Tagarchief: basisonderwijs

Hallo, word eens wakker!

Lesgeven is een vak. Dat doe je niet zomaar. Natuurlijk, je kunt er talent voor hebben. Noem het gevoel. Zoals dat bij andere vakgebieden ook kan. Sterker nog, de beste leerkrachten zijn in mijn ogen diegenen die weten waaróm ze lesgeven. En die gedrevenheid stralen zij uit. Maar dan nog zal je er eerst voor moeten leren.

Omdat we nu een tekort aan leerkrachten hebben, en de verwachting is dat dit tekort zal stijgen, komen politici met zogenaamde oplossingen. Waarom zetten we geen kunstenaars voor de klas? Of onbevoegde leerkrachten? Nee weet je wat, we hebben toch studenten in dit land? Dit zijn geen oplossingen, dit zijn lapmiddelen om de echte problemen te verhullen. Ze gaan ten koste van de onderwijskwaliteit en dragen niks bij aan het ‘leraren’-tekort.

Het is nu zelfs zover dat vanuit de onderwijsbond AOB geadviseerd wordt een vierdaagse schoolweek in te stellen. ‘Liever vier dagen kwalitatief goed onderwijs dan groepen naar huis sturen.’ Wat een armoede. Beste politici en bestuurders, ga je schamen.

Ook nu weer nemen we het onderwijs niet serieus. We verdelen groepen kinderen, zetten intern begeleiders, directieleden of zelfs onbevoegden voor de klas om niemand naar huis te hoeven sturen. En nu dat steeds moeilijker wordt komen we met een vierdaagse schoolweek. Nog even en minder onderwijs is ineens de oplossing voor het lerarentekort.

Hallo, word eens wakker!

Collega’s uit het onderwijs: neem je eigen vak en jezelf serieus. Stop met klagen en jezelf voorbijlopen om de problemen die er zijn te verhullen. Geef les, want dat is wat je wilt en kunt!

Politici en bestuurders: zorg dat wij dit ook echt kunnen doen. Verklein de klassen en de werkdruk, vergroot het aantal opgeleide leerkrachten en verhoog het salaris. Zorg dat het vak aantrekkelijk wordt. Dát zijn oplossingen.

Ja, dit kost geld. En terecht, want goed onderwijs en daarmee de basis voor de toekomst van onze kinderen en ons land is heel wat waard.

Beschamend onderwijsbeleid in Nederland

Nederland zet kinderen in om het lerarentekort op te lossen. Ruim 20.000 groep 8 leerlingen staan vanaf dit schooljaar voor de groep. Natuurlijk hebben ze nog niet allemaal hun opleiding afgerond, maar de proef destijds met de Amsterdamse ambtenaren was ook een succes’, aldus minister Slob. ‘We verkleinen de klassen door kinderen niet erin maar ervoor te zetten en lossen meteen het lerarentekort op. Een win-winsituatie.’

Dit lijkt een absurd en lachwekkend nieuwsbericht, maar met het huidige onderwijsbeleid zou het mij niets verbazen als dit praktijk wordt. Met een minister die in een interview aangeeft dat je best in groepen van 60 kinderen les kunt geven. Omdat hij vroeger vijf keer hetzelfde verhaal stond te vertellen. Ik weet niet waar de minister de afgelopen 40 jaar heeft rondgelopen.

Dat een basisschoolklas inmiddels uit 28 kinderen bestaat die op hun eigen niveau onderwijs dienen te krijgen, om op die wijze aan te kunnen sluiten bij hun ontwikkeling, is de minister voor het gemak vergeten. Dat we tegenwoordig met Passend Onderwijs nog meer verschillen in één klas hebben laat hij ook achterwege. En dat scholen worden afgerekend op hun onderwijsresultaten waarbij nog steeds centrale toetsen een rol spelen komt al helemaal niet aan de orde.

En wat is nou eigenlijk daadwerkelijk de bijdrage van deze regering aan het oplossen van het lerarentekort? Is de absurde salariskloof tussen het basis- en voortgezet onderwijs verdwenen? Natuurlijk niet. Gaat er voldoende geld naar de scholen zelf om te zorgen dat er kleinere klassen worden gemaakt, om daadwerkelijk te kunnen voldoen aan het Passend Onderwijs? Helaas.

