Tagarchief: po

Megaklassen, ophokplicht en Luizenmoeder

Megaklassen. Ja, u leest het goed, het ministerie denkt serieus na over megaklassen. Er is een tekort aan leraren. Nu kun je dat probleem oplossen door meer leraren aan te trekken, zou je denken, maar het ministerie doet tegenwoordig aan ‘omdenken’: hoe groter de klassen, hoe minder leraren. En dan was daar deze week natuurlijk de griepprik. Want als we de leraren inenten worden er minder ziek, en is het tekort ook snel weg.

We dachten dat het niet erger kon. Maar als er op deze wijze wordt doorgedacht, hebben we het over een maand over de plofklas. Geen bio-industrie maar onderwijs-industrie. Voor je het weet krijgen we een partij voor de leerkrachten: voor duurzaam onderwijs en tegen ophokplicht.

Misschien moet het ministerie zich eens richten op de oorzaken van het lerarentekort. Waarom is het aantal burn-outs in deze sector zo hoog? Waarom stoppen jonge leraren na een paar jaar werken? Heeft dat misschien met werkdruk te maken? Met de beperkte mogelijkheden tot doorgroeien? Met de grote klassen waar kinderen op bijna individueel niveau geholpen moeten worden, ondanks het feit dat er sinds de wet Passend Onderwijs meer kinderen met specifieke zorg in de klas zitten? Heeft het te maken met de hoge verwachtingen van ouders, besturen, politiek en maatschappij? Meer eisen, minder faciliteren? Komt het doordat je met hetzelfde opleidingsniveau in het voortgezet onderwijs veel beter verdient en dus beter daar kunt gaan werken?

Genoeg om over na te denken, maar de wetgever lijkt al jaren in dezelfde tunnel te rijden, zonder naar de omgeving te kijken en een nieuwe afslag te durven nemen.

Een eenvoudige tip: als er een tekort aan leraren is zal je moeten zorgen dat er méér leraren komen. Opgeleide leraren welteverstaan, want de kwaliteit willen we ook nog eens hoog houden. Dat betekent goede en aantrekkelijke opleidingen. Begeleiding voor startende leraren. Mogelijkheden om door te groeien. Een salarisschaal die gelijk is aan docenten op het VO. Klassen van rond de 23 kinderen, zodat je elk kind de aandacht kunt geven die het verdient. Mét klassenassistenten. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Overigens mag de leerkracht zelf ook wel aan de bak. Want hoewel De Luizenmoeder op hilarische wijze het onderwijs weet neer te zetten, teveel is herkenbaar in de praktijk. Zorg als leerkracht dat je je vak serieus neemt. Blijf jezelf scholen. Uitdagen. Klaag niet over wat er allemaal mis is. Neem je verantwoordelijkheid en doe er wat aan. Durf te leren en te reflecteren. Samen maak je het onderwijs beter. Pas dan dwing je respect af.

 

Leestip: https://www.aob.nl/nieuws/acht-vragen-over-megaklassen-met-assistenten/

Leestip: https://www.bndestem.nl/breda/lerarentekort-straks-zit-je-kind-1-a-2-keer-per-maand-thuis~aa016a5f/

Onderwijs is prachtig, en belangrijk. Dat ziet de leerkracht wel, maar de bestuurder niet.

Het is allemaal niet zo ingewikkeld. Kinderen die nu op de basisschool zitten vormen de toekomstige generatie. Een generatie die opgroeit in een welvarend, goed ontwikkeld land. Een klein land met relatief grote invloed. Kansen genoeg. En dat is nodig ook, gezien de problemen waar wij nu en zij in de toekomst mee te maken krijgen. Denk aan vergrijzing, maar ook aan wereldproblemen zoals klimaatverandering, oorlogsgeweld en armoede. Willen we de toekomstige generatie klaarstomen voor deze uitdagingen, waar wij medeverantwoordelijk voor zijn, dan vraagt dat om een investering. Willen we dat Nederland zo ontwikkeld en welvarend blijft zoals het nu is, dan vraagt dat om een investering. In goed onderwijs.

Als wij goed en passend onderwijs willen geven, dan zijn daar ook goede en passende middelen voor nodig. Klassen met 24 kinderen in plaats van 30. Voldoende ICT-middelen. Meer onderwijsondersteunend personeel. Minder administratieve lasten.

Als wij ons onderwijs en de toekomstige generatie echt serieus nemen, dan investeren we in de mensen die het werk uitvoeren. Goed opgeleide leerkrachten. Willen we deze leerkrachten behouden, dan investeren we in een passend salaris. En ja, dan is het verkeerd om te spreken van ‘nog meer geld. Want, en dan kijk ik met name de VVD van Mark Rutte aan, de kabinetten van Rutte en Balkenende hebben liggen slapen. Jarenlange nullijn, het verschil in salaris van docenten in het VO en leerkrachten in het PO laten oplopen. Maar daarentegen wel staan voor de invoering van passend onderwijs waarbij de verschillen in ontwikkeling van kinderen in één klas verder zijn opgelopen. Meer vragen van de leerkracht, minder faciliteren om dit werk goed uit te voeren.

