Categorie archief: Het leven van een leerkracht

Megaklassen, ophokplicht en Luizenmoeder

Megaklassen. Ja, u leest het goed, het ministerie denkt serieus na over megaklassen. Er is een tekort aan leraren. Nu kun je dat probleem oplossen door meer leraren aan te trekken, zou je denken, maar het ministerie doet tegenwoordig aan ‘omdenken’: hoe groter de klassen, hoe minder leraren. En dan was daar deze week natuurlijk de griepprik. Want als we de leraren inenten worden er minder ziek, en is het tekort ook snel weg.

We dachten dat het niet erger kon. Maar als er op deze wijze wordt doorgedacht, hebben we het over een maand over de plofklas. Geen bio-industrie maar onderwijs-industrie. Voor je het weet krijgen we een partij voor de leerkrachten: voor duurzaam onderwijs en tegen ophokplicht.

Misschien moet het ministerie zich eens richten op de oorzaken van het lerarentekort. Waarom is het aantal burn-outs in deze sector zo hoog? Waarom stoppen jonge leraren na een paar jaar werken? Heeft dat misschien met werkdruk te maken? Met de beperkte mogelijkheden tot doorgroeien? Met de grote klassen waar kinderen op bijna individueel niveau geholpen moeten worden, ondanks het feit dat er sinds de wet Passend Onderwijs meer kinderen met specifieke zorg in de klas zitten? Heeft het te maken met de hoge verwachtingen van ouders, besturen, politiek en maatschappij? Meer eisen, minder faciliteren? Komt het doordat je met hetzelfde opleidingsniveau in het voortgezet onderwijs veel beter verdient en dus beter daar kunt gaan werken?

Genoeg om over na te denken, maar de wetgever lijkt al jaren in dezelfde tunnel te rijden, zonder naar de omgeving te kijken en een nieuwe afslag te durven nemen.

Een eenvoudige tip: als er een tekort aan leraren is zal je moeten zorgen dat er méér leraren komen. Opgeleide leraren welteverstaan, want de kwaliteit willen we ook nog eens hoog houden. Dat betekent goede en aantrekkelijke opleidingen. Begeleiding voor startende leraren. Mogelijkheden om door te groeien. Een salarisschaal die gelijk is aan docenten op het VO. Klassen van rond de 23 kinderen, zodat je elk kind de aandacht kunt geven die het verdient. Mét klassenassistenten. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Overigens mag de leerkracht zelf ook wel aan de bak. Want hoewel De Luizenmoeder op hilarische wijze het onderwijs weet neer te zetten, teveel is herkenbaar in de praktijk. Zorg als leerkracht dat je je vak serieus neemt. Blijf jezelf scholen. Uitdagen. Klaag niet over wat er allemaal mis is. Neem je verantwoordelijkheid en doe er wat aan. Durf te leren en te reflecteren. Samen maak je het onderwijs beter. Pas dan dwing je respect af.

 

Leestip: https://www.aob.nl/nieuws/acht-vragen-over-megaklassen-met-assistenten/

Leestip: https://www.bndestem.nl/breda/lerarentekort-straks-zit-je-kind-1-a-2-keer-per-maand-thuis~aa016a5f/

Onderwijs is prachtig, en belangrijk. Dat ziet de leerkracht wel, maar de bestuurder niet.

Het is allemaal niet zo ingewikkeld. Kinderen die nu op de basisschool zitten vormen de toekomstige generatie. Een generatie die opgroeit in een welvarend, goed ontwikkeld land. Een klein land met relatief grote invloed. Kansen genoeg. En dat is nodig ook, gezien de problemen waar wij nu en zij in de toekomst mee te maken krijgen. Denk aan vergrijzing, maar ook aan wereldproblemen zoals klimaatverandering, oorlogsgeweld en armoede. Willen we de toekomstige generatie klaarstomen voor deze uitdagingen, waar wij medeverantwoordelijk voor zijn, dan vraagt dat om een investering. Willen we dat Nederland zo ontwikkeld en welvarend blijft zoals het nu is, dan vraagt dat om een investering. In goed onderwijs.

