Categorie archief: Het leven van een leerkracht

Leraar weet meer dan Cito

Marzano: over de invloed van de school en de leerkracht

Marzano: over de invloed van de school en de leerkracht

“Leraar weet beter wat goed is voor kind dan cito toets”, zo kopte NRC afgelopen weekend. Hoera, hoera! Eindelijk bevestiging van wat basisscholen al jaren weten en roepen.  Na acht jaar zou een school goed in staat moeten zijn een passend advies te geven, zonder daarbij af te worden gerekend op een momentopname zoals de citotoets is.

Voor de duidelijkheid: ook NRC gebruikt het woord citotoets niet correct. Het gaat hier om de Eindtoets van Cito. Elk jaar worden citotoetsen afgenomen bij kinderen en de gegevens hiervan worden gebruikt om de kinderen te volgen. Het zogenaamde leerlingvolgsysteem. In de regio Zuid-Kennemerland worden deze gegevens gekoppeld aan een uitstroomprofiel voor rekenen en begrijpend lezen. Zo heeft de school een beeld van de laatste jaren met het daarbij passende niveau. Wat niet wil zeggen dat het advies daar meteen op aansluit. Want voor een goed advies speelt meer mee. De Eindcito is een toets die dit jaar wordt verplicht en voor het eerst in april wordt afgenomen. Niet meer om kinderen en scholen af te rekenen, maar om scholen inzicht te geven in hun opbrengsten. Dat afrekenen hieruit geen gevolg is moet overigens nog maar blijken, gezien de negatieve tendens van school-ranking-lijstjes zoals in de Trouw en Elsevier.

Het werd tijd dat de landelijke politiek gaat vertrouwen in het basisonderwijs. Een korte rekensom: de Eindcito duurt zo’n drie ochtenden. Dat wil zeggen dat de kinderen daar ongeveer  tien uur mee bezig waren. Tot nu toe dacht men dat dat voldoende was om een gedegen advies te geven. Daar tegenover stond acht jaar basisonderwijs: bijna 8000 uur onderwijstijd. Lesgeven, observaties, toetsen. Als er één instituut is dat een passend advies kan geven op basis van feitelijke en betrouwbare informatie dan is dat wel de basisschool.

“Leerlingen uit groep acht die van hun leraar een hoger advies krijgen dan volgens de toetsresultaten op zijn plaats is, gaan in 73 procent van de gevallen na drie jaar nog steeds op dit hogere niveau naar school.” Zo blijkt uit het onderzoek van de onderwijsinspectie. Je zou kunnen zeggen dat 27 procent er dus naast zit. Zo werkt het niet. Je kunt als basisschool niet in een glazen bol kijken en voorspellen waar een kind op zal uitkomen. Er gebeurt veel met kinderen tussen de 11 en 17 jaar en het is onmogelijk rekening te houden met de omgeving van een kind, zowel thuis als op school. Maar blijkbaar lukt het toch om in driekwart van de gevallen een niveau te adviseren dat na drie jaar nog steeds passend is. Ondanks alles wat in de tussentijd kan gebeuren. Een knappe prestatie.

Fijn dat hoofdinspecteur Arnold Jonk aangeeft dat niet alleen cognitieve vermogens, maar ook doorzettingsvermogen, motivatie en wat mij betreft zelfstandigheid een belangrijke invloed heeft op het wel of niet kunnen halen van een bepaald onderwijsniveau.

In het artikel wordt gewezen op de toenemende druk van ouders, die in veel gevallen een hoger niveau eisen dan in eerste instantie wordt gegeven. Arnold de Jong prijst de betrokkenheid van ouders en hun kritische blik. Dat kan ik beamen, met wel een belangrijke kanttekening voor de ouders. Hoe een kind zich thuis gedraagt en ontwikkelt, is niet per definitie hetzelfde als in een klassensituatie waarbij het zich voor een groot deel zelfstandig of in samenwerking met andere kinderen moet zien te redden. Wanneer er sprake is van individuele aandacht zijn de resultaten vaak beter. In het voortgezet onderwijs wordt tot op heden, gelukkig, geen individuele lessen gegeven en dus zal de zelfstandigheid, concentratie en taakgerichtheid in een klassensituatie een grote rol spelen. Iets dat thuis niet te meten is. Ik heb tenminste in acht jaar tijd nog nooit een kind gehad dat uit een gezin van 29 kinderen kwam.

