft. Want ja, dé cito-toets bestaat niet meer. Er zijn drie eindtoetsen waar scholen gebruik van kunnen maken. Daarvan wordt er één ontwikkeld door Cito, maar er zijn ook eindtoetsen van A-Vision en Bureau ICE. Jaren geleden gaf de citotoetsscore de doorslag voor het bepalen van het onderwijsniveau van een groep acht leerling. Dus acht jaar onderwijs en kennis over de kinderen werden getoetst binnen drie dagen en samengevat in één getal tussen de 500 en 550, op basis waarvan het gepaste advies werd gegeven. Had je een slechte week als leerling, jammer dan. Vaardigheden waren blijkbaar niet nodig om een bepaald onderwijsniveau te halen, deze werden immers ook niet getoetst. Ontwikkeling speelde ook geen rol.

Na jarenlange strijd binnen het onderwijs is deze manier van ‘selectie aan de deur’ eindelijk voorbij. Basisscholen gebruiken hun opgebouwde kennis over de kinderen en hun ontwikkeling om tot een advies te komen. Meestal in combinatie met de zgn leerlingvolgsysteemtoetsen van cito, waarbij niet gekeken wordt naar één toetsmoment maar naar de ontwikkeling van groep 6 t/m groep 8.

Natuurlijk zijn er wel eens twijfels. Leerkrachten hebben geen glazen bol waarin ze de onderwijsloopbaan van hun groep achters mee kunnen voorspellen. Omdat in sommige gevallen een objectieve toets kan meehelpen in de advisering wordt in april door alle basisscholen verplicht een eindtoets afgenomen. Niet de cito-toets dus, scholen kunnen kiezen uit drie gecertificeerde toetsen. Wanneer het bij de uitslag passende onderwijsniveau lager is dan het advies, verandert er niets. Het kan zijn dat een kind een slechte dag had.. Wanneer het bijpassende onderwijsniveau hoger is dan het schooladvies, dan is de basisschool verplicht het advies te heroverwegen. En in overleg met de ouders en het kind kan het advies nog worden bijgesteld naar boven.

Genoeg mogelijkheden dus om kinderen met van huis uit ‘minder kansen’ op basis van een objectieve toetsscore een advies te geven passend bij de ontwikkelingsmogelijkheden. Zonder kinderen onrecht aan te doen door één enkele toetsscore bepalend te maken voor de schoolloopbaan.

Is alles dan goed georganiseerd? Nee, dat zou te makkelijk zijn. We delen kinderen veel te vroeg in op één niveau. In het voortgezet onderwijs zouden de op- en afstroommogelijkheden groter moeten zijn zonder dat de scholen daarbij worden afgerekend. Zijn het niet dezelfde kranten met hun ‘examenlijstjes’ die nu roepen dat de kansen niet gelijk zijn?

Daarnaast blijft de terugkoppeling van het voortgezet onderwijs naar het basisonderwijs belangrijk. Monitor de advisering goed, kijk hoe de kinderen het op de diverse scholen doen na hun advies en geef dit terug aan de basisscholen. Samen zullen we moeten zorgen voor zoveel mogelijk kansen voor alle kinderen.

Overigens, toen de ‘citotoets’ nog leidend was schoten de ‘bijles-bureaus’ als paddestoelen uit de grond. Ouders die het zich konden veroorloven lieten kinderen oefenen, net zolang tot ze de toets op het gewenste niveau konden maken. Zijn dat gelijke kansen?

Geef het onderwijs nu eens het vertrouwen, zonder na een jaar alweer af te geven en terug te willen naar oude systemen. 10 Miljoen bondscoaches zijn al vervelend, maar daar heeft slechts één bondscoach last van. We hebben het nu over tienduizenden professionals die bewust gekozen hebben voor het onderwijsvak, omdat zij echt willen bijdragen aan de ontwikkeling van de toekomst: de kinderen die nu op school zitten.

Oh, een persoonlijke noot voor minister Bussemaker, staatssecretaris Dekker en alle kranten die over dit onderwerp schrijven: stop met de term cito-toets wanneer jullie het hebben over de eindtoets.  Cito is een merk, we noemen ook niet alle auto’s BMW..