Als wij goed en passend onderwijs willen geven, dan zijn daar ook goede en passende middelen voor nodig. Klassen met 24 kinderen in plaats van 30. Voldoende ICT-middelen. Meer onderwijsondersteunend personeel. Minder administratieve lasten.

Als wij ons onderwijs en de toekomstige generatie echt serieus nemen, dan investeren we in de mensen die het werk uitvoeren. Goed opgeleide leerkrachten. Willen we deze leerkrachten behouden, dan investeren we in een passend salaris. En ja, dan is het verkeerd om te spreken van ‘nog meer geld. Want, en dan kijk ik met name de VVD van Mark Rutte aan, de kabinetten van Rutte en Balkenende hebben liggen slapen. Jarenlange nullijn, het verschil in salaris van docenten in het VO en leerkrachten in het PO laten oplopen. Maar daarentegen wel staan voor de invoering van passend onderwijs waarbij de verschillen in ontwikkeling van kinderen in één klas verder zijn opgelopen. Meer vragen van de leerkracht, minder faciliteren om dit werk goed uit te voeren.

Te weinig wíllen doen om het onderwijs echt een impuls te geven. Willen doen, want het gaat om hier om politieke keuzes.

En daarom staak ook ik.

Want ik maak mij zorgen. En met mij vele anderen. We zien het nu al gebeuren: teveel uitval van (ook startende) collega’s door burn-outs, teveel kinderen in één klas, te weinig leerkrachten in de toekomst om alle klassen te voorzien.

Onderwijs is prachtig, en belangrijk. Dat ziet de leerkracht wel, maar de bestuurder niet.

Onderwijs doet ertoe, voor ons allemaal

Ik mag dan wel met griep op bed liggen, maar ben in gedachten bij de collega’s die vandaag staken. Want we kunnen zelf blijven zeggen dat leerkracht basisonderwijs een prachtig beroep is, het wordt tijd dat anderen dit ook onderkennen en waarderen. Te beginnen vandaag met de politiek.

Door de middelen te geven om klassen te verkleinen en de werkdruk te verlagen.

Door het salaris gelijk te trekken aan dat van de leerkrachten die op het voortgezet onderwijs werken. Omdat dat niet meer dan logisch is. En om het vak aantrekkelijker te maken zodat het leerkrachtentekort afneemt ipv toeneemt.

En dan zijn we er nog niet. Want het vak moet weer een serieuze status krijgen in Nederland. En daar moet nog veel voor gebeuren. Bij de ouders, door in te zien dat hun kind niet de enige is in een klas van 30 en door vertrouwen te hebben dat hun kind de juiste en passende aandacht krijgt. Maar natuurlijk ook bij ons, de leerkrachten zelf. Door te staan voor ons vak, door dat vertrouwen van ouders te verdienen.

Dat begint vandaag. Staken omdat het tijd is voor verandering. Voordat het echt te laat is.

Het onderwijs doet ertoe, voor ons allemaal.

#poinactie #staking #onderwijs

En weer is er een schooljaar voorbij…

Vandaag in het Jeugdjournaal werd uitgelegd waarom we in Nederland de zomervakantie in drie regio’s hebben verdeeld. En dat de eerste scholen vanaf vrijdag zomervakantie vieren. Wij mogen nog even, en ja dat voelt soms als moeten. Een kleine drie weken en dan zit het schooljaar er alweer op.

Een schooljaar… Je zou er een documentaire over kunnen maken. Of een boek over kunnen schrijven. Op onze school met ruim 600 kinderen, 400 ouders en 60 collega’s gebeurt er meer dan je in een dagelijkse soapserie kwijt kunt. Feestelijke gebeurtenissen worden samen gevierd, droevige samen beleefd. Leerkrachten bouwen een hechte relatie op met hun klas, en laten de kinderen straks weer los. Zo’n 80 kleuters kwamen er dit jaar bij. En straks maken 86 kinderen de stap naar de middelbare school.

