Categorie archief: Het leven van een leerkracht

‘Ouwe lul’

Als je dagelijks met 26 groep achters werkt, in gesprek bent en een jaar lang een band opbouwt ga je vanzelf denken dat je meegaat met de tijd. Een eeuwige jeugd, zo noemt men dat ook wel eens. Nu word ik dit jaar 40, een leeftijd waarvan ik twintig jaar terugdacht dat je dan al langzaam richting het einde van een actief leven gaat. Maar toch, ik verblijf zoveel tijd tussen jonge mensen  dat ik ervan overtuigd was er nog bij te horen. Afgelopen week maakte groep 8 vrij snel, op drie momenten, korte metten met deze gedachtegang.

Na wat gedoe in de groepsapp gaf ik een les over social media. De eerste vraag was natuurlijk wat de kinderen gebruiken. Insta, snapchat, what’s app. Ik ken ze allemaal. Tot de term Roblox volgde. Nooit van gehoord! Ik durf er nog om te wedden dat u ook niet geheel bekend bent met dit online platform dus die kon ik hebben. Aan het eind van de lijst begon ik over Facebook. ‘Wat? Oh, dat. Ja onze ouders gebruiken dat, alleen oudjes dus.’
Bedankt.

Kort daarvoor ging het over muziek. We hebben een groep 8 lijst op Spotify aangemaakt die soms opgezet wordt tijdens het werk. ‘Meester, wat vindt u eigenlijk leuk?’ Ik noemde Coldplay als voorbeeld. ‘Jeetje, dat is echt ouwe lullenmuziek hoor!’

Bedankt.

Tenslotte hadden we het over wat je wel en niet via what’s app en in een groepsapp met elkaar deelt. Waar ik vooral inhoudelijke zaken bedoelde, zo begon één van de kinderen: ‘Ja wat dus echt niet kan is zo’n smiley enzo in je tekst gebruiken, dat doen al die oude mensen altijd.’ Terugkijkend in what’s app vrees ik dat ik volgens de kinderen inmiddels bijna bejaard moet zijn.

Heb je behoefte aan zo nu en dan een spiegel, of aan ongevraagde feedback? Ik kan een dagje in groep 8 meelopen zeker aanraden.

Tijd voor de bank en een boek, lekker met het laatste album van Coldplay op de achtergrond…

Niet weer op de schop

‘Onderwijsorganisaties: definitief schooladvies pas in het derde jaar middelbare school’. In diverse media is te lezen dat ‘verschillende onderwijsorganisaties’ vandaag een onderwijspact presenteren, met dit als onderdeel van de plannen .

Waarschijnlijk zijn er weinig basisonderwijsorganisaties die hebben meegedacht. Zij weten als geen ander hoe moeilijk het is om groepen van bijna 30 kinderen op verschillende niveaus les te geven, aansluitend bij de eigen ontwikkeling. In groep 8 zijn de verschillen zo groot geworden dat werken met drie niveaugroepen echt niet meer toereikend is. Met de komst van passend onderwijs, onderwijs dat leerlingen uitdaagt, dat uitgaat van hun mogelijkheden en rekening houdt met de extra ondersteuning die zij nodig hebben, is het extra moeilijk om te voldoen aan alle verwachtingen. Deze verschillen worden alleen maar groter. Daarnaast heb je in het VO veel meer verschillende klassen waardoor het langer duurt voordat je weet welk kind wat nodig heeft.

Ik ben het eens dat we in Nederland kinderen te vroeg indelen op één niveau. Als basisschool ken je de kinderen na acht jaar goed genoeg om een, op dat moment, passend schooladvies te geven. Maar we weten ook dat niet ieder kind zich in hetzelfde tempo ontwikkelt. En we hebben geen glazen bol. Daarnaast zijn er nog veel andere aspecten die van invloed zijn op de ontwikkeling van een kind als het eenmaal op de middelbare school zit.

Mijn oplossing is niet om het hele onderwijssysteem op de schop te gooien. Dat levert zowel inhoudelijke als praktische bezwaren op. Scholengemeenschappen kunnen zich misschien redelijk snel aanpassen, maar wat doen we met kleinere, categorale, scholen die één of twee onderwijsniveaus aanbieden? En mocht dat al lukken, hoe maken we dan zonder het benodigde geld (want dat is er nu al niet) de klassen kleiner zodat het gewenste adaptieve en passende onderwijs ook echt gegeven kán worden, waarbij het aantal leerkrachten met burn-outs niet gigantisch stijgt?