 

 

Gemengde brugklas, dakpanklas, opstroomklas: zoek het uit!

Het is een ingewikkelde klus. Nadat je je advies hebt gekregen van de basisschool een top vijf samenstellen uit 28 middelbare scholen. Daar hebben alle kinderen die in groep acht zitten in Zuid-Kennemerland mee te maken.

Uniek in deze regio is de manier waarop er gecommuniceerd wordt naar kinderen en ouders over oa de aanmeldingsprocedure, lotingsprocedure en andere benodigde informatie. Het ‘brugboek’ is inmiddels een onmisbaar fenomeen. In dit boek staat een overzicht van de verschillende procedures, een introductie van twee pagina’s geschreven door alle 28 middelbare scholen en een handige kalender met een overzicht van alle open dagen, informatie-avonden en meeloopdagen. Alle kinderen in groep 8 in Zuid-Kennemerland ontvangen het brugboek. Dat helpt ze in hun keuzetraject.

De basisschool geeft geen schooladvies. Dat kan ook niet, aangezien er geen blauwdruk is voor de mate van succes van elke middelbare schoolcarrière. Dat is afhankelijk van de klas, de mentor, de leerkrachten en met name de kinderen zelf en hun thuisomgeving. Wel kan de school inzicht geven in de manier waarop scholen werken en hun school georganiseerd hebben.

Zoals bijvoorbeeld de brugklassen. Hoewel? Ook groep 8 leerkrachten lopen tegen de veelzijdigheid in brugklassystemen aan: dakpanklassen, opstroomklassen, gemengde brugklassen, havo+ klassen. Wat betekenen deze termen eigenlijk? Ik heb geprobeerd hier enige duidelijkheid in te brengen door middel van onderstaand overzicht.

Gelukkig kennen wij geen slechte scholen zijn in Zuid-Kennemerland . Ook wanneer je, ondanks de kleine kans, uitgeloot wordt staat de regio garant voor een passende plek voor elk kind op een goede school. Maar aangezien er nu echt een top vijf gemaakt moet worden is het wenselijk dat volgend jaar alle middelbare scholen duidelijk aangeven hoe ze de brugklassen organiseren en op welk niveau er les wordt gegeven. Een aantal scholen doet dit al, op naar 100% duidelijkheid!

Het overzicht tot nu toe, gebaseerd op het brugboek, de websites van de scholen en telefonisch contact waar mogelijk. Geen garantie dus voor 100% betrouwbaarheid, dit is wat ik uit alle informatie op kan maken.

1) Ik heb overal in enkelvoud geschreven, aantal brugklassen staan soms op de school-websites)
2) Vmbo-t is gelijk aan Mavo)


Atheneum College Hageveld
Atheneum met keuzevak Latijn (geldt voor alle brugklassen)

Coornhert Lyceum
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas
Havo/vwo brugklas*
Vmbo-t/havo brugklas*

* ‘Zowel in de gemengde havo/vwo- als de vmbo-tl/havo brugklas wordt er gedurende het gehele schooljaar per vak basisstof, herhalingsstof en verrijkingsstof aangeboden.
De beheersing van de basisstof leidt in ieder geval tot een bevordering vanuit de havo-vwo brugklas naar 2 havo en tot een bevordering vanuit de vmbo-tl-havo brugklas naar 2 vmbo-tl (= vmbo theoretische leerweg). Wanneer ook de verrijkingsstof goed is verwerkt, hetgeen onder meer blijkt uit betere cijfers voor schriftelijke overhoringen en proefwerken, vindt bevordering naar een hoger type vervolgklas plaats.’

Daaf Geluk
Leerwegondersteunden onderwijs vmbo-t / vmbo-k

Duin en Kruidberg Mavo
Mavo brugklas (lessen op niveau mavo)
Mavo/Havo brugklas (lessen gericht op doorstroom naar 2Havo, op een andere school)

Eerste Christelijk Lyceum
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas
Havo brugklas

In het eerste jaar van de Havo wordt gekeken naar de ontwikkeling van de kinderen, niet alleen naar resultaten maar ook naar vaardigheden en motivatie. Op basis hiervan kan besloten worden in dezelfde klas leerstof op Atheneum-niveau aan te bieden. Doorstroom naar 2 Atheneum is daarbij mogelijk.