Nieuwe collega’s hebben hun plek gevonden in het team, en een aantal gaat ons straks verlaten. ‘Nieuwe’ ouders brachten hun kind dagelijks naar school. Spannend om ze uit (maar in goede) handen te geven. En er zijn ouders die de basisschooltijd over drie weken achter zich laten, klaar voor een nieuwe stap. Waarbij ze nog meer los moeten laten, op een andere manier betrokken zijn. Omdat de kinderen hun eigen weg kiezen.

Een basisschool leeft.

De laatste weken is het basisonderwijs veel in het nieuws geweest. Leerkrachten verdienen net zoveel als hun collega’s in het voortgezet onderwijs. En de werkdruk moet omlaag. Dat zal nog wel even duren, de politiek kennende. Maar het schoolleven gaat door. Want over twee maanden staat er weer een nieuwe groep kinderen en ouders klaar.

Waar diverse politieke partijen nu al 100 dagen bezig zijn om zoveel mogelijk eigen plannen in het regeerakkoord te krijgen, nemen de leerkrachten straks 5 weken rust. Daarna mogen ze weer, en ja dat voelt soms als moeten. Want het schoolleven gaat door.

We zien dat het moeilijk is nieuwe collega’s aan te trekken. En we zien dat het moeilijk is om elk jaar weer fris en enthousiast te starten. Maar een andere optie is er niet. Kinderen en ouders hebben terecht hoge verwachtingen. Gelukkig werken in het basisonderwijs mensen met hart voor hun vak. Met de wil om het goed te doen en ruimte te scheppen waarbinnen  kinderen zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Samen gaan we er weer voor.

Ik ben supertrots op de collega’s van onze school die jaarlijks een mooie prestatie leveren. We zijn in staat om een school neer te zetten waar kinderen met plezier naartoe gaan. Waar we samen met ouders optrekken in het belang van de kinderen. En waar we zelf blijven leren.  Met recht dus een school om trots op te zijn!

Sommige clichés zijn waar: we zijn nooit uitgeleerd en er zijn altijd verbeterpunten. Maar vanavond vier ik de school waar ik werk en de betrokkenheid van de kinderen, ouders en collega’s die samen de Ark vormen. Op weg naar een mooie afsluiting en dan genieten van een welverdiende vakantie! Tot volgend jaar!

Geen woorden maar daden

Schermafbeelding 2017-06-06 om 23.29.28

Laatst zei iemand tegen mij: ‘Heb je ook gelezen over die nieuwe actie van de leraren? Ze vinden de werkdruk weer te hoog en verdienen nog steeds te weinig. Dat roepen ze nou al jaren. Daar word je toch een beetje moe van? Doe gewoon je werk, of ga iets anders doen! Toch?’

Ik heb dat maar even gelaten. Tot vandaag. Mijn antwoord zou als volgt luiden:

Waarom denk je dat dit nu al jaren wordt geroepen?

Omdat de klassen inmiddels kleiner zijn geworden, en de lokalen groter? Omdat de administratieve druk minder is geworden? Omdat de eisen van ouders lager zijn dan voorheen? Omdat er minder rekening gehouden hoeft te worden met de diversiteit in de klas, op sociaal en cognitief niveau? Omdat het salaris van basisschoolleerkrachten inmiddels gelijk is getrokken aan dat van docenten in het voortgezet onderwijs? Omdat het ziekteverzuim laag is? Het aantal (jonge) leerkrachten stijgt? De waardering van het beroep basisschoolleerkracht de afgelopen jaren is gestegen?

Natuurlijk niet. Je mag bijna blij zijn dat er, ondanks dit alles, nog zoveel mensen dagelijks voor de klas staan. Hierboven staan precies de redenen waarom deze roep tot actie juíst vandaag en morgen gehoord moet worden.

Er wordt inderdaad al jaren geroepen, omdát er al jaren te weinig aan wordt gedaan.