Houd het simpel. Ga bij de advisering uit van kansen. Wees niet te behoudend. Gemengde brugklassen zijn een prima middel om kinderen te blijven uitdagen, maar ook na de brugklas moeten kinderen nog steeds kunnen en mogen wisselen van niveau. Volg de leerling, leer van het basisonderwijs zodat gedifferentieerd leren nog meer wordt toegepast. Want daar valt nog heel wat te halen voor het VO.

Reken kinderen niet met toetsen af. Laat ze niet na één jaar al afstromen maar zoek uit wat ze nodig hebben om zich te ontwikkelen en help ze daar bij.

Zoek naar mogelijkheden om de scheiding vmbo en havo/vwo te verkleinen. Want volgens mij is dat de onderliggende reden van  deze plannen.

Maar gooi niet alles op de schop. Want daar wordt geen enkel kind beter van.

Antwoord op de column van Annemarie van Gaal

‘Basisscholen klagen steen en been dat er te weinig leraren zijn en zien zich genoodzaakt om de kinderen één dag per week minder les te geven; of leerlingen te pas en te onpas naar huis te sturen omdat de leraar ziek of verhinderd is en er geen invalkracht te vinden is. Ik vind het eigenlijk onacceptabel dat basisscholen hiermee wegkomen.‘

Zo opent Annemarie van Gaal haar column vandaag in de Telegraaf. Uit deze inleiding blijkt dat mevrouw Van Gaal geen idee heeft waar ze  over schrijft. Basisscholen sturen geen leerlingen te pas en te onpas naar huis. Leerkrachten willen lesgeven en zullen alles in het werk stellen om dat goed te doen. Maar omdat er al jarenlang niet of slecht geluisterd is, ondanks dat de problemen van het lerarentekort lang geleden al werden voorspeld, zijn ze genoodzaakt in een uiterst geval klassen thuis te laten. Dat dit steeds vaker voorkomt ligt niet aan de basisscholen, maar aan het feit dat de overheid heeft liggen slapen.

Problemen zijn er om opgelost te worden, zo schrijft Annemarie van Gaal. Daar ben ik het mee eens. Maar de oplossingen die zij aandraagt zijn lachwekkend. Het zijn schijnoplossingen:

‘Invalkrachten zijn met wat meer moeite best te vinden. Aan de ene kant zou je alle gepensioneerde leraren die in de buurt wonen, kunnen benaderen. Hoe leuk is het om naast je AOW en pensioen als oproep-leerkracht nog voor de klas te staan en met veel plezier wat bij te verdienen?

Met wat meer moeite? Het maken van lijstjes van oud-collega’s, ouders met een bevoegdheid om les te geven en andere mogelijkheden, elke ochtend bellen om vervanging te organiseren, dat is al dagelijkse praktijk, en dat is erg genoeg.

‘Kijk, als je fulltime als leraar voor de klas wilt staan, moet je normaal gesproken de pabo of een andere flinke studie afgerond hebben. Maar als je als invalkracht een paar lessen geeft, of vanuit je vakkennis een paar dagdelen opvangt op basisscholen, dan hoeft dat niet en hoef je alleen maar je kennis aan te kunnen tonen en een verklaring van goed gedrag te overleggen.’

Pardon? Je hoeft alleen maar je kennis aan te kunnen tonen en een verklaring van goed gedrag te overleggen? Mevrouw van Gaal, verstaat u dat onder goed onderwijs? Natuurlijk is het fijn als een ‘specialist’ komt vertellen over haar of zijn beroep. Dat wordt al regelmatig gedaan. Maar dat is niet hetzelfde als het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs. Onderwijs waarbij kinderen in staat worden gesteld zich te ontwikkelen. En dat is niet meer zoals in uw tijd, de tijd van juffrouw Prinsen, waarbij klassikaal op één niveau les werd gegeven. De uitdaging is tegenwoordig om gedifferentieerd, passend onderwijs te bieden waarbij de ontwikkeling van het kind centraal staat. Waarbij de ouders, de politiek en eigenlijk de hele maatschappij snel roepen dat het allemaal niet goed genoeg is.