Ik wil nog één belangrijk onderdeel uit het artikel naar voren halen. Arnold de Jong pleit voor echte brugklassen, brede brugklassen waarbij kinderen de kans krijgen zich te ontwikkelen. Ik onderschrijf dat volledig. In de regio Zuid-Kennemerland zijn er nog maar twee scholen met gemengde brugklassen, en zelfs bij hen kun je je twijfels hebben over de uitvoering. Kinderen worden steeds vroeger in ‘hokjes’ gestopt. Misschien niet letterlijk, hoewel je daar soms met ruim 30 kinderen in een klaslokaal wel van kan spreken. Maar wel door ze zo vroeg mogelijk op één niveau in te delen. Kinderen zijn in groep acht niet uitontwikkeld. Een zekere indeling kan, maar blijf ze uitdagen en geef ze de kans door te stromen of af te stromen, zonder daar de scholen meteen op af te rekenen. Vooral dat laatste zorgt voor de keuze voor veiligheid op een school voor voortgezet onderwijs. De afrekencultuur vanuit de inspectie is niet altijd gemakkelijk voor het voortgezet onderwijs. Ik ben benieuwd wat Arnold de Jong en zijn collega’s daaraan gaan doen, want scholen kunnen het niet alleen.

Het is belangrijk dat scholen in het basisonderwijs hun advies de komende jaren goed en kundig beargumenteren. Zowel op basis van cognitieve gegevens zoals het leerlingvolgsyteem en toetsen als de gegevens die wij op school het ‘kindbeeld’ noemen: vaardigheden die een kind nodig heeft om een bepaald niveau aan te kunnen. En daarbij is het belangrijk uit te gaan van wat een kind wél kan en misschien nog meer kan ontwikkelen in plaats van de ‘foto van dat moment.’

Laat hieronder een reactie achter!

 

Van ‘niets’ tot ‘iets’

Niet van een Ander

Niet van een Ander

Een pand huren in een kinderrijke buurt en daar eerst alleen, en later met orthopedagogen & psychologen een centrum starten voor begeleiding en onderzoek van kinderen met leer- en/of sociaal-emotionele problemen. Veel kinderen hebben de afgelopen jaren hulp gehad door dit initiatief.

Ontwerper zijn en maatschappelijk betrokken, op basis van die twee uitgangspunten een bedrijf oprichten waarbij ‘een leerwerktraject wordt geboden aan Amsterdamse jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt’. Cre8 is zo’n bedrijf.

Jarenlang foto’s maken als hobby en uiteindelijk besluiten de uitdaging van exposeren uit te gaan. En nu de eerste expositie hebben tijdens de Kunst10daagse in Bergen.

Als cabaretiers met elkaar brainstormen over Haarlem muziekstad, omdat Serious Request in 2014  hun eigen stad aandoet. En samen met Giel Beelen en Michael Struis komen tot de oprichting van ‘Gitaarlem‘, waarbij muziek centraal staat om een bijdrage te leveren aan het serieuze thema van Serious Request dit jaar.

Vier voorbeelden in mijn directe omgeving waarbij van ‘niets’ ‘iets’ wordt gemaakt.

Ik ben geen ondernemer, werk in het onderwijs waar een duidelijke structuur is en ik altijd de veiligheid heb van een baan en pensioen.  Maar soms laat ook ik mij meeslepen in een uitdagend project. Zo organiseerde ik in 2010 met twee vrienden de actie ‘High Tea voor Haïti’. In de kroeg tijdens Noorderslag in een opwelling bedacht. En vervolgens uitgevoerd zodat er bijna 10.000 euro werd opgehaald.

En dit jaar is het weer zover. Voor de zomervakantie zijn we op onze school  een commissie SR14 gestart. Ouders en leerkrachten hebben plannen bedacht voor het huidige schooljaar om op creatieve, originele en educatieve wijze aan te sluiten bij Serious Request. Giel Beelen is langsgeweest om voor elk kind glazen huisjes uit te delen zodat zij met eigen acties geld kunnen verdienen. En in november vindt er een feest voor ouders plaats op het station in Haarlem. Intussen wordt er met het Rode Kruis gewerkt aan gastlessen die op school worden gegeven.

Bijzonder onderdeel van deze hele actie is de Ark in Actie All Star Band. Omdat Gitaarlem het boegbeeld lijkt te worden van Serious Request in Haarlem zochten we contact  met Joost Speelman: Is het mogelijk samen te werken, met als doelstelling zorgen dat het ingewikkelde thema ook aan basisschoolleerlingen kan worden uitgelegd en een bijdrage leveren voor het Rode Kruis? Na een aantal gesprekken bleek het enthousiasme groot, maar werd er veel verwacht van eigen initiatief.