Te weinig wíllen doen om het onderwijs echt een impuls te geven. Willen doen, want het gaat om hier om politieke keuzes.

En daarom staak ook ik.

Want ik maak mij zorgen. En met mij vele anderen. We zien het nu al gebeuren: teveel uitval van (ook startende) collega’s door burn-outs, teveel kinderen in één klas, te weinig leerkrachten in de toekomst om alle klassen te voorzien.

Onderwijs is prachtig, en belangrijk. Dat ziet de leerkracht wel, maar de bestuurder niet.

Geen woorden maar daden

Schermafbeelding 2017-06-06 om 23.29.28

Laatst zei iemand tegen mij: ‘Heb je ook gelezen over die nieuwe actie van de leraren? Ze vinden de werkdruk weer te hoog en verdienen nog steeds te weinig. Dat roepen ze nou al jaren. Daar word je toch een beetje moe van? Doe gewoon je werk, of ga iets anders doen! Toch?’

Ik heb dat maar even gelaten. Tot vandaag. Mijn antwoord zou als volgt luiden:

Waarom denk je dat dit nu al jaren wordt geroepen?

Omdat de klassen inmiddels kleiner zijn geworden, en de lokalen groter? Omdat de administratieve druk minder is geworden? Omdat de eisen van ouders lager zijn dan voorheen? Omdat er minder rekening gehouden hoeft te worden met de diversiteit in de klas, op sociaal en cognitief niveau? Omdat het salaris van basisschoolleerkrachten inmiddels gelijk is getrokken aan dat van docenten in het voortgezet onderwijs? Omdat het ziekteverzuim laag is? Het aantal (jonge) leerkrachten stijgt? De waardering van het beroep basisschoolleerkracht de afgelopen jaren is gestegen?

Natuurlijk niet. Je mag bijna blij zijn dat er, ondanks dit alles, nog zoveel mensen dagelijks voor de klas staan. Hierboven staan precies de redenen waarom deze roep tot actie juíst vandaag en morgen gehoord moet worden.

Er wordt inderdaad al jaren geroepen, omdát er al jaren te weinig aan wordt gedaan.

Ik werk nu 15 jaar in het onderwijs. Nog steeds met plezier. Want het is een prachtvak. Ik heb het geluk te werken op een fijne school, met een fijn team. Maar vandaag de dag lesgeven is niet  te vergelijken met mijn beginjaren. En dat zou ook niet goed zijn, want de kinderen veranderen, net als de wereld om hen heen. Stel daarom ook het onderwijs in staat mee te veranderen.

Ik wil niet alleen dat het ziekteverzuim omlaag gaat en het aantal burn-outs daalt. Nee, ik wil dat leerkrachten perspectief hebben. Om zich te ontwikkelen. Om mee te groeien met de kinderen. Om zich te blijven scholen. Om te kunnen voldoen aan de eisen die aan hen gesteld worden. Want dat willen leerkrachten ook. Om samen met de ouders te zorgen voor een goede ontwikkeling van onze kinderen. Dat geldt voor leerkrachten die al langer in het onderwijs werken, en voor nieuwe jonge leerkrachten die we binnen moeten halen.

Goed basisonderwijs, daar is niemand op tegen. Daar plukken we allemaal de vruchten van. Dat kost energie, en dat kost geld. Omdat we goed onderwijs in ons land van belang vinden.

Alleen woorden zijn niet voldoende. Dat hebben we afgelopen weekend wel gemerkt.

Goed onderwijs wordt gegeven door goede leerkrachten. Goede leerkrachten hebben plezier in hun vak en willen hun vak zo goed mogelijk uitoefenen, zonder die motivatie kies je niet voor het onderwijs. Maar goede leerkrachten kunnen zich ook ontwikkelen, worden gewaardeerd en in staat gesteld hun ervaring te gebruiken en te delen. Dat mag niet afhankelijk zijn van een schoolbestuur of een schooldirectie, dat hoort in Nederland algemeen beleid te zijn.

Goede leerkrachten laten we niet opbranden. Die laten we niet in de steek. Die laten we dus niet jaar in jaar uit roepen. Want daar word niet alleen ik een beetje moe van, daar worden we allemaal enorm moe van.

www.poinactie.nl

Voetstuk in plaats van flipperkast..

Leerkrachten op de basisschool moeten zich soms net bondscoach van het Nederlands elftal voelen. Ze zijn een bepalende schakel in het succes van een team (lees: klas) en er zijn 16 miljoen anderen die ófwel beter denken te weten hoe ze hun werk moeten uitvoeren, ofwel commentaar hebben op de manier waarop ze dat doen. Of het nou op verjaardagen ter sprake komt, in de krant staat of op televisie onderwerp van gesprek is: iedereen heeft een mening over het onderwijs. En dan heb ik het niet alleen over de kinderen, ouders en collega’s.

