Categorie archief: Onderwijs

Hier vindt u alle berichten die met onderwijs te maken hebben.

Voorlichting in het onderwijs: het doet ertoe!

Dokter Corrie

Dokter Corrie

Als je in groep acht zit ben je bijna klaar voor een belangrijke nieuwe stap in je leven: een nieuwe start maken op het voortgezet onderwijs. Je komt in contact met nieuwe mensen, nieuwe invloeden en gaat jezelf echt leren kennen in de puberteit. Een behoorlijk ingewikkelde, uitdagende en spannende tijd waarbij je veel keuzes gaat maken die van invloed zijn op de rest van je leven. De mogelijkheid om jezelf te leren kennen, weten hoever je kunt gaan in het ontdekken van alles waarmee je in aanraking komt en als een zelfverzekerde, autonome en sociale leerling de nieuwe school binnenstappen is dan iets waar door de basisschool samen met de ouders hard aan gewerkt wordt. Voorlichting speelt daarin een belangrijke rol. Ik wil graag drie voorbeelden met je delen vandaag.

Sinds een jaar of vijf krijgen we rond deze tijd bezoek van twee politieagenten in de groepen acht. Zij verzorgen een voorlichting over drugs en alcohol. De kinderen wordt verteld welke vormen van alcohol en drugs er zijn, waar ze mee in aanraking kunnen komen, wat de risico’s en gevaren zijn, hoe ze daar mee om kunnen gaan en op welke manier ze deze risico’s zoveel mogelijk kunnen voorkomen. In de tweede les nemen de agenten een ‘ervaringsdeskundige’ mee, sinds vorig jaar Hans, die zijn levensverhaal vertelt en op indrukwekkende wijze duidelijk maakt hoe je verslaafd kunt raken en welk effect dit kan hebben op je leven. Elk jaar kijken de kinderen uit naar deze voorlichting. Ze nemen het serieus, stellen goede vragen en zijn zich na de lessen weer een stuk bewuster van de keuzes die zij zelf gaan maken later. De kans is groot dat in de brugklas of de tweede klas van het voortgezet onderwijs deze voorlichting opnieuw wordt gegeven, de kracht van herhaling. Op de site van L&F-advies kun je meer lezen over de werkwijze van deze organisatie. Want ze doen veel meer dan alleen voorlichting geven over alcohol en drugs. En op de site van Hans van Wendel kun je zien welk verhaal wordt verteld door de ervaringsdeskundige.

De tweede organisatie die jaarlijks in de klas komt vertellen is de NS. Natuurlijk niet om de kinderen wijs te maken in de wereld van het openbaar vervoer en de nadelen die reizen soms kan hebben, als je bijvoorbeeld 4 uur doet over het traject Rotterdam – Haarlem (hier spreekt een ervaringsdeskundige op dit gebied). Het gaat om de organisatie Luisteris, waarbij twee medewerkers vertellen over de ‘onprettige’ en soms zeer aangrijpende situaties die conducteurs en machinisten tegenkomen in de praktijk. Denk hierbij aan vandalisme, agressief gedrag, baldadigheid dat uit kan monden in ongelukken, normen en waarden op en rond het spoor en onbezonnen gedrag. Kinderen moeten weten welke risico’s soms worden genomen door bijvoorbeeld het spoor snel nog over te willen steken omdat ze haast hebben, of om in de zomer lekker zittend op de rand van het perron te wachten op de trein. Er wordt gesproken vanuit ervaring dus het belang hiervan lijkt mij duidelijk. Fijn dat er aandacht is voor deze kinderen die de komende jaren regelmatig gebruik zullen maken van het OV. Bekijk de site voor meer informatie over de voorlichting.