Gymnasium Felisenum
Gymnasium brugklas

Prof. Dr. Gunningschool
Voortgezet speciaal onderwijs cluster IV gericht op vmbo-k en mavo

Haarlem College
Vmbo-b basis brugklas
Vmbo-b kader brugklas
Vmbo-b kader / Mavo brugklas

Haemstede-Barger Mavo
Mavo brugklas
Mavo/Havo doorstroom brugklas (Havo op een andere school, samenwerking met ECL)

Hartenlustschool Bloemendaal
Mavo brugklas

Ichthus Lyceum
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas (na halfjaar opstroom gymnasium mogelijk)
Havo brugklas

Kennemer Lyceum
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas
Havo brugklas

(door speciale omstandigheden kan havo/atheneum brugklas mogelijk zijn)

Maritiem College IJmuiden
Gemengde leerweg
Vmbo-b kader
Vmbo-b basis

Eerste twee jaar geen onderscheid in niveau.

Mendelcollege
Gymnasium / Atheneum TTO brugklas
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas
Havo brugklas
Mavo brugklas

In het schema in brugboek en op de schoolsite staan andere niveaus tussen haakjes. Dit geeft niet het niveau van de lesinhoud aan, maar de mogelijkheid tot opstromen. Aan het eind van het eerste jaar wordt gekeken naar het gemiddelde en de werkhouding en op basis daarvan eventueel gekozen voor opstromen. Met andere woorden: in de Mavo (Havo) brugklas wordt op Mavo-niveau lesgegeven.

Ik meen dat je aan het eind voor de vakken gemiddeld een 7,5 moet staan om door te kunnen stromen. (Sj)

Het Molenduin
School voor Voortgezet Speciaal Onderwijs
Praktijkprofiel gericht op: arbeid; vervolgonderwijs, arbeidsmatige dagbesteding

Montessori College Aerdenhout
Mavo brugklas (lessen op niveau mavo)
Mavo/Havo brugklas (na twee jaar gekeken naar eventuele doorstroom naar Havo, op basis van gemiddelde, op een andere school)

In tegenstelling tot wat veel mensen zeggen is er geen structurele samenwerking met het Sancta Maria.

Oost ter Hout
Praktijkonderwijs

Paulus mavo/vmbo
Leerwegondersteunend onderwijs Vmbo-t

Rudolf Steiner College
Havo/Vwo brugklas  (leerlingen met Havo of Vwo advies, daadwerkelijk gemengd)
Mavo/Havo brugklas (leerlingen met Havo of Mavo advies, daadwerkelijk gemengd)
Mavo Spaarnestroom (leerwegondersteuning)

Na twee jaar brugklas wordt een keuze voor Havo of Vwo gemaakt, waarbij Havo in vijf en zes jaar wordt aangeboden.

Sancta Maria
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas
Vwo / Havo brugklas

De site en brugboek vermelden dat ‘je kiest’ voor een brugklas. Onduidelijk is in hoeverre er sprake is van keuze en waarop deze keuze wordt gebaseerd. Volgende week meer informatie hierover. (Sj)

Praktijkschool De Schakel
Praktijkonderwijs

Het Schoter
Vwo TTO brugklas
Vwo brugklas
Havo brugklas
Mavo brugklas
Havo opstroomklas (lesinhoud op Vwo-niveau)
Mavo opstroomklas (lesinhoud op Havo-niveau)

Na het eerste jaar wordt bepaald of leerlingen opstromen naar het ‘hogere’ niveau. Op de site van het Schoter staan bij downloads alle toelatingsnormen.

Stedelijk Gymnasium
Gymnasium brugklas

Sterren College Haarlem
Vmbo-b (zowel basis als kader) brugklas
Vmbo-t brugklas
Alle niveaus Leerwegondersteuning mogelijk

Technisch College Velsen
Vmbo-b (lwoo)
Gemengde leerweg: Technische Mavo
Eerste twee jaar dezelfde brugklas.