Is dit erg? Natuurlijk niet. Discussie voeren over een fantastisch vak is geen straf. Het houdt de leerkracht scherp. Het houdt het onderwijs scherp. Want meegaan in vernieuwingen is noodzakelijk als je met kinderen werkt. Zij groeien immers op in een steeds veranderende omgeving.

Maar laten we in hemelsnaam eens een einde maken aan de ‘flipperkast-politiek’ waarmee het onderwijs steeds te maken krijgt. Een voorbeeld:

Twee jaar geleden moest de eindtoets worden afgeschaft. Want het zou toch absurd zijn dat één toetsmoment de toekomst van een kind bepaalt terwijl de basisschool acht jaar lang ervaring en kennis heeft opgebouwd. Sinds afgelopen jaar is het professionele schooladvies eindelijk doorslaggevend. Nu kan de school eindelijk kiezen uit drie eindtoetsen en heeft deze toets in positieve gevallen een corrigerende werking. En jahoor, u voelt hem aankomen: de minister van onderwijs wil weer terug naar een meer bepalende eindtoets. De staatssecretaris die het basisonderwijs in zijn portefeuille heeft was overigens even niet in beeld.

De minister noemde met name de ‘ongelijkheid in kansen’ als argument om weer terug te gaan naar één eindtoets. Het feit dat in het verleden

  • sommige scholen extra oefenden voor de eindtoets,
  • ouders die wél het geld hadden veel ‘investeerden’ in bijles om de eindtoets goed te maken
  • en middelbare scholen werden afgerekend op de examenresultaten en dus soms bizar hoge eisen stelden bij de aanmelding is de minister blijkbaar ineens weer vergeten.

Het vroege selecteren en vervolgens weinig kansen geven tot op- en afstroom was volgens de minister niet meer aan de orde.

En nu bemoeit het OESO zich weer met het Nederlandse onderwijs. De onderzoekers pleiten voor een centrale eindtoets. Of we dat weer meteen willen veranderen. En waar minister Bussemaker sprak over ongelijkheid in kansen, vindt het OESO dat het Nederlandse onderwijs met kop en schouders boven uitsteekt stelsels in andere landen. ‘De gelijkheid ten opzichte van andere welvarende landen is groot.’ Dat is nog eens een eenduidig beeld..

Het feit dat we binnenkort voor de zesde keer Tweede Kamerverkiezingen in 15 jaar hebben en daarmee regelmatig andere bewindspersonen  maakt het allemaal niet stabieler.

Mijn advies: neem het onderwijs serieus. Bekijk eens na langere tijd het effect van het gevoerde beleid en zorg tussentijds voor evaluatie en analyse zodat problemen op tijd inzichtelijk zijn en aangepakt kunnen worden! ZONDER meteen het hele beleid op zijn kop te zetten! We hebben al genoeg aan ons hoofd! Zorg voor rust, uitdaging, professionalisering en beloon goed werk! Kom in contact met de uitvoerende krachten, en niet alleen met de schoolbesturen! Weet waar je het over hebt in de media, en gebruik dus niet de term ‘cito-toets’ als deze niet meer bestaat! Toon interesse! Zeker als je ook zo nodig een mening wilt geven!
Zet het onderwijs eens op een voetstuk in plaats van in een flipperkast.

Over adviezen, eindtoetsen en kansen in het onderwijs

De krantenkoppen liegen er niet om: ‘Geen gelijke kansen in het onderwijs’, ‘Cito-toets’ moet terug’. Nu het advies van de  basisschool de doorslag geeft zouden de kansen in het onderwijs niet gelijk zijn voor elk kind en klinkt de roep om de cito-toets terug te halen. Waarom is dit een slecht idee?

Laten we eerst kijken waarom we de verplichte ‘cito-toets’ hebben afgeschaft. Want ja, dé cito-toets bestaat niet meer. Er zijn drie eindtoetsen waar scholen gebruik van kunnen maken. Daarvan wordt er één ontwikkeld door Cito, maar er zijn ook eindtoetsen van A-Vision en Bureau ICE. Jaren geleden gaf de citotoetsscore de doorslag voor het bepalen van het onderwijsniveau van een groep acht leerling. Dus acht jaar onderwijs en kennis over de kinderen werden getoetst binnen drie dagen en samengevat in één getal tussen de 500 en 550, op basis waarvan het gepaste advies werd gegeven. Had je een slechte week als leerling, jammer dan. Vaardigheden waren blijkbaar niet nodig om een bepaald onderwijsniveau te halen, deze werden immers ook niet getoetst. Ontwikkeling speelde ook geen rol.

Na jarenlange strijd binnen het onderwijs is deze manier van ‘selectie aan de deur’ eindelijk voorbij. Basisscholen gebruiken hun opgebouwde kennis over de kinderen en hun ontwikkeling om tot een advies te komen. Meestal in combinatie met de zgn leerlingvolgsysteemtoetsen van cito, waarbij niet gekeken wordt naar één toetsmoment maar naar de ontwikkeling van groep 6 t/m groep 8.