Beste Mevrouw van Gaal, ik zal proberen het nog één keer goed uit te leggen. Het lerarentekort is een probleem. Een groot probleem, van ons allemaal. Dat vraagt inderdaad om oplossingen. Maar wel om structurele oplossingen waarbij de kwaliteit van het onderwijs gewaarborgd blijft. Die oplossingen zijn er. En ze zijn al zo vaak genoemd dat ik ze niet zal herhalen. Alleen de wil en het gevoel van urgentie om ze uit te voeren, die ontbreken.

U noemt één belangrijk punt: ‘De beste leraren zijn de leraren die hun passie delen.’ Daar ben ik het mee eens. Die zijn er gelukkig. En ik zou graag meer van deze leraren in de toekomst als collega krijgen. Geen ‘opvang-collega’s', geen ‘via-versnelde-zij-instroom-collega’s', geen ‘ik-kom-iets-vertellen-over-mijn-vak-hoe-leuk-is-dat-collega’s’. Maar goed opgeleide collega’s die met liefde, kennis inderdaad de door u genoemde passie hun vak uitoefenen. En ook in staat worden gesteld om dat te kunnen doen.

Als u nog eens een column schrijft over het onderwijs en haar problemen, leg dan de verantwoordelijkheid bij de juiste mensen neer.

Maar ik laat u niet wegkomen met de idiote veronderstelling dat basisscholen gemakzuchtig zijn. Dat zou immers onacceptabel zijn.

 

Lees hier de column van Annemarie van Gaal: https://www.telegraaf.nl/watuzegt/389964706/de-beste-leraren-staan-aan-wal 

Niemand kan het alleen, op naar 2020

Als het einde van het jaar nadert vraagt onze moeder altijd hoe mijn zus en ik erop terugkijken. Wat waren hoogtepunten, wat wil je in het nieuwe jaar anders doen, waar kijk je naar uit? Nu ben ik wat dit soort onderwerpen betreft niet zo’n prater, maar vandaag tijdens het opruimen van de klas bedacht ik mij het volgende.

Terugkijkend naar alle foto’s (een handige manier om het jaar door te nemen, je stuit op onverwachte en soms vergeten gebeurtenissen) heeft 2019 vooral veel hoogtepunten opgeleverd. Van een mooie start in het Patronaat op 1 januari, via verschillende weekendjes weg, een fietsvakantie in Frankrijk, optreden op Koningsdag, veel, heel veel, sport en muziek, een eerste hardloopwedstrijd, het jubileumweekend van DSS, een prachtweek in Boston en New York tot mooie avonden met vrienden naar uiteindelijk een gezellige decembermaand. Twee dingen springen er voor mij toch uit.

Allereerst hebben we de afgelopen jaren in de familie ervaren dat het leven niet vanzelfsprekend en oneindig is. Daarom was het bijzonder dat we in 2019 voor het eerst in zo’n 20 jaar weer eens een week met het hele gezin op vakantie in Frankrijk waren. Fietsen, wandelen, uit eten gaan, spelletjes doen en vooral samen zijn. Van elkaar genieten zolang het kan, een mooi doel om ook in 2020 na te streven.

De tweede gebeurtenis draait om keuzes maken en doen waar je energie en plezier uit haalt. Na drie jaar vooral managementwerk te hebben gedaan kwam ik erachter dat het werken met en in groep 8 toch boven andere ambities staat. En de, redelijk egoïstische, keuze om weer vier dagen les te geven was denk ik de beste die ik in 2019 heb kunnen en mogen maken. Ik ben mij ervan bewust dat het sommige collega’s meer werk heeft opgeleverd, maar het is voor mij duidelijk geworden dat ik vooral wil lesgeven. Een jaar lang met een groep kinderen aan de slag gaan om te zorgen dat ze met plezier naar school gaan, zich kunnen ontwikkelen en we samen een goede plek op het voortgezet onderwijs vinden. Om uiteindelijk toe te werken naar een mooi afscheid van onze basisschool. Met 26 verschillende kinderen lukt dat misschien niet altijd voor iedereen, maar dat blijft wel het uitgangspunt en de uitdaging. Het levert energie en plezier op, waar hopelijk anderen ook weer door worden aangestoken. We hebben de komende jaren nog veel enthousiaste en betrokken collega’s nodig in het onderwijs.

Woensdag begint het jaar weer vertrouwd op het podium in het Patronaat. Bram en ik zingen ‘Ik kan het niet alleen’ van De Dijk. Het eindigt met de zin ‘Niemand kan het alleen’. En zo is het. Ik ben blij met zoveel fijne mensen om mij heen.