En ineens was daar een mail van Bart van der Poel, vader van kinderen in groep 6 en 7 en muzikant. Hij wilde graag meedenken om iets moois neer te zetten met de kinderen. Het kwam tot een brainstormsessie in café de Vijfhoek, samen met Remco van Kesteren, een vader die in de ouderraad zit en ontwerper is van beroep. Bart ‘had nog wel een liedje liggen’ dat we goed konden gebruiken. Hij zou de tekst ook schrijven. In een lied vertellen waar Serious Request 2014 over gaat zodat dit in de klassen als startpunt kan worden genomen voor de uitleg over het thema. En daarnaast het lied uitbrengen zodat er met de verkoop geld kan worden verdiend met de actie. Remco zou zorgen voor alle graphics en videobeelden. De organisatie van Gitaarlem vroeg of we twee weken later het lied konden spelen tijdens de talentenavond in de Philharmonie.

We hadden wat twijfels of dit haalbaar was, beloten er voor te gaan en inmiddels:

  • hebben we drie dagen geleden een geweldige avond gehad in de Philharmonie in Haarlem.
  • staat het lied ‘Niet van een ander’ op iTunes, Spotify en Play Store
  • was de recensie van het Haarlems Dagblad lovend (‘hoogtepunt van de avond, beste song’)
  • stonden we vrijdag even op 24 in de iTunes top 100
  • krijgen we steeds meer positieve reacties over het lied, in het bijzonder over de combinatie van ‘reggae-sound’ en de tekst waarin het thema van Serious Request begrijpelijk wordt beschreven

En we zijn nog lang niet klaar. Er staat nog een hoop te gebeuren. Op de Actiepagina van Ark in Actie is het nieuws te lezen. Ik ben bijzonder trots op wat we nu al hebben bereikt met elkaar.

Luister niet te snel naar mensen in je omgeving die uitgaan van mislukken, of onhaalbaarheid. Met de juiste energie, inzet en partners die willen helpen is meer mogelijk dan je in eerste instantie voor ogen hebt.

Download hier het lied ‘Niet van een ander’

Bekijk hier de Ark in Actie-website

Bekijk hieronder het optreden van de Ark in Actie All Star band:

Bekijk hier de site van fotograaf Philip Mees

Laat hieronder een reactie achter!

Regelvrije scholen?

znorulesw

Dit las ik op de site van de NCRV:

“Dekker wil experiment met regelvrije scholen. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs wil een experiment starten met regelvrije scholen. ‘Als je goede scholen hebt durf ik het wel aan om te zeggen: we doen het zonder de inspectie, we doen het zonder Den Haag, maar dan wat mij betreft ook zonder de cao’. Dekker deed zijn uitspraken in een debat over excellent onderwijs, georganiseerd door het NCRV-programma Altijd Wat.

Hij reageerde tijdens de bijeenkomst in De Rode Hoed in Amsterdam op de kritiek van aanwezige docenten dat het onderwijs dreigt te bezwijken onder de regeldruk uit Den Haag. Dekker: ‘U zegt, geef ons de ruimte? Ik wil die ruimte graag bieden.’ Volgens Dekker wordt de regeldruk wel vaak overdreven. Er is veel meer vrijheid dan vaak wordt gedacht, bijvoorbeeld over de onderwijstijden. Die zijn volgens Dekker niet in de wet of in de cao vastgelegd. ‘Als de school vindt dat je om tien uur moet beginnen in plaats van half negen, dan zou ik zeggen: doe het.’ “

Benieuwd naar jullie mening! (zie hieronder)

Ouders van de Karrekrak: typisch of typetjes?

De juf en de ouders van Basisschool de Karrekrak

De juf en de ouders van Basisschool de Karrekrak

Zondagavond, bijna klaar voor een nieuwe schoolweek en luisterend naar de muziek van First Aid Kit komt het toch ineens bij me op nog iets te schrijven over Koefnoen.

Ik zal er geen lang verhaal aan wijden, want het gaat bij dit onderwerp vooral om het kijken en genieten. Wat een knappe prestatie van Koefnoen om de klassieke ouderavond van een groep acht neer te zetten zoals zij dat doen bij de afleveringen van ‘Ouders van de Karrekrak’.