Tender College IJmuiden
Vmbo (lwoo)
Praktijkonderwijs
Combi-onderbouw (tussen vmbo-b lwoo en praktijkonderwijs in)

Vellesan College
Vwo / Havo brugklas (eerste en tweede jaar bij elkaar)
Mavo brugklas
Vmbo-b brugklas

Wim Gertenbach College Zandvoort
Havo onderbouw (soms aparte klas, soms gemengd met Mavo), vervolg op een andere school.
Mavo brugklas
Mavo brugklas (lwoo)
(onduidelijk is nu nog wanneer je van Mavo naar Havo kunt overstappen)

We gaan er vanuit dat elke school oog heeft voor mogelijke opstroming, maar er zitten dus wel degelijk verschillen in de manier waarop dit wordt georganiseerd.

Kijk dus goed wat de betekenis is van een gemengde brugklas, op welk niveau er les wordt gegeven en op basis van welke normen een leerling kan opstromen.  En of je dan op dezelfde school kunt blijven of niet. Er valt wat te kiezen!

Basisschooladvies leidend criterium voor het voortgezet onderwijs

Deze week werd ik op Facebook gewezen op het artikel “Finland: “Punten geven is bij wet verboden”. Hierin wordt een bezoek van vier Vlaamse onderwijzers aan Finland beschreven. Ze verbazen zich oa over het traditionele karakter, de ruimte die gegeven wordt voor spel en beweging, de wisseling van leerkrachten om elkaars groepen les te geven en het verbod om punten te geven.

Dit laatste  sluit aan bij een belangrijke verandering die we in onze regio Zuid-Kennemerland hebben toegepast in de toelatingsprocedure van primair naar voortgezet onderwijs. Letterlijk staat er vanaf dit jaar:

‘Het basisschooladvies is het leidend criterium voor het vervolgonderwijs en dient kwalitatief onderbouwd te worden. Daarbij kijkt de school onder andere naar:

  • de aanleg en de talenten van een leerling;
  • de leerprestaties;
  • de ontwikkeling tijdens de hele basisschoolperiode;
  • de concentratie, de motivatie, het doorzettingsvermogen en andere schoolse vaardigheden van een leerling.

Het basisschooladvies is gebaseerd op de leerprestaties van een leerling gedurende een aantal jaren. Een leerling kan zich alleen aanmelden op een school die het soort onderwijs aanbiedt dat in het basisschooladvies staat. De school voor voortgezet onderwijs mag bij toelating geen gebruik maken van extra toetsen voor het bepalen van het niveau van de leerling. Ook mag zij zich bij de toelating niet baseren op andere toetsen die leerlingen op de basisschool maken.’

Waarom deze verandering zo belangrijk is? De toelatingsprocedure gaat nu uit van de kwaliteit en ervaring van de basisschool en de kracht van de basisschoolleerling. Ze gaat nog meer uit van ontwikkeling in plaats van afrekening.

Wat deze verandering te maken heeft met het Finse systeem? Natuurlijk wordt er, overigens net als in Finland, nog steeds getoetst. Je hebt als school instrumenten nodig om kinderen te kunnen observeren en hun ontwikkeling in kaart te brengen. Toetsen zijn daar onderdeel van. Maar de manier waarop de toetsuitslagen gebruikt worden is van belang. In het verleden kon het gebeuren dat kinderen keihard op deze toetsresultaten werden afgerekend. Ze moesten voldoen aan  bepaalde minimumscores om toe te worden gelaten op het voortgezet onderwijs. Niet alle VO-scholen, maar wel een groot aantal hield zich vast aan deze minimumscores. Sterker nog, sommige scholen verhoogden de norm. Immers: hoe hoger de instroomscores hoe groter de kans op een hoog slagingspercentage, zo moet men af en toe gedacht hebben. Ik denk dat je de ontwikkeling in vier, vijf of zes jaar zou moeten meten om scholen te beoordelen in plaats van het eindresultaat. Dit terzijde.