Ik wens iedereen een prachtig 2020 toe.

Leerkracht zijn is geen oppasbaantje

Ouders voor de klas, gepensioneerden terughalen, meer zij-instromers toelaten, de opleidingen versnellen. Allemaal maatregelen om het lerarentekort terug te dringen. Dat klinkt soms mooi, maar ik wil hier toch even een lans breken voor het ‘vak’. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: onderwijs is een vak!

Steeds vaker zijn de deuren van de klaslokalen om 15.30 uur dicht. Want steeds meer mensen werken als invaller in een invalpoule. Er is werk genoeg en iedereen is blij met je. Yes, er is toch een leerkracht! Yes, er hoeft geen klas naar huis gestuurd te worden. Yes, er hoeft geen klas verdeeld te worden! Daarnaast ben je sneller klaar na een werkdag. Geen vergaderingen, geen voorbereiding voor de volgende dag, geen rapporten schrijven, geen oudergesprekken en zo kan ik wel even doorgaan.

Maar wacht even. Dat is prima als uiterste redmiddel. Alleen moet dat onze vaste onderwijspraktijk worden? Leerkracht op een basisschool zijn is meer dan alleen lesgeven. Je bent medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling van een klas vol kinderen. Lesgeven is je kerntaak. Weten waarover je les gáát geven ook, en het aanpassen van je lesinhoud op basis van de leerbehoeften van kinderen ook. Daarvoor moet je je klas goed kennen. Dat is de kracht van de basisschoolleerkracht!

Ook niet onbelangrijk: je bent onderdeel van een team! Samen zorg je ervoor dat elk kind na acht jaar basisschool genoeg bagage heeft om de stap naar de middelbare school te maken. Met elkaar heb je een belangrijke taak te verrichten.

‘Leerkracht’ zijn als alleen invaller klinkt toch een beetje als een huisdier nemen zonder deze uit te hoeven laten. Of kinderen krijgen zonder deze naar bed te hoeven brengen en er ’s ochtends vroeg weer voor ze klaar te hoeven staan.

Ik ben niet tegen invallers, herintreders, ouders die een dag lesgeven. We hebben ze allemaal hard nodig om de gaten te dichten die steeds meer ontstaan. En daar zijn we inmiddels dagelijks blij mee. Maar het blijft lapwerk. Ik ben vóór leerkrachten, niet voor oppassers.

Kwalitatief goed onderwijs krijg je door kwalitatief goede leerkrachten. Ze kennen hun groep, zijn betrokken bij de school en zorgen samen voor de ontwikkeling van kinderen. Dáár moeten we onze pijlen op richten. Op fulltimers én parttimers die weten waarom ze zo belangrijk zijn.

Er wordt vaak gesproken over de kracht van herhaling. Welnu, daar komt ie dan: Structurele oplossingen voor structurele problemen.

Wie zijn de echte rupsjes nooit genoeg?

‘Een deel van de ouders noemt de leraren rupsjes nooit genoeg, omdat ze er al vele miljoenen euro’s bij hebben gekregen.’

Zo staat geschreven in een artikel in het AD over de steun van ouders voor de staking van basisschoolleraren. Hoe fijn het ook is om te lezen dat alsnog ruim 60% van de ouders de staking steunt, deze zin doet pijn. En ik zal uitleggen waarom..

Rupsjes nooit genoeg? Het feit dat er in het nieuws vaak geframed wordt dat er enorm veel geld naar het onderwijs gaat wil niet zeggen dat dit ook bij de basisschoolleraar terechtkomt. Jarenlang heeft het salaris op de nullijn gestaan. Jaren waarin het aantal kinderen per klas is toegenomen.

Nog steeds verdient een docent op een middelbare school zo’n 18% meer dan een leerkracht op de basisschool. Terwijl er sprake is van eenzelfde opleidingsniveau. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de klassen in het VO minder gedifferentieerd zijn en er minder buitenschoolse contacten zijn met ouders. Waar komt dat verschil vandaan?