In dit land zijn we inmiddels zo ver dat we 60 ambtenaren (waarvan vier met de juiste opleiding) voor de klas zetten om het lerarentekort op te lossen. Maar dat is een schijnoplossing. De minister is als een huisarts die zegt: ‘U heeft last van uw knie tijdens het fietsen? Dan kunt u maar beter gaan zwemmen.’ De oorzaken worden niet aangepakt, er worden maatregelen getroffen om de pijnlijke oorzaken te verbergen. Het enige wat met dit beleid wordt bereikt is demotivatie, het belachelijk maken van een serieus en belangrijk vak en een nog grotere leegloop van opgeleide, enthousiaste leraren. Maar dat is niet erg, want we zetten gewoon ambtenaren voor groepen van 60 kinderen…

Volledig terecht dat PO in Actie is weggelopen tijdens het overleg over het lerarentekort deze week. Want waar het basisonderwijs zelf is begonnen met een nodige professionaliseringsslag, blijft de regering zich schandalig opstellen tegenover de onderwijssector.. Het werd tijd dat leraren zichzelf en hun beroep serieus namen. Zij hebben de handschoen opgenomen. Hoogste tijd dat deze regering dat ook eens doet. Maar het vertrouwen hierin is weg.

Ik zou me kapot schamen als ik minister van onderwijs was, met dit soort nieuwsberichten over Amsterdam.

Groot tekort aan leerkrachten.. Of groot tekort aan daadkracht en investering?

We hadden het kunnen weten. Nu een kwart van de basisscholen niet  kan starten met een leerkracht voor elke groep is het ineens groot nieuws. De kranten staan er vol mee, het NOS journaal maakt er een groot item van en op twitter gaat het los. Iets met ‘als het kalf verdronken is’..

Wat worden we moe van het gezeur de afgelopen jaren rondom het onderwijs. Het niveau is niet hoog genoeg, stakingen zijn onnodig, de eis van de basisschoolleerkrachten om hetzelfde salaris te krijgen als hun collega’s uit het voortgezet onderwijs wordt gezien als overdreven, leerkrachten hebben teveel vakantie..  Maar nu  duizenden kinderen begin volgend schooljaar zonder juf of meester in de klas starten is er ineens volop aandacht. Misschien gaat het  ook om kinderen van de politici en journalisten zelf?

Wat denkt men nou? Dat leerkrachten voor hun lol staken? Dat ze niet al jaren de problemen zien groeien in het onderwijs? Dat er voor niks een eigen vakbond in het leven is geroepen en #poinactie regelmatig trending is? Nee, dit zien wij al jaren aankomen. Had daar eens wat vaker naar geluisterd en over geschreven.

Leerkrachten werken niet alleen om te werken, maar ook omdat ze een waardevolle bijdrage willen leveren aan de samenleving. Aan de toekomst, van ons allemaal. Daar zijn kleinere klassen voor nodig. Daar is op zijn minst een leerkracht voor elke groep voor nodig. En ja, dat kost geld. Dat heet investeren.

Het aantal burn-outs is hoog. Het aantal leerkrachten dat naar het VO gaat groeit. En logisch, want daar verdien je meer met hetzelfde werk. Het aantal onbevoegde leerkrachten voor de klas neemt toe. Zelfs klassenassistenten en concierges worden voor de groep gezet, om de kinderen maar niet naar huis te sturen. Maar vraag jezelf eens af wat dit betekent voor het onderwijsniveau..

In een rijk land als Nederland gaat de discussie nu over het feit of er wel leerkrachten genoeg zijn om alle groepen les te kunnen geven. Een lachertje.

Oplossingen zijn er genoeg. Gedreven leerkrachten zijn er nu nóg wel. Er is nog niemand echt verdronken. Maar voorlopig blijft het bij emmertjes water omhooghalen. Het dempen van de put laat op zich wachten..

Laat de politiek het zich maar aanrekenen dat dit ten koste gaat van duizenden kinderen in dit land.

Schandalig.

Megaklassen, ophokplicht en Luizenmoeder

Megaklassen. Ja, u leest het goed, het ministerie denkt serieus na over megaklassen. Er is een tekort aan leraren. Nu kun je dat probleem oplossen door meer leraren aan te trekken, zou je denken, maar het ministerie doet tegenwoordig aan ‘omdenken’: hoe groter de klassen, hoe minder leraren. En dan was daar deze week natuurlijk de griepprik. Want als we de leraren inenten worden er minder ziek, en is het tekort ook snel weg.