Nu worden de toetsen wel door de basisscholen méegenomen in de totstandkoming van het advies. Ze zullen met een gedegen, goed beargumenteerd advies moeten komen, ondersteund door gegevens uit een leerlingvolgsysteem. De toetsuitslagen mogen niet meer gebruikt worden om kinderen af te wijzen. We geven kinderen de kans zich te ontwikkelen, want op je elfde of twaalfde in groep 8 ben je daar nog lang niet klaar mee.

Dus let op meesters en juffen van de basisschool: jullie hebben een grote verantwoordelijkheid!

Het is een belangrijke taak voor het basisonderwijs om te zorgen dat de adviezen op een goede manier tot stand komen. Ze krijgt meer vrijheid en zal deze vrijheid op een verantwoorde manier moeten gebruiken. Niet uitgaan van uitstroomcijfers, maar van de kinderen die acht jaar hebben laten zien waartoe zij in staat zijn. Uitgaan van mogelijkheden van de kinderen, mits ze realiseerbaar zijn. Hopelijk kijken we over enkele jaren terug op een verbetering van de adviezen en een verlaagde afstroom binnen het voortgezet onderwijs.

Een laatste opmerking dan. Vanaf volgend jaar is de Eindtoets verplicht. Er zijn er inmiddels drie op de markt. De kinderen zijn al aangemeld en ingeschreven wanneer de uitslag van deze toets richting basisschool en ouders gaat. De toets is primair bedoeld om de opbrengst van scholen te meten en niet om een onderwijsniveau te adviseren. Wanneer de uitslag lager is dan het gegeven advies, verandert er niks. Wanneer de uitslag hoger is kan de school in overleg met ouders kiezen voor een heroverweging. Op basis daarvan zou er nog een verandering kunnen plaatsvinden. Eén toetsgegeven kan dus alsnog van invloed zijn, maar dan wel uitgaande van een positieve ontwikkeling bij kinderen. Zoals Arnold Jonker van de Inspectie van het Onderwijs  wordt geciteerd in het Haarlems Dagblad: ,,Een hoog advies stimuleert dat een kind een goed niveau haalt.’’

Het artikel over Finland vind je hier op de website van klasse.be

De hele toelatingsprocedure voor Zuid-Kennemerland en meer over de overgang PO-VO in deze regio is hier te lezen

Klik hier voor de onderwijsspecial in het Haarlems Dagblad

Elke leerling telt!

Elke leerling telt?

Vanaf het moment dat de puberteit begint, komen we langzaam in aanraking met belangrijke vraagstukken . Wie ben je? Wat wil je uitdragen? Bij welke groep wil je horen? Of bewust nergens bij? Welk vakantiebaantje neem je? Wie zijn je vrienden? Wat valt er te ontdekken?

Het zoeken naar antwoorden op deze vragen resulteert in het moeten maken van belangrijke keuzes. Wat zou je willen studeren? Ga je op kamers of blijf je thuis wonen? Wat doe ja na de studie? Reizen, werken, doorstuderen? Waarin investeer je? In je relatie, vrienden, werk, jezelf?

Het maken van keuzes…
Het maakt ons tot wie we zijn, waar we voor staan. Alles wat jij beslist heeft invloed op het verloop van jouw leven en dat van anderen. Ook willen we graag dat anderen rekening met ons houden.  We hebben immers onze wensen, eisen, maniertjes en onmogelijkheden. Waarschijnlijk merken we allemaal hoe lastig dat kan zijn,  zeker omdat we niet overal invloed op hebben.