En dan de toenemende verwachtingen. Toen ik achttien jaar geleden begon met lesgeven ontstond de tendens in drie niveaugroepen les te geven. Om op die manier aan te sluiten bij de verschillen tussen kinderen. Met de invoering van het passend onderwijs zijn die verschillen toegenomen. En het aantal kinderen in de klas ook. Tegenwoordig geven we soms zelfs op individueel niveau les. We houden rekening met de verschillen in ontwikkeling, in de manier van leren en in het niveauverschil per vakgebied.

Het aantal kinderen dat bijles krijgt om zo het reken- of taalniveau omhoog te krijgen is niet meer op één hand te tellen. Natuurlijk met de beste bedoelingen, zorg voor hun kind. Als leerkracht proberen we daarom zelfs nog contact te houden zodat de leerstof van de bijles ook aansluit bij wat er in de klas wordt behandeld.

Maar met individueel onderwijs valt niet te concurreren. Het aantal particuliere scholen stijgt. Scholen die tussen de 12.000 euro en 22.000 euro per jaar kosten. Kleinere klassen, meer tijd per kind. Maar alleen voor kinderen waarvan de ouders dat kunnen betalen. Wat doet dit met de kansen(on)gelijkheid in Nederland?

Leraren zijn inderdaad rupjes nooit genoeg. Omdat ze zich ten allen tijde uit de naad werken om de kinderen van hun klas zo goed mogelijk onderwijs te geven met de middelen die ze hebben. Al jaren ondanks allerlei ontwikkelingen die ervoor gezorgd hebben dat het aantal burn-outs enorm oog is.

Als de politiek echt vindt dat onderwijs topprioriteit is, dan zouden deze leraren niet weggestuurd worden met een enkele eenmalige investering. Nee, dan komt er een doordacht plan om het onderwijs het aanzien te geven dat het verdient, en ALLE kinderen het onderwijs te bieden dat zij verdienen. Structurele problemen verdienen structurele oplossingen!

Tips? De eisen van de PABO hoger stellen, deze opleiding financieel aantrekkelijk of gratis maken, de belachelijk lang bestaande salariskloof eindelijk dichten.

Wij staken woensdag. Gesteund door vele ouders en door ons bestuur. Niet voor onszelf, maar voor ons vak. Samen zorgen we voor beter onderwijs.

En oh ja, denk even goed na wie hier nou eigenlijk de echte rupsjes nooit genoeg zijn..

#onderwijs #lerarenstaking

een open bericht naar alle onderwijsrecruiters

Lieve recruiters, Flexers, Maandagmedewerkers en alle andere overbodige ‘onderwijsbureau-medewerkers’ die mij minimaal 50 keer per week berichten met teksten als

‘Graag voeg ik je toe aan ons netwerk. Wellicht kan ik je nu of in de toekomst helpen aan een leuke baan!’

‘Ik zou via deze weg graag met je willen verbinden en mijn netwerk aan je beschikbaar willen stellen.’

Ik ga met plezier weer vier dagen groep 8 lesgeven op een hele fijne school waar ik nu 18 jaar werk. En waar ik mij elk jaar weer verder kon en kan ontwikkelen.

Ik ga niet voor het geld en minder werkuren naar het VO.

Ik ga niet voor een auto of voorrang op de woningmarkt naar Amsterdam.

Ik heb een leuke baan en zoek nu niks anders. Ik kies mijn werk uit omdat ik dat met plezier wil doen, vanuit een idealisme en met een onderwijshart. En omdat ik denk dat ik er goed in ben.

Mocht hier iets in veranderen dan laat ik het jullie weten. Tot dan, bespaar je de moeite.

En ondertussen blijf ik hopen dat de politiek inziet dat er echt iets moet veranderen om te zorgen dat er genoeg basisschoolleerkrachten overblijven. In plaats van het maken van een overstap naar het VO, naar een recruitmentbureau  in plaats van  doen waar ze voor opgeleid zijn en ooit voor gekozen hebben of thuis zitten vanwege een burn-out.

Fijn weekend!

Lerarentekort: verplaats leerkrachten niet, leid ze op!

Afgelopen week zette ik het volgende bericht op linkedin:

Walgelijk dit soort acties om mij weg te trekken bij mijn huidige school. Bespaar de moeite mensen. Ik zou blij zijn met een oplossing voor het lerarentekort en betere arbeidsvoorwaarden, maar dit soort bedrijven die geld verdienen aan het lerarentekort hoeven niet bij mij aan te kloppen.