Natuurlijk zijn er wel eens twijfels. Leerkrachten hebben geen glazen bol waarin ze de onderwijsloopbaan van hun groep achters mee kunnen voorspellen. Omdat in sommige gevallen een objectieve toets kan meehelpen in de advisering wordt in april door alle basisscholen verplicht een eindtoets afgenomen. Niet de cito-toets dus, scholen kunnen kiezen uit drie gecertificeerde toetsen. Wanneer het bij de uitslag passende onderwijsniveau lager is dan het advies, verandert er niets. Het kan zijn dat een kind een slechte dag had.. Wanneer het bijpassende onderwijsniveau hoger is dan het schooladvies, dan is de basisschool verplicht het advies te heroverwegen. En in overleg met de ouders en het kind kan het advies nog worden bijgesteld naar boven.

Genoeg mogelijkheden dus om kinderen met van huis uit ‘minder kansen’ op basis van een objectieve toetsscore een advies te geven passend bij de ontwikkelingsmogelijkheden. Zonder kinderen onrecht aan te doen door één enkele toetsscore bepalend te maken voor de schoolloopbaan.

Is alles dan goed georganiseerd? Nee, dat zou te makkelijk zijn. We delen kinderen veel te vroeg in op één niveau. In het voortgezet onderwijs zouden de op- en afstroommogelijkheden groter moeten zijn zonder dat de scholen daarbij worden afgerekend. Zijn het niet dezelfde kranten met hun ‘examenlijstjes’ die nu roepen dat de kansen niet gelijk zijn?

Daarnaast blijft de terugkoppeling van het voortgezet onderwijs naar het basisonderwijs belangrijk. Monitor de advisering goed, kijk hoe de kinderen het op de diverse scholen doen na hun advies en geef dit terug aan de basisscholen. Samen zullen we moeten zorgen voor zoveel mogelijk kansen voor alle kinderen.

Overigens, toen de ‘citotoets’ nog leidend was schoten de ‘bijles-bureaus’ als paddestoelen uit de grond. Ouders die het zich konden veroorloven lieten kinderen oefenen, net zolang tot ze de toets op het gewenste niveau konden maken. Zijn dat gelijke kansen?

Geef het onderwijs nu eens het vertrouwen, zonder na een jaar alweer af te geven en terug te willen naar oude systemen. 10 Miljoen bondscoaches zijn al vervelend, maar daar heeft slechts één bondscoach last van. We hebben het nu over tienduizenden professionals die bewust gekozen hebben voor het onderwijsvak, omdat zij echt willen bijdragen aan de ontwikkeling van de toekomst: de kinderen die nu op school zitten.

Oh, een persoonlijke noot voor minister Bussemaker, staatssecretaris Dekker en alle kranten die over dit onderwerp schrijven: stop met de term cito-toets wanneer jullie het hebben over de eindtoets.  Cito is een merk, we noemen ook niet alle auto’s BMW..

 

 

Omgangskunde op de basisschool: verplicht vak of excuus?

Wie de afgelopen dagen televisie heeft gekeken of radio heeft geluisterd zal hebben opgemerkt dat de ‘verruwing van de samenleving’ centraal stond.

Tijdens de uitreiking van de Televisierring riep winnaar Johnny de Mol op tot ‘meer verdraagzaamheid, meer respect en meer liefde voor elkaar’. Bij RTL Late Night zat Wendy van Dijk. Zij had een kort geding aangespannen tegen Quote omdat dit tijdschrift over vermeend cocaïnegebruik van Wendy en haar man Erland Galjaard had geschreven. Frits Spits zat aan tafel en ook hij stelde dat we in Nederland op de verkeerde manier met elkaar omgaan. Bij Spijkers met Koppen op radio 2 ging het in een gesprek met Emile Roemer over de manier waarop politici elkaar bejegenen in de Tweede Kamer. Felix Meurders haalde het Nationale Schoolonderzoek van het Algemeen Dagblad aan. Daaruit blijkt dat ouders het vak ‘omgangskunde’ willen invoeren en hij vroeg Emile Roemer of politici dit vak niet zouden moeten volgen.

En daar zijn we weer bij het onderwijs beland. Elke keer wanneer er iets mis is in onze samenleving wijzen de vingers naar de kinderen: de jeugd zal het later beter moeten doen. Natuurlijk aan alle meesters en juffen van het basisonderwijs de schone taak dit uit te voeren. Maar waar gaat het nu eigenlijk mis?

Wie zijn er verantwoordelijk voor die verruwing van onze maatschappij? Zijn het de kinderen die elkaar in de Tweede Kamer op idiote wijze aanspreken en afmaken, lettend op de peilingen zonder daadwerkelijk de inhoud centraal te stellen? Zijn het de kinderen die verzonnen verhalen in een tijdschrijft zetten waarbij anderen beschadigd worden? Zijn het de kinderen die in Woerden met bivakmutsen een AZC bestormen, in Oranje tegen een auto van staatssecretaris Dijkhoff aanschoppen, in een tweet schrijven ‘Volkert, hier heb je je volgende kandidaat om af te knallen, je bent nu toch vrij’ of in een voetbalstadion elkaar de hersens inslaan omdat je toevallig een andere club support?