We dachten dat het niet erger kon. Maar als er op deze wijze wordt doorgedacht, hebben we het over een maand over de plofklas. Geen bio-industrie maar onderwijs-industrie. Voor je het weet krijgen we een partij voor de leerkrachten: voor duurzaam onderwijs en tegen ophokplicht.

Misschien moet het ministerie zich eens richten op de oorzaken van het lerarentekort. Waarom is het aantal burn-outs in deze sector zo hoog? Waarom stoppen jonge leraren na een paar jaar werken? Heeft dat misschien met werkdruk te maken? Met de beperkte mogelijkheden tot doorgroeien? Met de grote klassen waar kinderen op bijna individueel niveau geholpen moeten worden, ondanks het feit dat er sinds de wet Passend Onderwijs meer kinderen met specifieke zorg in de klas zitten? Heeft het te maken met de hoge verwachtingen van ouders, besturen, politiek en maatschappij? Meer eisen, minder faciliteren? Komt het doordat je met hetzelfde opleidingsniveau in het voortgezet onderwijs veel beter verdient en dus beter daar kunt gaan werken?

Genoeg om over na te denken, maar de wetgever lijkt al jaren in dezelfde tunnel te rijden, zonder naar de omgeving te kijken en een nieuwe afslag te durven nemen.

Een eenvoudige tip: als er een tekort aan leraren is zal je moeten zorgen dat er méér leraren komen. Opgeleide leraren welteverstaan, want de kwaliteit willen we ook nog eens hoog houden. Dat betekent goede en aantrekkelijke opleidingen. Begeleiding voor startende leraren. Mogelijkheden om door te groeien. Een salarisschaal die gelijk is aan docenten op het VO. Klassen van rond de 23 kinderen, zodat je elk kind de aandacht kunt geven die het verdient. Mét klassenassistenten. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Overigens mag de leerkracht zelf ook wel aan de bak. Want hoewel De Luizenmoeder op hilarische wijze het onderwijs weet neer te zetten, teveel is herkenbaar in de praktijk. Zorg als leerkracht dat je je vak serieus neemt. Blijf jezelf scholen. Uitdagen. Klaag niet over wat er allemaal mis is. Neem je verantwoordelijkheid en doe er wat aan. Durf te leren en te reflecteren. Samen maak je het onderwijs beter. Pas dan dwing je respect af.

 

Leestip: https://www.aob.nl/nieuws/acht-vragen-over-megaklassen-met-assistenten/

Leestip: https://www.bndestem.nl/breda/lerarentekort-straks-zit-je-kind-1-a-2-keer-per-maand-thuis~aa016a5f/

Onderwijs is prachtig, en belangrijk. Dat ziet de leerkracht wel, maar de bestuurder niet.

Het is allemaal niet zo ingewikkeld. Kinderen die nu op de basisschool zitten vormen de toekomstige generatie. Een generatie die opgroeit in een welvarend, goed ontwikkeld land. Een klein land met relatief grote invloed. Kansen genoeg. En dat is nodig ook, gezien de problemen waar wij nu en zij in de toekomst mee te maken krijgen. Denk aan vergrijzing, maar ook aan wereldproblemen zoals klimaatverandering, oorlogsgeweld en armoede. Willen we de toekomstige generatie klaarstomen voor deze uitdagingen, waar wij medeverantwoordelijk voor zijn, dan vraagt dat om een investering. Willen we dat Nederland zo ontwikkeld en welvarend blijft zoals het nu is, dan vraagt dat om een investering. In goed onderwijs.

Als wij goed en passend onderwijs willen geven, dan zijn daar ook goede en passende middelen voor nodig. Klassen met 24 kinderen in plaats van 30. Voldoende ICT-middelen. Meer onderwijsondersteunend personeel. Minder administratieve lasten.

Als wij ons onderwijs en de toekomstige generatie echt serieus nemen, dan investeren we in de mensen die het werk uitvoeren. Goed opgeleide leerkrachten. Willen we deze leerkrachten behouden, dan investeren we in een passend salaris. En ja, dan is het verkeerd om te spreken van ‘nog meer geld. Want, en dan kijk ik met name de VVD van Mark Rutte aan, de kabinetten van Rutte en Balkenende hebben liggen slapen. Jarenlange nullijn, het verschil in salaris van docenten in het VO en leerkrachten in het PO laten oplopen. Maar daarentegen wel staan voor de invoering van passend onderwijs waarbij de verschillen in ontwikkeling van kinderen in één klas verder zijn opgelopen. Meer vragen van de leerkracht, minder faciliteren om dit werk goed uit te voeren.