Het ging hier om een van de dagelijkse meldingen via de mail en linkedin. Verstuurd door allerlei recruitmentbureaus die tegenwoordig door besturen worden ingehuurd om leerkrachten aan te trekken. Inmiddels is het bericht meer dan 100.000 keer bekeken en wordt er flink over gediscussieerd. Het woord ‘walgelijk’ valt niet bij iedereen in goede aarde. Tijd voor een korte uitleg.

17 Jaar ben ik werkzaam in het basisonderwijs en dat doe ik met hart en ziel, zoals zovelen in deze sector. De laatste jaren zien we de het lerarentekort oplopen, de druk van buitenaf toenemen en daardoor de kwaliteit afnemen. Klassen worden naar huis gestuurd. Waar het onderwijs vervolgens weer op wordt aangesproken. En dat doet pijn.

Want het is de politiek die passend onderwijs is begonnen, een van de vele bezuinigingsmaatregelen waardoor de klassen niet alleen voller zijn maar ook diverser, inclusief leerlingen met specifieke zorgbehoeften. Het is de samenleving die sneller verandert dan het onderwijs aankan, want geld voor technische vernieuwing is er te weinig waardoor we achter de feiten aanlopen. Het is ook de samenleving die, terecht, hoge eisen stelt aan de kwaliteit van het onderwijs maar vergeet dat de mogelijkheden niet aansluiten bij deze eisen. En natuurlijk heeft het onderwijs zelf ook te lang liggen slapen en had men veel eerder aan de bel moeten trekken.

En wat gebeurt er nu om de problemen op te lossen? Het geld dat bedoeld is voor onderwijsdoeleinden wordt door besturen uitgegeven aan recruitmentbureaus om leerkrachten aan te trekken voor de eigen scholen. Dat is een verplaatsing van het probleem, geen oplossing. Daarnaast wordt geprobeerd zoveel mogelijk mensen op korte termijn aan te trekken om ‘voor de klas te zetten’. Volgens mij is goed lesgeven meer dan alleen voor de klas staan. We hebben het verdorie niet over een oppasbaantje. Vroeger had je de Pabo, daarna kwam de deeltijd, toen de verkorte deeltijd en nu de flexibele duale en digitale Pabo’s. Als het zo doorgaat kunnen we over een paar jaar het papiertje ophalen bij de gemeente. Iedereen voor de klas, en het tekort is opgelost.

We lijken te zijn vergeten dat het gaat om een serieus vak. Een vak ja, waar je voor moet leren. Want lesgeven aan een groep van 30 kinderen met verschillende leerstijlen en niveaus is niet iets wat je zomaar doet. Het onderwijs is een prachtige sector om in te werken. Maar laten we het snel weer serieus nemen.

We hebben het over de toekomst van ons allemaal. Duurzaam investeren, het leraarschap aantrekkelijk maken, zorgen dat leraren blijven werken en niet overstappen naar een andere sector. Dat zijn oplossingen.

Kwaliteit goed onderwijs willen we allemaal. Dat kun je niet alleen roepen, daar moet je serieus in investeren.

Groot tekort aan leerkrachten.. Of groot tekort aan daadkracht en investering?

We hadden het kunnen weten. Nu een kwart van de basisscholen niet  kan starten met een leerkracht voor elke groep is het ineens groot nieuws. De kranten staan er vol mee, het NOS journaal maakt er een groot item van en op twitter gaat het los. Iets met ‘als het kalf verdronken is’..

Wat worden we moe van het gezeur de afgelopen jaren rondom het onderwijs. Het niveau is niet hoog genoeg, stakingen zijn onnodig, de eis van de basisschoolleerkrachten om hetzelfde salaris te krijgen als hun collega’s uit het voortgezet onderwijs wordt gezien als overdreven, leerkrachten hebben teveel vakantie..  Maar nu  duizenden kinderen begin volgend schooljaar zonder juf of meester in de klas starten is er ineens volop aandacht. Misschien gaat het  ook om kinderen van de politici en journalisten zelf?

Wat denkt men nou? Dat leerkrachten voor hun lol staken? Dat ze niet al jaren de problemen zien groeien in het onderwijs? Dat er voor niks een eigen vakbond in het leven is geroepen en #poinactie regelmatig trending is? Nee, dit zien wij al jaren aankomen. Had daar eens wat vaker naar geluisterd en over geschreven.