Misschien zouden de volwassenen van nu eerst eens goed in de spiegel moeten kijken voor ze met het vak ‘omgangskunde’ op de proppen komen. Omgangskunde is geen vak voor op de basisschool. Alsof je in een paar lessen kunt uitleggen hoe je respectvol met elkaar omgaat. En daarna gaan we weer vrolijk verder met rekenen en taal? Nee. Het gaat om normen en waarden die je met elkaar afspreekt en waar je dagelijks mee bezig bent als leerkracht. Niet alleen door die afspraken met elkaar te maken en kinderen hier op aan te spreken. Maar vooral door zelf het goede voorbeeld te geven.

Laat alle volwassenen daar eens mee beginnen.

 

Lees hier de speech van Johnny de Mol tijdens het Televisiergala

Het gaat beginnen!

Buurman stond net voor de ramen te zwaaien. Ik deed netjes de deur open. ‘Morgen weer beginnen zeker? Ik ben nog een weekje vrij. Wilde je even jaloers maken!’ Aangezien de meeste mensen altijd roepen: ‘Je hebt zeker wéér of nóg vakantie!’, kon ik deze originaliteit wel waarderen. En inderdaad, jaloers ben ik zeker. Op het feit dat hij woensdag met zijn boot over het Noordzeekanaal langs diverse tall ships vaart richting Amsterdam, met 23 graden en een zonnetje. Maar jaloers omdat ik weer ‘moet’ werken? Natuurlijk niet. En dit is waarom:

Morgenochtend 8.15 uur druppelen de eerste kinderen binnen. Iedereen geeft een hand en stelt zichzelf voor. Op de gezichten is af te lezen hoe ze zich voelen. Gespannen, omdat het laatste jaar gaat beginnen. Vol verwachting, omdat we al bijna op kamp gaan en dit jaar de eindmusical opvoeren. Nerveus, omdat het met nieuwe leerkrachten toch altijd wennen is en je niet precies weet wat je kunt verwachten. Gemotiveerd, want dit is het jaar dat het schooladvies wordt gegeven en een middelbare school gekozen moet worden. Soms met ouders die even kennis willen maken en de klas komen bekijken, ondanks dat hun kinderen dat regelmatig niet waarderen en hen de rest van het jaar verbieden één stap op de bovenste verdieping van de school te zetten. (niet naar luisteren natuurlijk, gewoon af en toe jullie gezicht komen laten zien)

In de klas ligt alles klaar. Jaarkalenders, de eigen etuis en mappen, liedjesboeken om meteen vanaf morgen te oefenen voor kamp. De tafels staan in groepjes. Iedereen kiest een eigen plek. Meestal zodanig dat veel kinderen een week later ergens anders zitten omdat ze naast hun beste vrienden en vriendinnen zitten en geen minuut kunnen doorwerken zonder een gesprek te voeren over de vakantie, de laatste roddels of gewoon over niks.  Een soort what’s app groep maar dan in het echt.

Komend jaar wordt een bijzonder jaar. Een jaar waarin je als leerkracht lief en leed met 29 kinderen en nog meer collega’s deelt. Een jaar in groep 8 gaat niet alleen over rekenen, taal, spelling, gym, huiswerk, samenwerken aan thema’s, buitenspelen en het maken van toetsen. Maar ook over verkeringen die aan en uit gaan en de manier waarop je dat hoort te doen. Het omgaan met teleurstellingen. Of verdriet, zoals huisdieren of familieleden die ziek zijn en soms overlijden. Ruzies die uitgesproken moeten worden. Verjaardagen, klassenfeesten en succeservaringen die gevierd worden. Een fantastisch kamp van vier dagen op de Veluwe. De spannende tijd van adviesgesprekken, het bezoeken van open dagen en de uiteindelijke middelbare schoolkeuze. Samen toewerken naar de afscheidsavond waarna je alle kinderen met vertrouwen op pad stuurt naar een nieuwe belangrijke stap in hun leven: de middelbare schooltijd.

Gemakkelijk is het niet altijd. Dit jaar wordt er meteen veel gevraagd van het team. Ik werk op een  school waar dat kan, en daar ben ik trots op.

En dus heb ik zin in morgen, het gaat beginnen!

Gemengde brugklas, dakpanklas, opstroomklas: zoek het uit!

Het is een ingewikkelde klus. Nadat je je advies hebt gekregen van de basisschool een top vijf samenstellen uit 28 middelbare scholen. Daar hebben alle kinderen die in groep acht zitten in Zuid-Kennemerland mee te maken.

Uniek in deze regio is de manier waarop er gecommuniceerd wordt naar kinderen en ouders over oa de aanmeldingsprocedure, lotingsprocedure en andere benodigde informatie. Het ‘brugboek’ is inmiddels een onmisbaar fenomeen. In dit boek staat een overzicht van de verschillende procedures, een introductie van twee pagina’s geschreven door alle 28 middelbare scholen en een handige kalender met een overzicht van alle open dagen, informatie-avonden en meeloopdagen. Alle kinderen in groep 8 in Zuid-Kennemerland ontvangen het brugboek. Dat helpt ze in hun keuzetraject.