Tenslotte wil ik het hebben over iemand die de laatste tijd veelvuldig in het nieuws is geweest. Dokter Corrie. Elke week kijkt groep acht het SchoolTV Weekjournaal en ineens was daar een wekelijks item waarbij dokter Corrie het heeft over ‘belangrijke, maar soms toch ook moeilijk bespreekbare onderwerpen zoals seksualiteit’. Het was even schrikken voor de leerkrachten omdat zij hier niet op waren voorbereid (zo ook voor mij) maar het bood  een ideale aanleiding om wekelijks uitgebreid aandacht te besteden aan seksualiteit, het leren kennen van jezelf van binnen en buiten en met de kinderen hierover te praten. Je kunt je afvragen of het SchoolTV Weekjournaal hier het ideale platform voor is aangezien er ook op jongere leeftijd naar wordt gekeken en sommige scholen op andere momenten dit in het lesprogramma hebben ingebed, maar voor ons was en is het een prima manier als luchtige, grappige maar ook regelmatig serieuze start voor gesprek. Kinderen zijn nieuwsgierig en willen graag antwoord op hun vragen. Dat lijkt mij vrij normaal. Daarnaast is het prettig om met leeftijdsgenoten hierover te kunnen praten zonder dat het allemaal geforceerd wordt en niemand echt iets durft te zeggen. De klas kijkt wekelijks uit naar dit item, maar blijft ook geïnteresseerd in de rest van het programma. Er wordt door sommige kinderen ook thuis naar gekeken, en er zijn al fans gesignaleerd onder de ouders. Dokter Corrie weet als geen ander het ene moment serieuze onderwerpen aan te snijden (bekijk vooral het fragment hieronder over ‘anders zijn’), als het onderwerp zich ertoe leent grappen te maken en  daarnaast op een heldere manier uitleg te geven. Voor ouders en leerkrachten een plezierige aanleiding voor en aanvulling op seksuele voorlichting.

Kinderen zijn allemaal verschillend, met hun kwaliteiten en onmogelijkheden. Komen uit verschillende gezinssituaties en krijgen verschillende waarden en normen normen mee. Maar de school, zowel in het basis- als voortgezet onderwijs, is de plek waar zij met elkaar in aanraking komen, letterlijk en figuurlijk. En dus is het van belang dat school en ouders gezamenlijk zorgdragen voor de voorlichting die nodig is om de kinderen bewust te maken van de maatschappij waarin zij opgroeien en welke risico’s dit met zich meeneemt. Keuzes maken de kinderen zelf,  de basis waarop zij dit doen kunnen wij aan hen meegeven.

Ik hoop dat de Publieke Omroep oog blijft houden voor de positieve invloed die zij kunnen uitoefenen, en dat gemeenten subsidie blijven verstrekken aan organisaties als L&F. Ze doen ertoe!

Bekijk hieronder enkele fragmenten van dokter Corrie:

 

Loting: niet gewenst, wel noodzakelijk?

Loting, alleen als het noodzakelijk is?

Loting, alleen als het noodzakelijk is?

Ieder jaar keert de discussie terug in de kranten en bij kinderen, ouders en leerkrachten: waarom moet er geloot worden bij de keuze voor een middelbare school? We hebben in Nederland immers vrijheid van onderwijs, en dus het recht om de school te kiezen die past bij de wensen van kind en ouders? We hebben toch het recht een school te kiezen die aansluit bij de religieuze achtergrond van gezinnen? En het is toch logisch dat onze kinderen naar dezelfde school kunnen gaan? Dan maar 32 in plaats van 28 kinderen in een klas, of een extra klas erbij.

Zo eenvoudig is het helaas niet. In Haarlem wordt er sinds een aantal jaren geloot. Niet op alle scholen, en niet op alle niveaus. De reden van deze loting is eigenlijk vrij eenvoudig. Je hebt als school een beperkt aantal lokalen en leerkrachten ter beschikking waarmee je een beperkt aantal kinderen kunt plaatsen. Even een lokaal extra neerzetten en een leerkracht aannemen gaat niet zo gemakkelijk. Want wat als er ieder jaar een lokaal en leerkrachten extra nodig zijn, en na vijf jaar het aantal aanmeldingen flink afneemt? Moet je dan weer gaan slopen? En het personeel ontslaan? Er is teveel sprake van golfbewegingen om hier structureel een oplossing voor te vinden.