Voor leerkrachten een feest om naar te kijken. Je herkent direct enkele ouders terug: Petra, steeds weer opkomend voor haar eigen Wiebe die het zwaar heeft met zijn dyslexie en dyscalculie, de ouder die zelf jaaaarenlange ervaring in het onderwijs heeft of de ouder die altijd kritisch is over het onderwijs. En de af en toe lullige onderwerpen waar het over gaat, zoals luizenpluisouders, in aflevering twee overigens mooi neergezet als het zoeken naar een mascotte voor de ‘kinder-kak-week’. En wat een vondst is het prachtige woord ‘buitenbegaafd’.

Ik heb veel ouders gehoord die zichzelf herkennen in de typetjes. Niet altijd zo overdreven zoals bij de Karrekrak, maar toch wel duidelijk kenmerkend. Hopelijk zorgt het voor enige zelfreflectie. En dat geldt overigens ook voor de leerkrachten. ;-)

Maar los van effecten die de serie kan hebben, ga vooral genieten van aflevering 1 en 2 via de links hieronder! Op naar aflevering 3!

Laat het gaan? Laat het vallen? Laat het los?

Loslaten?

Loslaten?

Loslaten. Volgens Van Dale het ‘in vrijheid stellen’ of ‘met rust laten’. Ik ben er zelf niet goed in. Vooral niet als het gaat om werk. Ik neem mijn werk mee naar huis, denk er dagelijks over na en doe het liefst alles zelf. Controle houden, dat past meer bij mij. Zo min mogelijk nee zeggen en zoveel mogelijk touwtjes in handen houden. Er zijn natuurlijk grenzen. Met twee linkerhanden laat ik klussen thuis graag los. Lees ook wel: ‘door anderen doen’ of ‘links laten liggen’. Dat schiet dan natuurlijk niet op.

De laatste jaren merk ik dat ouders meer moeite hebben met loslaten. Van hun kinderen in dit geval. Steeds vaker worden wij gemaild waarbij zorgen over kinderen worden uitgesproken. Vooral aan het begin van het jaar wanneer we op schoolkamp gaan: mijn kind heeft moeite met weg zijn van huis, slapen ze wel lang genoeg, houden jullie rekening met allergieën, hoe zit het met de kamerindeling, kunnen ze wel fietsen in een groep, letten jullie op teken, mogen ze douchen, smeren jullie de kinderen in als het warm is, willen jullie af en toe vragen of alles wel goed gaat?

We voeren gesprekken van tevoren en krijgen soms hele gebruiksaanwijzingen hoe we met de kinderen rekening kunnen houden. Gelukkig hebben we na acht jaar redelijk wat kennis opgebouwd over elk kind. En gaan we elk jaar op kamp, met een begeleiding van 12 leerkrachten die inmiddels weten wat nodig is om een kamp voor elk kind succesvol te maken.

Ouders zijn dus betrokken. Dat is een fijne constatering. Liever bezorgdheid dan onverschilligheid. Liever een extra gesprek dan een gebrek aan nodige kennis.

En toch.. Afgelopen weken heb ik regelmatig aangegeven: ‘laat het los’. Ik zat dit tijdens het schoolkamp te overdenken. Wat betekent dat loslaten eigenlijk? Wat verwacht ik van ouders? Dat ze zich helemaal niet meer bemoeien met hun kind? Natuurlijk niet. In de titel van dit blog, een lied van Van Dik Hout, wordt laten vallen gebruikt. Het zou niet best zijn als dat gebeurt. Blijf dus vooral betrokken! Maar wat wil ik dan wel?

Op de site 365 succesvol las ik het volgende: ‘Pak eens een steen in je hand. Je kunt deze steen nu loslaten zodat hij valt. Maar je kunt hem ook loslaten met de handpalm naar boven. Zo kan de steen zijn wat hij is, je kan het blijven voelen, met je aandacht erbij zijn en als de steen zijn eigen weg gaat is het oké.’

Nu wil ik kinderen niet vergelijken met stenen. Maar plaats je kind eens in gedachten in diezelfde handpalm. Laat het eigen keuzes maken, geef het de kans het zelf te doen en van deze ervaringen te leren en stuur bij waar nodig. Dat is iets waar we in het onderwijs belang aan hechten en waar nog stappen in te maken zijn. Niet alleen door leerkrachten, ook door ouders. Kinderen kunnen vaak meer dan wij denken. Ze zijn vaak een stap verder dan wij denken. En natuurlijk gaat dat niet altijd goed. Maar van fouten leer je.