Ik werk nu 15 jaar in het onderwijs. Nog steeds met plezier. Want het is een prachtvak. Ik heb het geluk te werken op een fijne school, met een fijn team. Maar vandaag de dag lesgeven is niet  te vergelijken met mijn beginjaren. En dat zou ook niet goed zijn, want de kinderen veranderen, net als de wereld om hen heen. Stel daarom ook het onderwijs in staat mee te veranderen.

Ik wil niet alleen dat het ziekteverzuim omlaag gaat en het aantal burn-outs daalt. Nee, ik wil dat leerkrachten perspectief hebben. Om zich te ontwikkelen. Om mee te groeien met de kinderen. Om zich te blijven scholen. Om te kunnen voldoen aan de eisen die aan hen gesteld worden. Want dat willen leerkrachten ook. Om samen met de ouders te zorgen voor een goede ontwikkeling van onze kinderen. Dat geldt voor leerkrachten die al langer in het onderwijs werken, en voor nieuwe jonge leerkrachten die we binnen moeten halen.

Goed basisonderwijs, daar is niemand op tegen. Daar plukken we allemaal de vruchten van. Dat kost energie, en dat kost geld. Omdat we goed onderwijs in ons land van belang vinden.

Alleen woorden zijn niet voldoende. Dat hebben we afgelopen weekend wel gemerkt.

Goed onderwijs wordt gegeven door goede leerkrachten. Goede leerkrachten hebben plezier in hun vak en willen hun vak zo goed mogelijk uitoefenen, zonder die motivatie kies je niet voor het onderwijs. Maar goede leerkrachten kunnen zich ook ontwikkelen, worden gewaardeerd en in staat gesteld hun ervaring te gebruiken en te delen. Dat mag niet afhankelijk zijn van een schoolbestuur of een schooldirectie, dat hoort in Nederland algemeen beleid te zijn.

Goede leerkrachten laten we niet opbranden. Die laten we niet in de steek. Die laten we dus niet jaar in jaar uit roepen. Want daar word niet alleen ik een beetje moe van, daar worden we allemaal enorm moe van.

www.poinactie.nl

Extra investering ammehoela. Minimale investering!

In een artikel van het AD van vrijdag 14 oktober over werkdruk in het basisonderwijs wordt gesteld dat 4 op de 5 leerkrachten deze werkdruk als te hoog ervaren. Dit zou onder andere komen door de hoeveelheid tijd die besteed wordt aan administratie. Verderop in het artikel geeft de vakbond CNV aan niks te begrijpen van het niet afnemen van deze werkdruk omdat er de afgelopen twee jaar 100 miljoen extra is geïnvesteerd in het basis- én voortgezet onderwijs. Bijvoorbeeld om te investeren in klassenassistenten en concierges.

Een lachertje. Met klassen van rond de 30 leerlingen zouden klassenassistenten en concierges op scholen verplicht moeten zijn. Extra investering ammehoela. Een minimale investering, zo zou ik het noemen. Helaas komt dit geld niet allemaal bij de scholen zelf terecht, en is het veel te weinig om ook daadwerkelijk het beoogde doel te bereiken. Maar ik krijg de indruk dat het ministerie van OCW in de Plan Do Check Act cyclus zelf meestal stopt bij het woord ‘Do’.

Teveel tijd besteden aan administratie. Dat wordt niet opgelost door klassenassistenten en concierges.

Vijftien jaar terug toen ik begon in het basisonderwijs was de leerkracht na schooltijd bezig de dag te evalueren en een nieuwe schooldag voor te bereiden. Hij had tijd om inhoudelijk goede lessen te maken. Liefst nog op drie niveaus zodat hij rekening kon houden met de verschillen tussen kinderen. Het was aan de leerkracht om te zorgen voor uitdaging en verdieping. En belangrijker: lessen maken waardoor kinderen gemotiveerd raken om te leren.