Te weinig wíllen doen om het onderwijs echt een impuls te geven. Willen doen, want het gaat om hier om politieke keuzes.

En daarom staak ook ik.

Want ik maak mij zorgen. En met mij vele anderen. We zien het nu al gebeuren: teveel uitval van (ook startende) collega’s door burn-outs, teveel kinderen in één klas, te weinig leerkrachten in de toekomst om alle klassen te voorzien.

Onderwijs is prachtig, en belangrijk. Dat ziet de leerkracht wel, maar de bestuurder niet.

Onderwijs doet ertoe, voor ons allemaal

Ik mag dan wel met griep op bed liggen, maar ben in gedachten bij de collega’s die vandaag staken. Want we kunnen zelf blijven zeggen dat leerkracht basisonderwijs een prachtig beroep is, het wordt tijd dat anderen dit ook onderkennen en waarderen. Te beginnen vandaag met de politiek.

Door de middelen te geven om klassen te verkleinen en de werkdruk te verlagen.

Door het salaris gelijk te trekken aan dat van de leerkrachten die op het voortgezet onderwijs werken. Omdat dat niet meer dan logisch is. En om het vak aantrekkelijker te maken zodat het leerkrachtentekort afneemt ipv toeneemt.

En dan zijn we er nog niet. Want het vak moet weer een serieuze status krijgen in Nederland. En daar moet nog veel voor gebeuren. Bij de ouders, door in te zien dat hun kind niet de enige is in een klas van 30 en door vertrouwen te hebben dat hun kind de juiste en passende aandacht krijgt. Maar natuurlijk ook bij ons, de leerkrachten zelf. Door te staan voor ons vak, door dat vertrouwen van ouders te verdienen.

Dat begint vandaag. Staken omdat het tijd is voor verandering. Voordat het echt te laat is.

Het onderwijs doet ertoe, voor ons allemaal.

#poinactie #staking #onderwijs

En weer is er een schooljaar voorbij…

Vandaag in het Jeugdjournaal werd uitgelegd waarom we in Nederland de zomervakantie in drie regio’s hebben verdeeld. En dat de eerste scholen vanaf vrijdag zomervakantie vieren. Wij mogen nog even, en ja dat voelt soms als moeten. Een kleine drie weken en dan zit het schooljaar er alweer op.

Een schooljaar… Je zou er een documentaire over kunnen maken. Of een boek over kunnen schrijven. Op onze school met ruim 600 kinderen, 400 ouders en 60 collega’s gebeurt er meer dan je in een dagelijkse soapserie kwijt kunt. Feestelijke gebeurtenissen worden samen gevierd, droevige samen beleefd. Leerkrachten bouwen een hechte relatie op met hun klas, en laten de kinderen straks weer los. Zo’n 80 kleuters kwamen er dit jaar bij. En straks maken 86 kinderen de stap naar de middelbare school.

Nieuwe collega’s hebben hun plek gevonden in het team, en een aantal gaat ons straks verlaten. ‘Nieuwe’ ouders brachten hun kind dagelijks naar school. Spannend om ze uit (maar in goede) handen te geven. En er zijn ouders die de basisschooltijd over drie weken achter zich laten, klaar voor een nieuwe stap. Waarbij ze nog meer los moeten laten, op een andere manier betrokken zijn. Omdat de kinderen hun eigen weg kiezen.

Een basisschool leeft.

De laatste weken is het basisonderwijs veel in het nieuws geweest. Leerkrachten verdienen net zoveel als hun collega’s in het voortgezet onderwijs. En de werkdruk moet omlaag. Dat zal nog wel even duren, de politiek kennende. Maar het schoolleven gaat door. Want over twee maanden staat er weer een nieuwe groep kinderen en ouders klaar.

Waar diverse politieke partijen nu al 100 dagen bezig zijn om zoveel mogelijk eigen plannen in het regeerakkoord te krijgen, nemen de leerkrachten straks 5 weken rust. Daarna mogen ze weer, en ja dat voelt soms als moeten. Want het schoolleven gaat door.