Vertalen we dit naar het onderwijs, dan blijkt dat we weinig geleerd hebben van onze eigen ervaring. Keuzes maken is belangrijk, maar wel op basis van argumenten, vergelijken en ervaring. En wat doen we vervolgens? In groep acht geven we kinderen een advies en op basis daarvan laten we ze een school kiezen. Als ze op het vmbo-b terechtkomen moeten ze direct al rekening houden met de verschillende richtingen. Wil ik de kant van de horeca op, de zorg of de media? Op het vmbo-t worden ze na twee jaar geconfronteerd met het kiezen van een profiel, op de HAVO na drie jaar en op het VWO na vier jaar. Waar vroeger alle scholengemeenschappen gemengde brugklassen hadden waarbij kinderen nog de kans hadden zich te ontwikkelen, komen deze gemengde klassen steeds minder voor. Ook wordt de mogelijkheid om door te ontwikkelen vaker gebaseerd op cijfers en veiligheid, in plaats van op stimuleren en durf. Ligt dit aan het onderwijs zelf? Voor een deel. Eigen verantwoordelijkheid nemen is belangrijk en het blijft mooi om te zien dat veel scholen dit blijven doen . Ondanks het feit dat onze regering (en daarmee de maatschappij) meer waarde hecht aan eindtoetsen, enkele meetmomenten en scholen afrekent op hun examenresultaten. Of kinderen zich als mens ontwikkelen, creatieve, innovatieve en organisatorische vaardigheden  beheersen waarmee ze zich kunnen onderscheiden met de rest van de wereld komt op de achtergrond te staan. Cijfers = meten, cijfers = weten. Dat is het motto dat centraal staat.

Ontwikkeling verdwijnt uit het onderwijswoordenboek. Dat elk mens zich op een eigen manier ontwikkelt en in een bijpassend tempo, daar hebben we geen boodschap aan. Je hoort te passen in een profiel, opgesteld voor de gemiddelde mens. Was Rembrandt een gemiddeld mens? Antoni van Leeuwenhoek? Johan Cruijff? Annie M.G. Schmidt? Freddy Heineken?  Natuurlijk verwachten we niet dat iedereen uitzonderlijke kwaliteiten heeft. Maar laten we wel uitgaan van het feit dat iedereen uitzonderlijk is. Dat we mensen, en daarmee te beginnen kinderen, ruimte en tijd geven hun kwaliteiten en tekortkomingen te ontdekken. Dat kan wat mij betreft samengaan met structuur, toetsing en reflectie.

Keuzes maken is belangrijk. Of ze nu voordelig of nadelig uitpakken, je leert ervan. Alleen betekent keuzes maken wel dat je dat gefundeerd mag doen. Geef kinderen de kans te beginnen met het stellen van vragen en het zoeken naar antwoorden.  Zorg dat je hun ontwikkeling stimuleert. Probeer het beste te bereiken binnen het systeem waarin je moet werken. Mensen in het onderwijs doen hun uiterste best om te voldoen aan de steeds hogere verwachtingen. Laten we ze helpen en het systeem de komende jaren aanpassen zodat iedereen de kans krijgt die hij verdient om zich te ontwikkelen.

Dat kan drastisch, dat moet misschien ook. In één klap het onderwijs en de professionals veranderen is lastig, dat weet ik. Dat is misschien onmogelijk en moet je niet verwachten. Maar we kunnen beginnen met een verandering in onze cultuur. Eén waar plek is voor vertrouwen aan de school die in samenwerking met ouders samen zorgdraagt voor ontwikkeling. Een ontwikkelcultuur in plaats van een afrekencultuur. Het is belangrijk eisen te stellen en professionals hierop aan te spreken, dat mag alleen niet ten koste gaan van de kwaliteit. We willen geen onderwijs dat kinderen voorbereidt op toetsen, we willen onderwijs waarbij de kans op ontwikkeling optimaal is. Letterlijk staat er in de kerndoelen:

Ik vind het belangrijk dat scholen de ruimte krijgen om eigen keuzes te maken, keuzes die passen bij de school en de omgeving van die school. De nieuwe kerndoelen sluiten daar goed op aan.

Scholen krijgen zo de ruimte om keuzes te maken die passen bij het eigen profiel. Want elke school is uniek, elke leerling is uniek, elke leerling telt. 

Mooie woorden. Fijn dat scholen ruimte krijgen om eigen keuzes te maken. Laten we de kinderen hier alleen niet mee lastig vallen. Kinderen horen de ruimte krijgen zich te ontwikkelen, want elke leerling telt.