De drie groepen verdwijnen. Ieder kind moet zoveel mogelijk op eigen niveau leerstof aangeboden krijgen. Het liefst staat dit ook op papier, gepland voor een bepaalde periode. Om kinderen inzicht te geven in hun eigen ontwikkeling worden er (meerdere keren per jaar) gesprekken met ze gevoerd, en hun ouders. Waarbij de afspraken natuurlijk genoteerd worden. Op zichzelf een goede ontwikkeling. Maar hiernaast hebben we nog de rapportages, het leerlingvolgsysteem, de afstemming met externe begeleiders.  Lukt dit alles binnen de nu gestelde tijd? Is dit haalbaar met 30 kinderen in een groep? Worden nieuwe leerkrachten hiervoor opgeleid?

Als we niet uitkijken raken de lessen en de lesinhouden zelf ondergeschikt. De organisatie, borging en verantwoording krijgen dan de overhand.

De druk die er is, veelal onbewust, vanuit de ouders is niet gering. Elke ouder heeft het recht, en wat mij betreft de plicht, zoveel mogelijk voor hun kind op te komen en te zorgen voor een optimale (leer)omgeving. Leerkrachten kunnen nog meer gebruik maken van de kennis van de ouders over hun kind, tegelijkertijd kunnen ouders nog meer vertrouwen in de professionaliteit van de leerkracht. Maar dit moet voor alle partijen wel realistisch en haalbaar zijn. We moeten niet uit het oog verliezen dat onze klassen uit veel verschillende kinderen bestaan.

Een woordvoerder van OCW heeft het in het AD-artikel nog over event-planners voor Sint en Kerst en ICT-mogelijkheden om de hoeveelheid nakijkwerk te verminderen. Denken ze echt dat daar de kern van het probleem zit? In dat geval lijkt het alsof het ministerie tegenwoordig niet meer in gesprek is met leerkrachten, maar alleen met bovenschoolse besturen of mensen die al lange tijd uit de klas zijn vertrokken..

Mijn voorspelling: zolang de klassen groot blijven, klassenassistenten en concierges gezien worden als extra investering, geschreven verantwoording van acties in de klas en gevoerde gesprekken vereist wordt en van leerkrachten wordt verwacht dit alles te doen binnen dezelfde gestelde tijd als voorheen… zal de werkdruk niet verminderen.

Het lijkt alsof de wereld van het kind in de klas zich als een speer ontwikkelt, maar de mogelijkheden en tijd die de leerkracht krijgt om daarbij aan te sluiten stagneren.

Op naar de verkiezingen..

Voor de jongens en mannen onder ons, aangezien dit een hot item is de laatste tijd: bovenstaande lijkt ver weg van een reclamepraatje om meer mannen in het onderwijs te krijgen. Ondanks mijn vraagtekens en zorgen kan ik niet anders zeggen dan dat ik geen dag spijt heb gehad van de keuze om in het basisonderwijs te werken.

Times They Are a-Changin’

Er komen andere tijden aan.. Bob Dylan zong het al in 1964. Wie?

Dat vroegen de kinderen in groep acht afgelopen week toen bekend werd dat de Nobelprijs voor literatuur aan Dylan werd toegekend. De wereld komt steeds sneller en gemakkelijker binnen via de telefoon, ipad en digibord. Maar van Bob Dylan hadden de meeste kinderen nog nooit gehoord. Wel kenden ze het liedje ‘Make You Feel My Love’, en  de man en vrouw die het zongen op youtube (Paul de Leeuw en Adele)..

Hoogste tijd voor een les muziekgeschiedenis. Zeker in combinatie met het thema politiek van de laatste weken. Want je kunt de wereld willen veranderen door de politiek in te gaan en voor je idealen te strijden, je kunt deze ook kenbaar maken door middel van muziek.

We keken naar protestliederen van Bob Dylan, Boudewijn de Groot, John Lennon, de Frank Boeijen Groep, Michael Jackson. We zagen de clip van Subterranean Homesick Blues, bekend van de woorden uit de liedtekst die Dylan op grote vellen papier voorbij laat komen. Eén van de eerste muziek videoclips.

Wat als je nou in 1 korte zin iets mocht meegeven aan de wereld? Een wens, een gedachte, een idee? In zeer korte tijd, want bijna vakantie, konden de kinderen dit op papier zetten. Met onderstaande clip als eindresultaat.