We zien dat het moeilijk is nieuwe collega’s aan te trekken. En we zien dat het moeilijk is om elk jaar weer fris en enthousiast te starten. Maar een andere optie is er niet. Kinderen en ouders hebben terecht hoge verwachtingen. Gelukkig werken in het basisonderwijs mensen met hart voor hun vak. Met de wil om het goed te doen en ruimte te scheppen waarbinnen  kinderen zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Samen gaan we er weer voor.

Ik ben supertrots op de collega’s van onze school die jaarlijks een mooie prestatie leveren. We zijn in staat om een school neer te zetten waar kinderen met plezier naartoe gaan. Waar we samen met ouders optrekken in het belang van de kinderen. En waar we zelf blijven leren.  Met recht dus een school om trots op te zijn!

Sommige clichés zijn waar: we zijn nooit uitgeleerd en er zijn altijd verbeterpunten. Maar vanavond vier ik de school waar ik werk en de betrokkenheid van de kinderen, ouders en collega’s die samen de Ark vormen. Op weg naar een mooie afsluiting en dan genieten van een welverdiende vakantie! Tot volgend jaar!

Geen woorden maar daden

Schermafbeelding 2017-06-06 om 23.29.28

Laatst zei iemand tegen mij: ‘Heb je ook gelezen over die nieuwe actie van de leraren? Ze vinden de werkdruk weer te hoog en verdienen nog steeds te weinig. Dat roepen ze nou al jaren. Daar word je toch een beetje moe van? Doe gewoon je werk, of ga iets anders doen! Toch?’

Ik heb dat maar even gelaten. Tot vandaag. Mijn antwoord zou als volgt luiden:

Waarom denk je dat dit nu al jaren wordt geroepen?

Omdat de klassen inmiddels kleiner zijn geworden, en de lokalen groter? Omdat de administratieve druk minder is geworden? Omdat de eisen van ouders lager zijn dan voorheen? Omdat er minder rekening gehouden hoeft te worden met de diversiteit in de klas, op sociaal en cognitief niveau? Omdat het salaris van basisschoolleerkrachten inmiddels gelijk is getrokken aan dat van docenten in het voortgezet onderwijs? Omdat het ziekteverzuim laag is? Het aantal (jonge) leerkrachten stijgt? De waardering van het beroep basisschoolleerkracht de afgelopen jaren is gestegen?

Natuurlijk niet. Je mag bijna blij zijn dat er, ondanks dit alles, nog zoveel mensen dagelijks voor de klas staan. Hierboven staan precies de redenen waarom deze roep tot actie juíst vandaag en morgen gehoord moet worden.

Er wordt inderdaad al jaren geroepen, omdát er al jaren te weinig aan wordt gedaan.

Ik werk nu 15 jaar in het onderwijs. Nog steeds met plezier. Want het is een prachtvak. Ik heb het geluk te werken op een fijne school, met een fijn team. Maar vandaag de dag lesgeven is niet  te vergelijken met mijn beginjaren. En dat zou ook niet goed zijn, want de kinderen veranderen, net als de wereld om hen heen. Stel daarom ook het onderwijs in staat mee te veranderen.

Ik wil niet alleen dat het ziekteverzuim omlaag gaat en het aantal burn-outs daalt. Nee, ik wil dat leerkrachten perspectief hebben. Om zich te ontwikkelen. Om mee te groeien met de kinderen. Om zich te blijven scholen. Om te kunnen voldoen aan de eisen die aan hen gesteld worden. Want dat willen leerkrachten ook. Om samen met de ouders te zorgen voor een goede ontwikkeling van onze kinderen. Dat geldt voor leerkrachten die al langer in het onderwijs werken, en voor nieuwe jonge leerkrachten die we binnen moeten halen.

Goed basisonderwijs, daar is niemand op tegen. Daar plukken we allemaal de vruchten van. Dat kost energie, en dat kost geld. Omdat we goed onderwijs in ons land van belang vinden.

Alleen woorden zijn niet voldoende. Dat hebben we afgelopen weekend wel gemerkt.

Goed onderwijs wordt gegeven door goede leerkrachten. Goede leerkrachten hebben plezier in hun vak en willen hun vak zo goed mogelijk uitoefenen, zonder die motivatie kies je niet voor het onderwijs. Maar goede leerkrachten kunnen zich ook ontwikkelen, worden gewaardeerd en in staat gesteld hun ervaring te gebruiken en te delen. Dat mag niet afhankelijk zijn van een schoolbestuur of een schooldirectie, dat hoort in Nederland algemeen beleid te zijn.