De vraag is waarom deze golfbewegingen er zijn. Ligt het aan de kwaliteit van de scholen? Is de ene school beter dan de ander? En zouden de scholen dan niet meer hun best moeten doen om meer aanmeldingen te krijgen? Ook deze vraag is niet simpel te beantwoorden. Vaak wordt er binnen dezelfde school op het ene niveau wel geloot, en op het andere niveau niet. Dat hangt niet af van de schoolkwaliteit, maar van het aantal plaatsen en aanmeldingen. Ik durf wel te stellen dat er in Haarlem geen slechte scholen voor voortgezet onderwijs zijn. Verschillen, die zijn er wel. Er zijn kleine scholen, scholengemeenschappen, scholen die zich specialiseren in muziek, media, techniek, cultuur, talen, wiskunde etc. Maar goed en slecht, dat verschil is er nauwelijks. Wel zijn er scholen met een goede naam en scholen met een slechte naam. En dat is jammer, omdat dit niet altijd op feiten en waarheid gebaseerd is, maar vaak op een gevoel en ‘horen zeggen’. Het is gemakkelijk om een slechte naam op te bouwen, maar moeilijk om er vanaf te komen. Zeker met de toetscultuur  en de onderzoeken gebaseerd op alleen meetbare resultaten. Ontwikkeling van kinderen meten is meer dan alleen de toetsgegevens vergelijken.

Niemand zit te wachten op een loting. Ouders niet, leerkrachten niet, besturen niet maar vooral kinderen niet. Helaas is de praktijk niet zo maakbaar dat er precies evenveel aanmeldingen als plaatsen zijn. En dus zul je met een oplossing moeten komen. Er is vaak gesproken over de invoering van een keuze top 3  in plaats van 1, maar dan zul je zien dat nog steeds dezelfde scholen populair zijn en anderen niet. Geen oplossing voor het probleem. Ieder kind plaatsen op de plek van keuze kan ook niet, want dan zit je met een tekort en overschot aan lokalen en docenten.

En dus is loting een noodzakelijk kwaad. Hoewel, kwaad. Alle kinderen die ik in de klas heb gehad en zijn uitgeloot hebben het prima naar hun zin op de huidige school. Van belang zijn vooral de klas, de mentor, de leerkrachten en wat je er als kind zelf van maakt. Wel zijn er afgelopen jaren missers gemaakt in de communicatie, waardoor er teveel onzekerheid was bij kinderen en ouders. Hier is door de besturen en gemeente over nagedacht en komend jaar zullen de scholen eerst onderling bekijken of er voldoende plek kan worden gemaakt voor alle leerlingen op de juiste niveaus, zonder heel star van tevoren aan te moeten geven hoeveel plekken er zijn en waardoor je niet meer kunt schuiven. Hopelijk is er dan niet meer dan één loting nodig, want dat is er eigenlijk al één teveel.

Deze week stond in het Haarlems Dagblad dat het Eerste Christelijk Lyceum vanaf 2015 stopt met de zogenaamde voorrangsregeling. Hierbij mogen kinderen van leerkrachten voorafgaand aan een eventuele loting aangemeld worden, en dit geldt ook voor broertjes en zusjes. Deze regeling kunnen scholen naar eigen keuze hanteren. Ik ben inmiddels tot de conclusie gekomen dat, als je vooraf  selecteren mogelijk wilt maken, dit vooral moet kunnen omdat je als kind een bepaalde zorgbehoefte hebt, of kwaliteiten en interesses waar de school zich in specialiseert. Niet omdat je vader of moeder toevallig op de school (of zelfs binnen het bestuur) werkt of omdat je broertje of zusje op dezelfde school zit. Elk kind is anders, elk kind heeft behoeften en dat is niet per definitie familiair bepaald. Helaas is deze ruime keuzemogelijkheid niet haalbaar.

Sommige scholen zeggen dat ze de religieuze achtergrond van belang vinden. Ik merk in de dagelijkse praktijk weinig van de invulling van scholen, dat hoor ik ook terug van oud-leerlingen en ouders. Het wordt vooral gebruikt als argument om loting te voorkomen. Maar noodzakelijk is het niet. In het basisonderwijs kan ik een dergelijke voorrangsregeling begrijpen, vanwege praktische argumenten. Maar in het voortgezet onderwijs kan elk kind zelf naar school.

Laten we vooral de kinderen de keuze geven, en met elkaar proberen hier zo goed mogelijk op aan te sluiten, met gelijke kansen en mogelijkheden. En laten we met elkaar zorgen dat de kwaliteit op alle scholen van een dusdanig niveau is, dat elk kind tot zijn recht kan komen. Geef scholen de kans dit voor elkaar te krijgen, schroom niet om feedback te geven en grijp in als er fouten worden gemaakt. Daar wordt het onderwijs in Haarlem alleen maar beter van.

Op www.brugweb.nl is meer te lezen over de toelatingsprocedure in Haarlem.

Hoe denk jij hierover?