Leerkrachten werken niet alleen om te werken, maar ook omdat ze een waardevolle bijdrage willen leveren aan de samenleving. Aan de toekomst, van ons allemaal. Daar zijn kleinere klassen voor nodig. Daar is op zijn minst een leerkracht voor elke groep voor nodig. En ja, dat kost geld. Dat heet investeren.

Het aantal burn-outs is hoog. Het aantal leerkrachten dat naar het VO gaat groeit. En logisch, want daar verdien je meer met hetzelfde werk. Het aantal onbevoegde leerkrachten voor de klas neemt toe. Zelfs klassenassistenten en concierges worden voor de groep gezet, om de kinderen maar niet naar huis te sturen. Maar vraag jezelf eens af wat dit betekent voor het onderwijsniveau..

In een rijk land als Nederland gaat de discussie nu over het feit of er wel leerkrachten genoeg zijn om alle groepen les te kunnen geven. Een lachertje.

Oplossingen zijn er genoeg. Gedreven leerkrachten zijn er nu nóg wel. Er is nog niemand echt verdronken. Maar voorlopig blijft het bij emmertjes water omhooghalen. Het dempen van de put laat op zich wachten..

Laat de politiek het zich maar aanrekenen dat dit ten koste gaat van duizenden kinderen in dit land.

Schandalig.

Megaklassen, ophokplicht en Luizenmoeder

Megaklassen. Ja, u leest het goed, het ministerie denkt serieus na over megaklassen. Er is een tekort aan leraren. Nu kun je dat probleem oplossen door meer leraren aan te trekken, zou je denken, maar het ministerie doet tegenwoordig aan ‘omdenken’: hoe groter de klassen, hoe minder leraren. En dan was daar deze week natuurlijk de griepprik. Want als we de leraren inenten worden er minder ziek, en is het tekort ook snel weg.

We dachten dat het niet erger kon. Maar als er op deze wijze wordt doorgedacht, hebben we het over een maand over de plofklas. Geen bio-industrie maar onderwijs-industrie. Voor je het weet krijgen we een partij voor de leerkrachten: voor duurzaam onderwijs en tegen ophokplicht.

Misschien moet het ministerie zich eens richten op de oorzaken van het lerarentekort. Waarom is het aantal burn-outs in deze sector zo hoog? Waarom stoppen jonge leraren na een paar jaar werken? Heeft dat misschien met werkdruk te maken? Met de beperkte mogelijkheden tot doorgroeien? Met de grote klassen waar kinderen op bijna individueel niveau geholpen moeten worden, ondanks het feit dat er sinds de wet Passend Onderwijs meer kinderen met specifieke zorg in de klas zitten? Heeft het te maken met de hoge verwachtingen van ouders, besturen, politiek en maatschappij? Meer eisen, minder faciliteren? Komt het doordat je met hetzelfde opleidingsniveau in het voortgezet onderwijs veel beter verdient en dus beter daar kunt gaan werken?

Genoeg om over na te denken, maar de wetgever lijkt al jaren in dezelfde tunnel te rijden, zonder naar de omgeving te kijken en een nieuwe afslag te durven nemen.

Een eenvoudige tip: als er een tekort aan leraren is zal je moeten zorgen dat er méér leraren komen. Opgeleide leraren welteverstaan, want de kwaliteit willen we ook nog eens hoog houden. Dat betekent goede en aantrekkelijke opleidingen. Begeleiding voor startende leraren. Mogelijkheden om door te groeien. Een salarisschaal die gelijk is aan docenten op het VO. Klassen van rond de 23 kinderen, zodat je elk kind de aandacht kunt geven die het verdient. Mét klassenassistenten. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Overigens mag de leerkracht zelf ook wel aan de bak. Want hoewel De Luizenmoeder op hilarische wijze het onderwijs weet neer te zetten, teveel is herkenbaar in de praktijk. Zorg als leerkracht dat je je vak serieus neemt. Blijf jezelf scholen. Uitdagen. Klaag niet over wat er allemaal mis is. Neem je verantwoordelijkheid en doe er wat aan. Durf te leren en te reflecteren. Samen maak je het onderwijs beter. Pas dan dwing je respect af.

 

Leestip: https://www.aob.nl/nieuws/acht-vragen-over-megaklassen-met-assistenten/

Leestip: https://www.bndestem.nl/breda/lerarentekort-straks-zit-je-kind-1-a-2-keer-per-maand-thuis~aa016a5f/