Goede leerkrachten laten we niet opbranden. Die laten we niet in de steek. Die laten we dus niet jaar in jaar uit roepen. Want daar word niet alleen ik een beetje moe van, daar worden we allemaal enorm moe van.

www.poinactie.nl

Extra investering ammehoela. Minimale investering!

In een artikel van het AD van vrijdag 14 oktober over werkdruk in het basisonderwijs wordt gesteld dat 4 op de 5 leerkrachten deze werkdruk als te hoog ervaren. Dit zou onder andere komen door de hoeveelheid tijd die besteed wordt aan administratie. Verderop in het artikel geeft de vakbond CNV aan niks te begrijpen van het niet afnemen van deze werkdruk omdat er de afgelopen twee jaar 100 miljoen extra is geïnvesteerd in het basis- én voortgezet onderwijs. Bijvoorbeeld om te investeren in klassenassistenten en concierges.

Een lachertje. Met klassen van rond de 30 leerlingen zouden klassenassistenten en concierges op scholen verplicht moeten zijn. Extra investering ammehoela. Een minimale investering, zo zou ik het noemen. Helaas komt dit geld niet allemaal bij de scholen zelf terecht, en is het veel te weinig om ook daadwerkelijk het beoogde doel te bereiken. Maar ik krijg de indruk dat het ministerie van OCW in de Plan Do Check Act cyclus zelf meestal stopt bij het woord ‘Do’.

Teveel tijd besteden aan administratie. Dat wordt niet opgelost door klassenassistenten en concierges.

Vijftien jaar terug toen ik begon in het basisonderwijs was de leerkracht na schooltijd bezig de dag te evalueren en een nieuwe schooldag voor te bereiden. Hij had tijd om inhoudelijk goede lessen te maken. Liefst nog op drie niveaus zodat hij rekening kon houden met de verschillen tussen kinderen. Het was aan de leerkracht om te zorgen voor uitdaging en verdieping. En belangrijker: lessen maken waardoor kinderen gemotiveerd raken om te leren.

De drie groepen verdwijnen. Ieder kind moet zoveel mogelijk op eigen niveau leerstof aangeboden krijgen. Het liefst staat dit ook op papier, gepland voor een bepaalde periode. Om kinderen inzicht te geven in hun eigen ontwikkeling worden er (meerdere keren per jaar) gesprekken met ze gevoerd, en hun ouders. Waarbij de afspraken natuurlijk genoteerd worden. Op zichzelf een goede ontwikkeling. Maar hiernaast hebben we nog de rapportages, het leerlingvolgsysteem, de afstemming met externe begeleiders.  Lukt dit alles binnen de nu gestelde tijd? Is dit haalbaar met 30 kinderen in een groep? Worden nieuwe leerkrachten hiervoor opgeleid?

Als we niet uitkijken raken de lessen en de lesinhouden zelf ondergeschikt. De organisatie, borging en verantwoording krijgen dan de overhand.

De druk die er is, veelal onbewust, vanuit de ouders is niet gering. Elke ouder heeft het recht, en wat mij betreft de plicht, zoveel mogelijk voor hun kind op te komen en te zorgen voor een optimale (leer)omgeving. Leerkrachten kunnen nog meer gebruik maken van de kennis van de ouders over hun kind, tegelijkertijd kunnen ouders nog meer vertrouwen in de professionaliteit van de leerkracht. Maar dit moet voor alle partijen wel realistisch en haalbaar zijn. We moeten niet uit het oog verliezen dat onze klassen uit veel verschillende kinderen bestaan.

Een woordvoerder van OCW heeft het in het AD-artikel nog over event-planners voor Sint en Kerst en ICT-mogelijkheden om de hoeveelheid nakijkwerk te verminderen. Denken ze echt dat daar de kern van het probleem zit? In dat geval lijkt het alsof het ministerie tegenwoordig niet meer in gesprek is met leerkrachten, maar alleen met bovenschoolse besturen of mensen die al lange tijd uit de klas zijn vertrokken..

Mijn voorspelling: zolang de klassen groot blijven, klassenassistenten en concierges gezien worden als extra investering, geschreven verantwoording van acties in de klas en gevoerde gesprekken vereist wordt en van leerkrachten wordt verwacht dit alles te doen binnen dezelfde gestelde tijd als voorheen… zal de werkdruk niet verminderen.