De basisschool geeft geen schooladvies. Dat kan ook niet, aangezien er geen blauwdruk is voor de mate van succes van elke middelbare schoolcarrière. Dat is afhankelijk van de klas, de mentor, de leerkrachten en met name de kinderen zelf en hun thuisomgeving. Wel kan de school inzicht geven in de manier waarop scholen werken en hun school georganiseerd hebben.

Zoals bijvoorbeeld de brugklassen. Hoewel? Ook groep 8 leerkrachten lopen tegen de veelzijdigheid in brugklassystemen aan: dakpanklassen, opstroomklassen, gemengde brugklassen, havo+ klassen. Wat betekenen deze termen eigenlijk? Ik heb geprobeerd hier enige duidelijkheid in te brengen door middel van onderstaand overzicht.

Gelukkig kennen wij geen slechte scholen zijn in Zuid-Kennemerland . Ook wanneer je, ondanks de kleine kans, uitgeloot wordt staat de regio garant voor een passende plek voor elk kind op een goede school. Maar aangezien er nu echt een top vijf gemaakt moet worden is het wenselijk dat volgend jaar alle middelbare scholen duidelijk aangeven hoe ze de brugklassen organiseren en op welk niveau er les wordt gegeven. Een aantal scholen doet dit al, op naar 100% duidelijkheid!

Het overzicht tot nu toe, gebaseerd op het brugboek, de websites van de scholen en telefonisch contact waar mogelijk. Geen garantie dus voor 100% betrouwbaarheid, dit is wat ik uit alle informatie op kan maken.

1) Ik heb overal in enkelvoud geschreven, aantal brugklassen staan soms op de school-websites)
2) Vmbo-t is gelijk aan Mavo)


Atheneum College Hageveld
Atheneum met keuzevak Latijn (geldt voor alle brugklassen)

Coornhert Lyceum
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas
Havo/vwo brugklas*
Vmbo-t/havo brugklas*

* ‘Zowel in de gemengde havo/vwo- als de vmbo-tl/havo brugklas wordt er gedurende het gehele schooljaar per vak basisstof, herhalingsstof en verrijkingsstof aangeboden.
De beheersing van de basisstof leidt in ieder geval tot een bevordering vanuit de havo-vwo brugklas naar 2 havo en tot een bevordering vanuit de vmbo-tl-havo brugklas naar 2 vmbo-tl (= vmbo theoretische leerweg). Wanneer ook de verrijkingsstof goed is verwerkt, hetgeen onder meer blijkt uit betere cijfers voor schriftelijke overhoringen en proefwerken, vindt bevordering naar een hoger type vervolgklas plaats.’

Daaf Geluk
Leerwegondersteunden onderwijs vmbo-t / vmbo-k

Duin en Kruidberg Mavo
Mavo brugklas (lessen op niveau mavo)
Mavo/Havo brugklas (lessen gericht op doorstroom naar 2Havo, op een andere school)

Eerste Christelijk Lyceum
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas
Havo brugklas

In het eerste jaar van de Havo wordt gekeken naar de ontwikkeling van de kinderen, niet alleen naar resultaten maar ook naar vaardigheden en motivatie. Op basis hiervan kan besloten worden in dezelfde klas leerstof op Atheneum-niveau aan te bieden. Doorstroom naar 2 Atheneum is daarbij mogelijk.

Gymnasium Felisenum
Gymnasium brugklas

Prof. Dr. Gunningschool
Voortgezet speciaal onderwijs cluster IV gericht op vmbo-k en mavo

Haarlem College
Vmbo-b basis brugklas
Vmbo-b kader brugklas
Vmbo-b kader / Mavo brugklas

Haemstede-Barger Mavo
Mavo brugklas
Mavo/Havo doorstroom brugklas (Havo op een andere school, samenwerking met ECL)

Hartenlustschool Bloemendaal
Mavo brugklas

Ichthus Lyceum
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas (na halfjaar opstroom gymnasium mogelijk)
Havo brugklas

Kennemer Lyceum
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas
Havo brugklas

(door speciale omstandigheden kan havo/atheneum brugklas mogelijk zijn)

Maritiem College IJmuiden
Gemengde leerweg
Vmbo-b kader
Vmbo-b basis

Eerste twee jaar geen onderscheid in niveau.

Mendelcollege
Gymnasium / Atheneum TTO brugklas
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas
Havo brugklas
Mavo brugklas

In het schema in brugboek en op de schoolsite staan andere niveaus tussen haakjes. Dit geeft niet het niveau van de lesinhoud aan, maar de mogelijkheid tot opstromen. Aan het eind van het eerste jaar wordt gekeken naar het gemiddelde en de werkhouding en op basis daarvan eventueel gekozen voor opstromen. Met andere woorden: in de Mavo (Havo) brugklas wordt op Mavo-niveau lesgegeven.