En of we daarna weer hippe muziek konden opzetten..

Het wachtwoord voor de videoclip is: haarlem
Andere tijden.. from Sjoerd van den Berg on Vimeo.

 

 

Meer muziek in groep acht

Afgelopen week zat Ilse DeLange bij De Wereld Draait Door om te praten over haar rol als ambassadeur voor ‘Meer muziek in de klas’. Een prachtig initiatief, aangezien creatieve vakken op de basisschool vaak ondergeschoven kindje zijn op het weekrooster. Soms worden er prachtige lessen gegeven en gedeeld, maar het is toch afhankelijk van het enthousiasme, de muzikaliteit en de creativiteit van de leerkracht in hoeverre het vak een serieuze plek krijgt. Als dat ook zo zijn met rekenen en taal dan zouden de onderzoeken en rapporten als paddenstoelen uit de grond schieten.

Toch, muzikaliteit en creativiteit is blijkbaar lastig aan te leren. Leerkrachten werken over het algemeen keihard om hun werk op de juiste wijze vorm te geven en kinderen verder te helpen in hun ontwikkeling dus daar ga ik niet over klagen. Maar misschien zouden we juist de leerkrachten een handje kunnen helpen.

Bij ons op school worden muzieklessen gegeven door muziekdocenten van ‘Hallo Muziek’. En die werkwijze zie je op steeds meer scholen terug. Prachtig, want zo komen alle kinderen in aanraking met instrumenten en muziek. Maar het kan nog beter.

Ik wil graag een oproep doen om een kleine, maar in mijn ogen eenvoudige, bijdrage te leveren als het gaat om muzikale opvoeding. Kinderen zijn gek op muziek, luisteren veel maar weten niet altijd hoe muziek zich heeft ontwikkeld. Ik heb gemerkt dat er wel degelijk interesse hiervoor is, maar dat het moeilijk is voor leerkrachten om zelf een heel lesprogramma hiervoor te ontwikkelen.

Wat zou het prachtig zijn als de ambassadeurs van ‘Meer muziek in de klas’ in samenwerking met bijvoorbeeld de NTR, programmamaker van schooltelevisie, een lesprogramma opzetten over diverse muziekstijlen en de ontwikkeling van muziek. Ik denk aan bijvoorbeeld tien afleveringen met elk een andere muziekstijl als thema, waarbij de historie een plek krijgt, beroemde muziekstukken/composities/liedjes afgespeeld worden, bekende artiesten van de betreffende stijl iets laten horen, gecombineerd met videoclips op het digibord en als knallende afsluiter een lied dat wordt aangeleerd. Deze liedjes kunnen de rest van het jaar gezongen worden.

De lessen zouden gegeven kunnen worden door een bekende artiest, die de verhalen vertelt, uitlegt hoe de muziek in elkaar zit en het slotlied laat horen, desnoods in delen om aan te leren. Ilse DeLange of Waylon over country, Wouter Hamel over jazz, Ali B over rap. En denk ook aan blues, klassiek, pop, rock ’n roll, dance etc. Artiesten die hun passie en liefde voor muziek overbrengen op de toekomstige lichting muzikanten.

Is dit idee haalbaar? Ik denk het wel. Voegt het iets toe aan het muziekcurriculum? Zeker weten. Helpt het de leerkrachten? Ik ben ervan overtuigd.

Bekijk hier de website van Meer Muziek in de Klas

Bekijk hier een filmpje over muziek op basisschool De Ark

Voetstuk in plaats van flipperkast..

Leerkrachten op de basisschool moeten zich soms net bondscoach van het Nederlands elftal voelen. Ze zijn een bepalende schakel in het succes van een team (lees: klas) en er zijn 16 miljoen anderen die ófwel beter denken te weten hoe ze hun werk moeten uitvoeren, ofwel commentaar hebben op de manier waarop ze dat doen. Of het nou op verjaardagen ter sprake komt, in de krant staat of op televisie onderwerp van gesprek is: iedereen heeft een mening over het onderwijs. En dan heb ik het niet alleen over de kinderen, ouders en collega’s.