Loslaten dekt niet de lading van wat ik wil. Want een kind moet kunnen leunen op zijn omgeving wanneer dit nodig is. Maar misschien moeten we ze af en toe meer laten gaan en zelf laten ontdekken. Uitgaan van vertrouwen in plaats van onmogelijkheden. Mijn nichtje heeft een vader die bedreven is in het laten gaan. Hij creëert samen met haar moeder de ruimte en mogelijkheden voor haar om op onderzoek uit te gaan. En soms gaat dat mis. Maar dan zijn haar ouders er om haar te helpen. Ze leert en ontwikkelt zichzelf, kijkt naar hoe andere kinderen iets doen en probeert dat zelf ook.

Laat een kind niet vallen, laat het niet los maar laat het wat meer gaan. In de Kennemer Boekhandel zag ik laatst een boekje liggen: How2talk2kids van Adele Faber en Elaine Mazlish. Zij geven tips hoe je als ouders de zelfstandigheid van kinderen kunt bevorderen door middel van effectieve communicatie. Een aanrader voor elke ouder om te lezen. Niet om alles exact te doen zoals zij zeggen, maar om eens te reflecteren op je eigen opvoeden en te kijken of hier nog verbeteringen in mogelijk zijn.

Laat je verbazen door wat kinderen al kunnen. Dat is meer dan je misschien zelf denkt. Ga uit van lukken en niet van falen. En die les kan ik mijzelf ook nog dagelijks leren.

Op deze site lees je meer over How2talk2kids.

Timmermans: minister en een beetje onderwijzer..

Frans Timmermans

Frans Timmermans

Nu hij in het middelpunt van de belangstelling in Europa staat en misschien zijn huidige functie als minister van Buitenlandse Zaken verruilt voor een hoge functie bij de Europese Commissie voel ik mij geroepen een korte blog over Frans Timmermans te schrijven.

De afgelopen weken heeft hij op veel mensen indruk gemaakt met de manier waarop hij omging met de ramp van vlucht MH17. Hij verwoordde op bijzondere wijze een ‘nationaal gevoel’ tijdens zijn speech bij de VN op 21 juli. Daarnaast heeft hij zich keer op keer ingezet voor uitgebreid onderzoek en het snel terughalen van de lichamen naar Nederland. Dat dit niet allemaal gelukt is op de manier waarop dat zou moeten mag duidelijk zijn, maar ook als minister heb je niet alles in eigen hand.

Het ging hierbij om een nationale ramp met een internationale impact. Veel mensen zagen een kant van minister Timmermans die ze misschien nog niet eerder hadden gezien: duidelijk, volhardend, empatisch. Zijn gevoel voor taal en intelligente vermogens waren al eens eerder aan het daglicht gekomen, bijvoorbeeld bij een campagnefilmpje om Commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa te worden. Hij werd echter snel afgeschilderd als een komiek, of een typetje van Van Kooten en De Bie zoals Johan Fretz in de Volkskrant schreef. Niet op basis van inhoud, maar op basis van uiterlijk vertoon. Zoals dat wel vaker gebeurt bij politici. Soms kom je op televisie onhandiger over dan je in het echt bent.

Ik ken Frans Timmermans niet goed, niet persoonlijk. Maar ik heb hem wel een aantal keer mogen ontmoeten. Met onze groepen acht houden we ons elk jaar een aantal weken bezig met het thema ‘politiek’. Om de kinderen in aanraking te laten komen met politici stuurde ik via twitter en facebook berichten naar enkele politici met de vraag of we ze mochten interviewen. Frans Timmermans reageerde direct en gaf zijn staf, hij was destijds staatssecretaris van Europese Zaken, de opdracht een dagdeel te organiseren waarbij onze groepen acht ontvangen werden op het ministerie. De kinderen kregen in groepen een rondleiding door het gebouw waarbij uitleg werd gegeven door verschillende medewerkers. Ze mochten in de kamers van de ministers komen, in de auto’s zitten beneden in de ontvangstruimte, kijken bij de beveiliging van het gebouw en tenslotte staatssecretaris Timmermans interviewen in de grote vergaderzaal.

Toen Timmermans kamerlid werd ontving hij ons ook, dit keer in de fractieruimte van de PvdA. Hij nam ruim een uur de tijd, vertelde over zijn drijfveren om de politiek in te gaan. Vertelde over zijn geschiedenis in Limburg, over de mijnen. Over zijn toekomstvisie en was geïnteresseerd in de vragen van de leerlingen. En dat los van zijn eigen politieke mening en partijstandpunten. Zeer objectief. Op alle vragen kregen de kinderen antwoord. Zelfs op de vraag: ‘Welk merk onderbroeken draagt u?’ Want de vraagsteller kreeg later in de mail een plaatje van het merk (nee, geen persoonlijke foto van de iCloud gepikt’).