Ik meen dat je aan het eind voor de vakken gemiddeld een 7,5 moet staan om door te kunnen stromen. (Sj)

Het Molenduin
School voor Voortgezet Speciaal Onderwijs
Praktijkprofiel gericht op: arbeid; vervolgonderwijs, arbeidsmatige dagbesteding

Montessori College Aerdenhout
Mavo brugklas (lessen op niveau mavo)
Mavo/Havo brugklas (na twee jaar gekeken naar eventuele doorstroom naar Havo, op basis van gemiddelde, op een andere school)

In tegenstelling tot wat veel mensen zeggen is er geen structurele samenwerking met het Sancta Maria.

Oost ter Hout
Praktijkonderwijs

Paulus mavo/vmbo
Leerwegondersteunend onderwijs Vmbo-t

Rudolf Steiner College
Havo/Vwo brugklas  (leerlingen met Havo of Vwo advies, daadwerkelijk gemengd)
Mavo/Havo brugklas (leerlingen met Havo of Mavo advies, daadwerkelijk gemengd)
Mavo Spaarnestroom (leerwegondersteuning)

Na twee jaar brugklas wordt een keuze voor Havo of Vwo gemaakt, waarbij Havo in vijf en zes jaar wordt aangeboden.

Sancta Maria
Gymnasium brugklas
Atheneum brugklas
Vwo / Havo brugklas

De site en brugboek vermelden dat ‘je kiest’ voor een brugklas. Onduidelijk is in hoeverre er sprake is van keuze en waarop deze keuze wordt gebaseerd. Volgende week meer informatie hierover. (Sj)

Praktijkschool De Schakel
Praktijkonderwijs

Het Schoter
Vwo TTO brugklas
Vwo brugklas
Havo brugklas
Mavo brugklas
Havo opstroomklas (lesinhoud op Vwo-niveau)
Mavo opstroomklas (lesinhoud op Havo-niveau)

Na het eerste jaar wordt bepaald of leerlingen opstromen naar het ‘hogere’ niveau. Op de site van het Schoter staan bij downloads alle toelatingsnormen.

Stedelijk Gymnasium
Gymnasium brugklas

Sterren College Haarlem
Vmbo-b (zowel basis als kader) brugklas
Vmbo-t brugklas
Alle niveaus Leerwegondersteuning mogelijk

Technisch College Velsen
Vmbo-b (lwoo)
Gemengde leerweg: Technische Mavo
Eerste twee jaar dezelfde brugklas.

Tender College IJmuiden
Vmbo (lwoo)
Praktijkonderwijs
Combi-onderbouw (tussen vmbo-b lwoo en praktijkonderwijs in)

Vellesan College
Vwo / Havo brugklas (eerste en tweede jaar bij elkaar)
Mavo brugklas
Vmbo-b brugklas

Wim Gertenbach College Zandvoort
Havo onderbouw (soms aparte klas, soms gemengd met Mavo), vervolg op een andere school.
Mavo brugklas
Mavo brugklas (lwoo)
(onduidelijk is nu nog wanneer je van Mavo naar Havo kunt overstappen)

We gaan er vanuit dat elke school oog heeft voor mogelijke opstroming, maar er zitten dus wel degelijk verschillen in de manier waarop dit wordt georganiseerd.

Kijk dus goed wat de betekenis is van een gemengde brugklas, op welk niveau er les wordt gegeven en op basis van welke normen een leerling kan opstromen.  En of je dan op dezelfde school kunt blijven of niet. Er valt wat te kiezen!

Basisschooladvies leidend criterium voor het voortgezet onderwijs

Deze week werd ik op Facebook gewezen op het artikel “Finland: “Punten geven is bij wet verboden”. Hierin wordt een bezoek van vier Vlaamse onderwijzers aan Finland beschreven. Ze verbazen zich oa over het traditionele karakter, de ruimte die gegeven wordt voor spel en beweging, de wisseling van leerkrachten om elkaars groepen les te geven en het verbod om punten te geven.

Dit laatste  sluit aan bij een belangrijke verandering die we in onze regio Zuid-Kennemerland hebben toegepast in de toelatingsprocedure van primair naar voortgezet onderwijs. Letterlijk staat er vanaf dit jaar:

‘Het basisschooladvies is het leidend criterium voor het vervolgonderwijs en dient kwalitatief onderbouwd te worden. Daarbij kijkt de school onder andere naar:

  • de aanleg en de talenten van een leerling;
  • de leerprestaties;
  • de ontwikkeling tijdens de hele basisschoolperiode;
  • de concentratie, de motivatie, het doorzettingsvermogen en andere schoolse vaardigheden van een leerling.

Het basisschooladvies is gebaseerd op de leerprestaties van een leerling gedurende een aantal jaren. Een leerling kan zich alleen aanmelden op een school die het soort onderwijs aanbiedt dat in het basisschooladvies staat. De school voor voortgezet onderwijs mag bij toelating geen gebruik maken van extra toetsen voor het bepalen van het niveau van de leerling. Ook mag zij zich bij de toelating niet baseren op andere toetsen die leerlingen op de basisschool maken.’