Het lijkt alsof de wereld van het kind in de klas zich als een speer ontwikkelt, maar de mogelijkheden en tijd die de leerkracht krijgt om daarbij aan te sluiten stagneren.

Op naar de verkiezingen..

Voor de jongens en mannen onder ons, aangezien dit een hot item is de laatste tijd: bovenstaande lijkt ver weg van een reclamepraatje om meer mannen in het onderwijs te krijgen. Ondanks mijn vraagtekens en zorgen kan ik niet anders zeggen dan dat ik geen dag spijt heb gehad van de keuze om in het basisonderwijs te werken.

Voetstuk in plaats van flipperkast..

Leerkrachten op de basisschool moeten zich soms net bondscoach van het Nederlands elftal voelen. Ze zijn een bepalende schakel in het succes van een team (lees: klas) en er zijn 16 miljoen anderen die ófwel beter denken te weten hoe ze hun werk moeten uitvoeren, ofwel commentaar hebben op de manier waarop ze dat doen. Of het nou op verjaardagen ter sprake komt, in de krant staat of op televisie onderwerp van gesprek is: iedereen heeft een mening over het onderwijs. En dan heb ik het niet alleen over de kinderen, ouders en collega’s.

Is dit erg? Natuurlijk niet. Discussie voeren over een fantastisch vak is geen straf. Het houdt de leerkracht scherp. Het houdt het onderwijs scherp. Want meegaan in vernieuwingen is noodzakelijk als je met kinderen werkt. Zij groeien immers op in een steeds veranderende omgeving.

Maar laten we in hemelsnaam eens een einde maken aan de ‘flipperkast-politiek’ waarmee het onderwijs steeds te maken krijgt. Een voorbeeld:

Twee jaar geleden moest de eindtoets worden afgeschaft. Want het zou toch absurd zijn dat één toetsmoment de toekomst van een kind bepaalt terwijl de basisschool acht jaar lang ervaring en kennis heeft opgebouwd. Sinds afgelopen jaar is het professionele schooladvies eindelijk doorslaggevend. Nu kan de school eindelijk kiezen uit drie eindtoetsen en heeft deze toets in positieve gevallen een corrigerende werking. En jahoor, u voelt hem aankomen: de minister van onderwijs wil weer terug naar een meer bepalende eindtoets. De staatssecretaris die het basisonderwijs in zijn portefeuille heeft was overigens even niet in beeld.

De minister noemde met name de ‘ongelijkheid in kansen’ als argument om weer terug te gaan naar één eindtoets. Het feit dat in het verleden

  • sommige scholen extra oefenden voor de eindtoets,
  • ouders die wél het geld hadden veel ‘investeerden’ in bijles om de eindtoets goed te maken
  • en middelbare scholen werden afgerekend op de examenresultaten en dus soms bizar hoge eisen stelden bij de aanmelding is de minister blijkbaar ineens weer vergeten.

Het vroege selecteren en vervolgens weinig kansen geven tot op- en afstroom was volgens de minister niet meer aan de orde.

En nu bemoeit het OESO zich weer met het Nederlandse onderwijs. De onderzoekers pleiten voor een centrale eindtoets. Of we dat weer meteen willen veranderen. En waar minister Bussemaker sprak over ongelijkheid in kansen, vindt het OESO dat het Nederlandse onderwijs met kop en schouders boven uitsteekt stelsels in andere landen. ‘De gelijkheid ten opzichte van andere welvarende landen is groot.’ Dat is nog eens een eenduidig beeld..

Het feit dat we binnenkort voor de zesde keer Tweede Kamerverkiezingen in 15 jaar hebben en daarmee regelmatig andere bewindspersonen  maakt het allemaal niet stabieler.

Mijn advies: neem het onderwijs serieus. Bekijk eens na langere tijd het effect van het gevoerde beleid en zorg tussentijds voor evaluatie en analyse zodat problemen op tijd inzichtelijk zijn en aangepakt kunnen worden! ZONDER meteen het hele beleid op zijn kop te zetten! We hebben al genoeg aan ons hoofd! Zorg voor rust, uitdaging, professionalisering en beloon goed werk! Kom in contact met de uitvoerende krachten, en niet alleen met de schoolbesturen! Weet waar je het over hebt in de media, en gebruik dus niet de term ‘cito-toets’ als deze niet meer bestaat! Toon interesse! Zeker als je ook zo nodig een mening wilt geven!
Zet het onderwijs eens op een voetstuk in plaats van in een flipperkast.