Is dit erg? Natuurlijk niet. Discussie voeren over een fantastisch vak is geen straf. Het houdt de leerkracht scherp. Het houdt het onderwijs scherp. Want meegaan in vernieuwingen is noodzakelijk als je met kinderen werkt. Zij groeien immers op in een steeds veranderende omgeving.

Maar laten we in hemelsnaam eens een einde maken aan de ‘flipperkast-politiek’ waarmee het onderwijs steeds te maken krijgt. Een voorbeeld:

Twee jaar geleden moest de eindtoets worden afgeschaft. Want het zou toch absurd zijn dat één toetsmoment de toekomst van een kind bepaalt terwijl de basisschool acht jaar lang ervaring en kennis heeft opgebouwd. Sinds afgelopen jaar is het professionele schooladvies eindelijk doorslaggevend. Nu kan de school eindelijk kiezen uit drie eindtoetsen en heeft deze toets in positieve gevallen een corrigerende werking. En jahoor, u voelt hem aankomen: de minister van onderwijs wil weer terug naar een meer bepalende eindtoets. De staatssecretaris die het basisonderwijs in zijn portefeuille heeft was overigens even niet in beeld.

De minister noemde met name de ‘ongelijkheid in kansen’ als argument om weer terug te gaan naar één eindtoets. Het feit dat in het verleden

  • sommige scholen extra oefenden voor de eindtoets,
  • ouders die wél het geld hadden veel ‘investeerden’ in bijles om de eindtoets goed te maken
  • en middelbare scholen werden afgerekend op de examenresultaten en dus soms bizar hoge eisen stelden bij de aanmelding is de minister blijkbaar ineens weer vergeten.

Het vroege selecteren en vervolgens weinig kansen geven tot op- en afstroom was volgens de minister niet meer aan de orde.

En nu bemoeit het OESO zich weer met het Nederlandse onderwijs. De onderzoekers pleiten voor een centrale eindtoets. Of we dat weer meteen willen veranderen. En waar minister Bussemaker sprak over ongelijkheid in kansen, vindt het OESO dat het Nederlandse onderwijs met kop en schouders boven uitsteekt stelsels in andere landen. ‘De gelijkheid ten opzichte van andere welvarende landen is groot.’ Dat is nog eens een eenduidig beeld..

Het feit dat we binnenkort voor de zesde keer Tweede Kamerverkiezingen in 15 jaar hebben en daarmee regelmatig andere bewindspersonen  maakt het allemaal niet stabieler.

Mijn advies: neem het onderwijs serieus. Bekijk eens na langere tijd het effect van het gevoerde beleid en zorg tussentijds voor evaluatie en analyse zodat problemen op tijd inzichtelijk zijn en aangepakt kunnen worden! ZONDER meteen het hele beleid op zijn kop te zetten! We hebben al genoeg aan ons hoofd! Zorg voor rust, uitdaging, professionalisering en beloon goed werk! Kom in contact met de uitvoerende krachten, en niet alleen met de schoolbesturen! Weet waar je het over hebt in de media, en gebruik dus niet de term ‘cito-toets’ als deze niet meer bestaat! Toon interesse! Zeker als je ook zo nodig een mening wilt geven!
Zet het onderwijs eens op een voetstuk in plaats van in een flipperkast.

Over adviezen, eindtoetsen en kansen in het onderwijs

De krantenkoppen liegen er niet om: ‘Geen gelijke kansen in het onderwijs’, ‘Cito-toets’ moet terug’. Nu het advies van de  basisschool de doorslag geeft zouden de kansen in het onderwijs niet gelijk zijn voor elk kind en klinkt de roep om de cito-toets terug te halen. Waarom is dit een slecht idee?