Waarom deze verandering zo belangrijk is? De toelatingsprocedure gaat nu uit van de kwaliteit en ervaring van de basisschool en de kracht van de basisschoolleerling. Ze gaat nog meer uit van ontwikkeling in plaats van afrekening.

Wat deze verandering te maken heeft met het Finse systeem? Natuurlijk wordt er, overigens net als in Finland, nog steeds getoetst. Je hebt als school instrumenten nodig om kinderen te kunnen observeren en hun ontwikkeling in kaart te brengen. Toetsen zijn daar onderdeel van. Maar de manier waarop de toetsuitslagen gebruikt worden is van belang. In het verleden kon het gebeuren dat kinderen keihard op deze toetsresultaten werden afgerekend. Ze moesten voldoen aan  bepaalde minimumscores om toe te worden gelaten op het voortgezet onderwijs. Niet alle VO-scholen, maar wel een groot aantal hield zich vast aan deze minimumscores. Sterker nog, sommige scholen verhoogden de norm. Immers: hoe hoger de instroomscores hoe groter de kans op een hoog slagingspercentage, zo moet men af en toe gedacht hebben. Ik denk dat je de ontwikkeling in vier, vijf of zes jaar zou moeten meten om scholen te beoordelen in plaats van het eindresultaat. Dit terzijde.

Nu worden de toetsen wel door de basisscholen méegenomen in de totstandkoming van het advies. Ze zullen met een gedegen, goed beargumenteerd advies moeten komen, ondersteund door gegevens uit een leerlingvolgsysteem. De toetsuitslagen mogen niet meer gebruikt worden om kinderen af te wijzen. We geven kinderen de kans zich te ontwikkelen, want op je elfde of twaalfde in groep 8 ben je daar nog lang niet klaar mee.

Dus let op meesters en juffen van de basisschool: jullie hebben een grote verantwoordelijkheid!

Het is een belangrijke taak voor het basisonderwijs om te zorgen dat de adviezen op een goede manier tot stand komen. Ze krijgt meer vrijheid en zal deze vrijheid op een verantwoorde manier moeten gebruiken. Niet uitgaan van uitstroomcijfers, maar van de kinderen die acht jaar hebben laten zien waartoe zij in staat zijn. Uitgaan van mogelijkheden van de kinderen, mits ze realiseerbaar zijn. Hopelijk kijken we over enkele jaren terug op een verbetering van de adviezen en een verlaagde afstroom binnen het voortgezet onderwijs.

Een laatste opmerking dan. Vanaf volgend jaar is de Eindtoets verplicht. Er zijn er inmiddels drie op de markt. De kinderen zijn al aangemeld en ingeschreven wanneer de uitslag van deze toets richting basisschool en ouders gaat. De toets is primair bedoeld om de opbrengst van scholen te meten en niet om een onderwijsniveau te adviseren. Wanneer de uitslag lager is dan het gegeven advies, verandert er niks. Wanneer de uitslag hoger is kan de school in overleg met ouders kiezen voor een heroverweging. Op basis daarvan zou er nog een verandering kunnen plaatsvinden. Eén toetsgegeven kan dus alsnog van invloed zijn, maar dan wel uitgaande van een positieve ontwikkeling bij kinderen. Zoals Arnold Jonker van de Inspectie van het Onderwijs  wordt geciteerd in het Haarlems Dagblad: ,,Een hoog advies stimuleert dat een kind een goed niveau haalt.’’

Het artikel over Finland vind je hier op de website van klasse.be

De hele toelatingsprocedure voor Zuid-Kennemerland en meer over de overgang PO-VO in deze regio is hier te lezen

Klik hier voor de onderwijsspecial in het Haarlems Dagblad

Regelvrije scholen?

znorulesw

Dit las ik op de site van de NCRV:

“Dekker wil experiment met regelvrije scholen. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs wil een experiment starten met regelvrije scholen. ‘Als je goede scholen hebt durf ik het wel aan om te zeggen: we doen het zonder de inspectie, we doen het zonder Den Haag, maar dan wat mij betreft ook zonder de cao’. Dekker deed zijn uitspraken in een debat over excellent onderwijs, georganiseerd door het NCRV-programma Altijd Wat.

Hij reageerde tijdens de bijeenkomst in De Rode Hoed in Amsterdam op de kritiek van aanwezige docenten dat het onderwijs dreigt te bezwijken onder de regeldruk uit Den Haag. Dekker: ‘U zegt, geef ons de ruimte? Ik wil die ruimte graag bieden.’ Volgens Dekker wordt de regeldruk wel vaak overdreven. Er is veel meer vrijheid dan vaak wordt gedacht, bijvoorbeeld over de onderwijstijden. Die zijn volgens Dekker niet in de wet of in de cao vastgelegd. ‘Als de school vindt dat je om tien uur moet beginnen in plaats van half negen, dan zou ik zeggen: doe het.’ “

Benieuwd naar jullie mening! (zie hieronder)