Vorig jaar mochten we weer langskomen. Dit keer met drie groepen acht. Als minister valt er minder tijd vrij te maken, maar ook deze dag was bijzonder om mee te maken. Met een les in de vergaderzaal op het ministerie en aansluitend een interview van een halfuur.

Politiek is een ongewikkeld onderwerp, maar door de politiek te kunnen ‘voelen, ruiken, ervaren’ in Den Haag wordt het concreter voor 12-jarigen. Ze worden één dag meegenomen in de vreemde wereld van coalities en oppositie, partijenstelsels en debatten.

Wat ik hiermee wil zeggen? Er zijn politici die naast hun (vele) werk, de tijd nemen voor onderwijs en kinderen. Die proberen hun enthousiasme over te brengen. Ik hoop dat andere politici hier een voorbeeld aan nemen. En er zijn er ongetwijfeld al die dat doen. Politici als Frans Timmermans staan in de aandacht, moeten worden afgerekend op hun daden en beloftes. En zo af en toe verdienen ze een blog. Omdat ze ertoe doen. Ik wens hem veel succes en plezier in Europa.

Tenslotte: ik moet dan ook de Haarlemse gemeenteraad noemen waar onze klassen jaarlijks worden ontvangen door raadsleden Jur Visser en Moussa Aynan. Want naast de landelijke politiek besteden we aandacht op lokaal niveau.

Bekijk hier de speech van 21 juli 2014:

Bekijk hier het campagnefilmpje van 2012:

 

 

Een nieuw jaar in groep acht.

Leuke lieve grappige gezellige & eigenwijze groep achters,

Jullie zijn op dit moment lekker aan het gymmen bij meester Niek. Mij is gevraagd een stukje te schrijven voor jullie afscheidsboekje. Hoe is het jaar verlopen? Wat is het verschil tussen begin groep acht en nu? Wat hebben we allemaal meegemaakt?

Ik weet nog goed dat ik, net als de juffen in de andere groepen acht, een beetje schrok aan het begin van het jaar. We gingen voor het eerst in september op kamp en waren veel zelfstandige, eigenwijze en bijdehante kinderen gewend. Nu werden er werden continu vragen gesteld: ‘Wat gaan we doen? En wat daarna? En waarom? En wat als dat niet lukt?’ Het ging maar door. En in de pauze werd er ‘Harry Potter’ en ‘paardje’ gespeeld. Het was even wennen voor ons… 

Gelukkig is het allemaal goedgekomen ;-) . Jullie zijn een fijne, enthousiaste groep. Heel veel praten en met elkaar doen. Het liefst altijd alles samen. Jullie hebben hard gewerkt, veel geleerd, zijn gegroeid. Er zijn ruzies geweest, gelukkig maar want dan was er ook weer iets goed te maken. Er waren en zijn liefdes (niet zo veel geloof ik maar daarin zijn jullie dan weer niet zo open). En er is vooral heel veel geschuifeld. Nog nooit heb ik het meegemaakt dat kinderen vroegen: ‘Meester, kunnen we vanmiddag afsluiten met schuifelen?’ Er is gehuild maar nog veel vaker gelachen. En belangrijker: iedereen deed ertoe en deed mee. Het is voor meesters en juffen altijd fijn als dat lukt in een klas.

We hebben een druk jaar gehad. Niet alleen nu met de musical en het maken van het ik-dossier. We hebben veel gedaan: kamp naar Texel, excursie naar het ministerie en de Tweede Kamer, toetsen maken, debatteren, kinderpostzegels, Mad Science, sporttoernooien, Kerstgala, middelbare scholen bezoeken en kiezen, koken, workshop sambaritme, dokter Corrie kijken, klassenfeesten houden, slapen op school en over ruim twee weken is het dan echt klaar met de Ark.

Bedankt voor het gezellige en ook weer voor mij leerzame jaar. Jullie hebben stuk voor stuk allemaal de kwaliteiten om er iets moois van te maken op de middelbare school. Wij hopen als Ark natuurlijk dat we daaraan hebben bijgedragen. Maar onthoud goed dat alles wat je hebt gedaan en is gelukt, echt door jezelf is gelukt. Vaak moet je eerst wat overwinnen, dat is niet erg. Ik wens jullie de komende jaren veel succes en vooral heel veel plezier op de middelbare school. Een spannende tijd waarin je veel over jezelf en de wereld om je heen zult ontdekken. Ik hoop dat jullie af en toe nog eens langskomen op de Ark om ons te vertellen hoe het gaat!