Laten we eerst kijken waarom we de verplichte ‘cito-toets’ hebben afgeschaft. Want ja, dé cito-toets bestaat niet meer. Er zijn drie eindtoetsen waar scholen gebruik van kunnen maken. Daarvan wordt er één ontwikkeld door Cito, maar er zijn ook eindtoetsen van A-Vision en Bureau ICE. Jaren geleden gaf de citotoetsscore de doorslag voor het bepalen van het onderwijsniveau van een groep acht leerling. Dus acht jaar onderwijs en kennis over de kinderen werden getoetst binnen drie dagen en samengevat in één getal tussen de 500 en 550, op basis waarvan het gepaste advies werd gegeven. Had je een slechte week als leerling, jammer dan. Vaardigheden waren blijkbaar niet nodig om een bepaald onderwijsniveau te halen, deze werden immers ook niet getoetst. Ontwikkeling speelde ook geen rol.

Na jarenlange strijd binnen het onderwijs is deze manier van ‘selectie aan de deur’ eindelijk voorbij. Basisscholen gebruiken hun opgebouwde kennis over de kinderen en hun ontwikkeling om tot een advies te komen. Meestal in combinatie met de zgn leerlingvolgsysteemtoetsen van cito, waarbij niet gekeken wordt naar één toetsmoment maar naar de ontwikkeling van groep 6 t/m groep 8.

Natuurlijk zijn er wel eens twijfels. Leerkrachten hebben geen glazen bol waarin ze de onderwijsloopbaan van hun groep achters mee kunnen voorspellen. Omdat in sommige gevallen een objectieve toets kan meehelpen in de advisering wordt in april door alle basisscholen verplicht een eindtoets afgenomen. Niet de cito-toets dus, scholen kunnen kiezen uit drie gecertificeerde toetsen. Wanneer het bij de uitslag passende onderwijsniveau lager is dan het advies, verandert er niets. Het kan zijn dat een kind een slechte dag had.. Wanneer het bijpassende onderwijsniveau hoger is dan het schooladvies, dan is de basisschool verplicht het advies te heroverwegen. En in overleg met de ouders en het kind kan het advies nog worden bijgesteld naar boven.

Genoeg mogelijkheden dus om kinderen met van huis uit ‘minder kansen’ op basis van een objectieve toetsscore een advies te geven passend bij de ontwikkelingsmogelijkheden. Zonder kinderen onrecht aan te doen door één enkele toetsscore bepalend te maken voor de schoolloopbaan.

Is alles dan goed georganiseerd? Nee, dat zou te makkelijk zijn. We delen kinderen veel te vroeg in op één niveau. In het voortgezet onderwijs zouden de op- en afstroommogelijkheden groter moeten zijn zonder dat de scholen daarbij worden afgerekend. Zijn het niet dezelfde kranten met hun ‘examenlijstjes’ die nu roepen dat de kansen niet gelijk zijn?

Daarnaast blijft de terugkoppeling van het voortgezet onderwijs naar het basisonderwijs belangrijk. Monitor de advisering goed, kijk hoe de kinderen het op de diverse scholen doen na hun advies en geef dit terug aan de basisscholen. Samen zullen we moeten zorgen voor zoveel mogelijk kansen voor alle kinderen.

Overigens, toen de ‘citotoets’ nog leidend was schoten de ‘bijles-bureaus’ als paddestoelen uit de grond. Ouders die het zich konden veroorloven lieten kinderen oefenen, net zolang tot ze de toets op het gewenste niveau konden maken. Zijn dat gelijke kansen?

Geef het onderwijs nu eens het vertrouwen, zonder na een jaar alweer af te geven en terug te willen naar oude systemen. 10 Miljoen bondscoaches zijn al vervelend, maar daar heeft slechts één bondscoach last van. We hebben het nu over tienduizenden professionals die bewust gekozen hebben voor het onderwijsvak, omdat zij echt willen bijdragen aan de ontwikkeling van de toekomst: de kinderen die nu op school zitten.

Oh, een persoonlijke noot voor minister Bussemaker, staatssecretaris Dekker en alle kranten die over dit onderwerp schrijven: stop met de term cito-toets wanneer jullie het hebben over de eindtoets.  Cito is een merk, we noemen ook niet alle auto’s BMW..