Meester Sjoerd

Zo sloot ik het afgelopen schooljaar af in het afscheidsboekje dat alle kinderen kregen, gemaakt door de klassenouders. Vandaag begint de voorbereiding voor het nieuwe schooljaar.

Na zeven jaar basisschool, waarbij het hele Arkteam hard heeft gewerkt om elk kind zo optimaal mogelijk te laten ontwikkelen, komen de kinderen bij ons om de basisschoolperiode af te sluiten. Een jaar van afscheid dus, maar ook een jaar om elk kind klaar te stomen voor een nieuwe start op de middelbare school. Een jaar met leuke activiteiten zoals kamp en de musical. En ook een intensief jaar om de kinderen zichzelf goed te laten leren kennen: wat zijn hun sterke en zwakke kanten, hoe zet je jezelf neer in een groep, wat willen ze zelf graag leren en ontwikkelen? Een jaar waarin je een sterke band krijgt met een klas. Iedere week, elke dag ben je met elkaar aan het werk, ga je in gesprek, leer je van elkaar, bots je, en bouw je op.

Vanaf vandaag doen we weer ons best ook dit schooljaar net zo bijzonder te maken. En kunnen we hopelijk in juli terugkijken op een mooie tijd op de Ark.

Het leven van een leerkracht #2 Eén April!

1_april

Een jaarlijks terugkerend fenomeen in verschillende landen, waarbij de meest flauwe tot meest geniale grappen worden uitgehaald. Een dag waarbij leerkrachten extra op hun tellen moeten passen. Van de ouderwetse veters die vastzitten, zout in de koffie tot de snoepjes van tegenwoordig waar peper of sambal in zit. Een dag waar vele theorieën over zijn geschreven die niet kloppen, zoals Alva die zijn bril verloor bij Den Briel. De dag waarvan je wist dat die zou komen: 1 april.

Een paar dagen waren de kinderen in groep acht al bezig met de voorbereidingen. Want er moest toch een grap zijn waar meester in zou trappen! Van tevoren hadden we al afgesproken dat we geen geintjes zouden uithalen die voor anderen vervelend zijn, of waarbij dingen stuk konden gaan of vies zouden worden. De kinderen waren uitgedaagd om iets nieuws te verzinnen, iets wat niet eerder was gedaan. En dat is nog best lastig!

Zelf kon ik niks verzinnen dit jaar. Het is geen lievelingsdag van mij. Goede grappen kun je altijd uithalen, niet op één speciale dag. Zo heb ik ooit eens op officieel briefpapier van het bestuur brieven op alle bureaus van leerkrachten gelegd, met latex handschoenen erbij. De Mexicaanse griep kon uitbreken en iedereen moest de hele dag de handschoenen dragen. Met een geweldig resultaat als gevolg:  collega’s die tijdens het buitenspelen, voorlezen en zelfs bij de lunch de handschoenen aanhielden. Hilarisch voor diegenen die het wel doorhadden.  Of de paarse kleurstofpilletjes in de kraan, omdat een collega altijd bij mij water kwam halen. Onverwacht, dat is het beste.

Maar goed, kinderen zijn er gek op. Ik wilde iets verzinnen om ze te pakken te nemen. Op 31 maart deed de mogelijkheid zich voor. Veel kinderen hadden volgens mij niet gedoucht na gym. Dat hoeft het laatste uur niet, maar wel als je nog de hele middag in de klas moet zitten. Dus ik vertelde dat ik nu zeker wist wie wel en niet had gedoucht, omdat we tegenwoordig webcams hadden opgehangen. Geen probleem, alleen de directie kon op het scherm kijken. Hilariteit en ongeloof. Maar ze gingen er allemaal in. Volgende keer zouden ze hun zwembroek meenemen. Na overleg met een paar collega’s heb ik toen ‘s middags toch maar verteld dat het niet echt was, omdat het een te serieus onderwerp is om lang grappen over te maken. Een 31-maart grap was dus het enige wat er in zat dit jaar. Maar we hebben er hard om gelachen.

1 April verliep vrij rustig. De school had een extra nieuwsbrief verstuurd waarin gevraagd werd om allemaal een eigen wc-rol met naam erop mee te nemen omdat de kinderen er vaak een puinhoop van maken. Groep 8 geloofde het niet, maar veel kinderen in lagere groepen wel.

In de klas gebeurde er niet veel, behalve een papiertje onder de muis van de computer waardoor deze niet werkte.

Totdat..

ik tijdens het bespreken van het huiswerk van zinsontleding ineens geen reactie op een vraag kreeg. Na drie keer nog niks. Ik keek het meisje aan, ze bleef stil zitten aan haar tafel. Vervolgens draaide ik mijn hoofd naar de andere kinderen en zag dat werkelijk iedereen ‘bevroren was’. Niemand reageerde, iedereen zat doodstil. Op mijn vraag: ‘Wie wil er een spekkie’ was er maar één iemand die toch per ongeluk zijn vinger opstak. Na een minuut deden alle kinderen net alsof er niks gebeurd was. Alle antwoorden werden gegeven. Dit herhaalde zich nog twee keer deze dag. Perfect getimed, goed uitgevoerd. Ze bleken flink geoefend te hebben bij de invaller om te zorgen dat ik er in zou trappen. Ik vond het de beste 1 april grap ooit. Slim bedacht, goed uitgevoerd, samenwerkend en volkomen onverwacht. Geen zout in de koffie, veters die loszaten of andere voor de hand liggende grappen.

Deze klas heeft klasse.

Het leven van een leerkracht #1

Het leven van een leerkracht, een reeks blogposts waarin je wekelijks wordt meegenomen in de wereld van groep acht.

‘Jongens kom op zeg, ik ben wat aan het uitleggen. Je kunt op zijn minst even deze kant opkijken zodat ik het idee heb dat het je interesseert’.

Ik hoor het mijzelf zeggen wanneer er tijdens een instructie getekend wordt, of gefrutseld met lijm en andere spannende & bijzondere objecten voor groep achters. Want wat valt er veel te ontdekken op zo’n tafeltje! Ik probeer dan uit te leggen dat ze misschien wel goed meedoen en opletten, maar ze dat met de houding van dat moment niet uitstralen. Elkaar aankijken, actief meedoen, vragen stellen, eigen inzichten betrekken bij het lesonderwerp. Daarmee laat je echt zien dat je betrokken bent.

Afgelopen week viel ik volledig door mand. Dit jaar volg ik zelf een opleiding en op mijn bureau lagen de hand-outs van de lesdag over kwaliteitszorg. Dia’s met aantekeningen erbij geschreven, maar vooral volgeklad met figuurtjes, tekeningen die niks voorstellen en andere onzinnige, niet ter zaken doende afbeeldingen. Als ik langer dan tien minuten moet luisteren dan gaan mijn handen vanzelf aan het werk en maak ik de mooiste vergaderkunstwerken. Ik hoor alles, stel vragen tussendoor en doe mee, alleen lang stilzitten zal nooit lukken. De kinderen bekeken de hand-outs. ‘Maar meester, je mag toch niet tekenen tijdens de les? Dan laat je niet zien dat je meedoet. Was het niet interessant genoeg?’ Direct en duidelijk. Ik mag nog blij zijn dat ze niet mijn kunstwerken van twix-papiertjes gecombineerd met theezakjes en pepermuntverpakkingen hebben gezien.

Maar ik vrees wel dat het gedaan is met de regel van niet tekenen tijdens de les. Concentreren en ondertussen kleine onzinnige bezigheden verrichten kunnen goed samengaan. Het is aan de leerkracht om te zorgen dat kennis tijdens instructiemomenten over wordt gedragen en dit direct tijdens de les te toetsen. Het gaat hier niet om de leerlíng- maar leerkráchtvaardigheden. Als vervolgens de aandacht toch teveel uitgaat naar de knutselvaardigheden dan is het goed om: a. Eerst eens na te gaan of de lesstof wel interessant genoeg is, en b. of  je wel  de juiste didactiek hanteert. Kinderen aanspreken komt dan op de laatste plaats.

Ik ervaar nu weer regelmatig hoe het is om langdurig te luisteren. Dan zit ik in de trein terug naar Haarlem en denk: we vragen soms teveel van de concentratieboog van kinderen. Zorg voor genoeg variatie in werkvormen en tussenmomenten waarbij energie kan worden opgedaan. Te vaak vervallen we in de gewoonte om het hele programma af te ronden zodat we met een voldaan gevoel de dag af kunnen sluiten. Maar het gaat om kwaliteit, niet om kwantiteit.

Gelukkig levert het werken met groep acht dagelijks momenten van reflectie op. Eén van de voordelen van het werken in het onderwijs. Maandag begint weer een nieuwe week, waarin het woord ‘aan-tekening’ een nieuwe betekenis heeft gekregen.